De echte Rembrandt op reis

AMSTERDAM, 9 okt. Het Rijksmuseum in Amsterdam organiseert in samenwerking met de Londense National Gallery en de Berlijnse Gemaldegalerie een rondreizende overzichtstentoonstelling van het werk van Rembrandt van Rijn (1606-1669).

De expositie zal in december 1991 in het Rijksmuseum te zien zijn. Met 51, door het Rembrandt Research Project (RRP) met zekerheid aan de meester toegeschreven schilderijen tonen de musea aan een groot publiek het 'nieuwe Rembrandtbeeld'. Dit verklaarde directeur Henk van Os van het Rijksmuseum gistermorgen op een persconferentie.

Op de tentoonstelling zullen behalve achttien Rembrandts uit het bezit van de organiserende musea ook meer dan dertig bruiklenen uit openbare en particuliere collecties elders te zien zijn. Zo leent de Hermitage in Leningrad Het Offer van Abraham uit, en de Gemaldegalerie in Dresden de Roof van Ganymedes.

De laatste grote Rembrandt-tentoonstelling had plaats in het Rijksmuseum in 1969. Door het onderzoek van het RRP, dat in 1967 begon, zijn de opvattingen over Rembrandts oeuvre inmiddels ingrijpend gewijzigd. Werden aan het begin van deze eeuw nog 750 werken aan hem toegeschreven, het RRP heeft er tot nog toe, uit de periode tot en met 1642, slechts 146 goedgekeurd.

De problematiek rondom de authenticiteit van de doeken wordt als apart onderdeel op de expositie behandeld, door het tonen van een twintigtal schilderijen dat niet langer aan Rembrandt wordt toegeschreven, maar aan leerlingen en navolgers. Van elk van deze navolgers is ter vergelijking een al langer als eigenhandig beschouwd werk te zien. In Amsterdam en Berlijn worden vijftig tekeningen van Rembrandt geexposeerd, volgens dezelfde opzet. In Londen toont het British Museum haar collectie Rembrandt-tekeningen. Bovendien zullen in de drie organiserende musea enkele van Rembrandts mooiste etsen te zien zijn.

Net als bij de afgelopen Van Gogh-expositie moeten toegangskaarten van tevoren worden gekocht. De prijs voor een bezoek zal twintig gulden bedragen. De tentoonstelling heeft een budget van 7,5 miljoen gulden, waarvan bijna de helft (twee miljoen dollar) wordt bijgedragen door de credit card-organisatie American Express.

De expositie heeft een te verzekeren waarde van 2,5 miljard gulden. Volgens de zogeheten 'indemniteitsregeling' staat het rijk garant voor schade en verlies tot een maximum-bedrag van 150 miljoen gulden. Engeland, een van de bruikleen-landen, kent een volledige indemniteitsregeling en in Duitsland is een dergelijke regeling niet van kracht. Dit houdt in dat het eerste risico, bijvoorbeeld een ingrijpende restauratie, voortkomend uit gebrekkig transport van een doek, door de Nederlandse staat gedekt wordt. Dankzij dergelijke regelingen kan de verzekeringspremie aanzienlijk worden verlaagd.