'De lessen waar geen orde is, zijn best leuk, maar bij mijkomt het medelijden hoog op'

De Christelijke Scholengemeenschap Emmeloord is een strenge school. In de pauze moet iedereen naar buiten, de leslokalen gaan op slot. Miriam van der Deen (18, 5-HAVO) en ik waren een plek aan het zoeken waar we over haar spreekbeurt konden praten, maar we werden in de gang gearresteerd door een leraar die wilde weten wat dat daar moest en of we toestemming van de conrector hadden. En Miriam was al zo zenuwachtig.

'Ik ben doodzenuwachtig voor die stomme spreekbeurt! Ik heb altijd heel erg moeite als ik iets moet bewijzen. Met mijn rij-examen had ik het ook. Voor een schriftelijk examen ben ik helemaal niet bang, want daar kun je je op concentreren. Je kunt het nog eens overlezen, doorkrassen wat je niet goed vindt, maar een spreekbeurt moet op het moment zelf in een keer goed. Dat bedoel ik met bewijzen, daar word ik helemaal gek van.'

Je kunt goed zien hoe slecht ze er aan toe is. Ze ziet bleek en ze beeft. Hoe lang gaat dat nu al zo?

'Anderhalve maand ben ik er mee bezig geweest. De andere vakken hebben er onder geleden, want daar heb ik al die tijd niets aan kunnen doen. Erg he? En dat voor een stom kwartiertje!'

Ze klemt haar blauw aangelopen vingers om de manchetten van haar overhemd. 'Hij duurt niet eens een kwartier, hij duurt twaalf minuten. Ik heb hem voor mijn ouders opgezegd. Die vonden hem wel goed, maar ik zeg zo vaak eh. Verder ging het wel. Ik heb een schemasamenvatting gemaakt. Thuis zeiden ze dat ik er haast niet naar keek, maar ik ben blij dat ik hem heb. Als ik het niet meer weet, kan ik daar op kijken.'

De spreekbeurt gaat over orde houden in de klas.

'Ik wist vorig jaar al dat ik een spreekbeurt moest houden en ik liep al heel lang na te denken over een onderwerp. Ik had het er over met mijn rij-instructeur, want hij wil graag leraar worden. Het leek hem zo leuk om voor een klas te staan. Ik vroeg of hij niet bang was dat hij geen orde zou kunnen houden en toen kwam ik ineens op het idee om daar een spreekbeurt over te houden. Ik heb het onderwerp eerst heel lang geheim gehouden voor de leraar, want misschien vond hij het niet leuk als ik het daar over zou hebben.'

Is het bij hem dan zo'n puinhoop?

'Helemaal niet! Hij heeft juist heel goed orde. Als hij kwaad is, is hij meteen goed kwaad en hij geeft zo les, dat je haast niets hoeft te leren en aan het eind van het jaar weet je toch heel veel. Hij heeft maar een nadeel: hij cijfert heel laag.'

De les begint. Rillend van afschuw gaat Miriam voor de klas staan. Ze heeft een blaadje met punten bij zich dat ze op het bord wil hangen, maar van de zenuwen krijgt ze het niet voor elkaar. De leraar schiet te hulp. 'Toe maar', zegt hij vriendelijk en met de moed der wanhoop stort Miriam haar spreekbeurt over de klas uit:

'Als je vraagt welke leraar geen orde kan houden, kan iedereen veel namen noemen en er wordt vaak heimelijk om gelachen. De lessen waar geen orde is, zijn best leuk, vooral de eerste paar keer, maar bij mij komt het medelijden hoog op, want je zult het maar zijn die voor de klas staat. Je zult maar staan te schreeuwen tegen iedereen maar niemand luistert. Vooral als je later langs een lokaal loopt waar diezelfde klas bij een andere leraar wel stil over hun werk gebogen zit. Wat moet je je dan ongelukkig voelen. Verder wil ik iets vertellen over de positie en de macht van een leerkracht, punt twee is de beginnende leerkracht en drie is de orde.'

Met een blik die star is van angst en met vlakke stem dendert Miriam door haar beproeving.

'Leraar en klas zijn aan het uitzoeken wat ze aan elkaar hebben, ' besluit ze, 'en als iedereen meewerkt en zijn best doet er iets leuks van te maken, blijven grote ordeproblemen uit en is het leerkracht zijn helemaal niet zo'n ramp. Dat is hem', voegt ze er met een zucht aan toe.

'Zou je zelf ooit in het onderwijs gaan?' vraagt de leraar.

Je ziet de afkeer op Miriams gezicht. 'Nee', zegt ze, 'ik zou het niet aankunnen. Ik zou het verschrikkelijk vinden als de klas niet zou luisteren naar wat ik zeg.'

Deze klas heeft ademloos geluisterd, niet zozeer omdat het zo'n boeiend betoog was, maar omdat Miriam de eerste is die een spreekbeurt houdt. Daarom stelt ook niemand een vraag. Ze moeten er niet aan denken dat iemand hen een vraag gaat stellen tegen de tijd dat zij een spreekbeurt houden.

'Wat een lawine was dat', zeg ik na de les tegen Miriam.

Ze knikt. 'Ik was steeds bang dat ik eh zou zeggen.'

'Vond je het heel erg?', vraag ik. Ze heeft een zeven.

'Ik vond het een ramp!', zegt ze uit de grond van haar hart. 'Ik vind oorlog erg, ik vind ruzie hebben met iemand anders erg en ik vind een spreekbeurt houden vreselijk!'

Ik wil nog wel een paar spreekbeurten bijwonen. Wie schrijft naar: Yvonne Kroonenberg, Paleisstraat 1, 1012 RB, Amsterdam.