Welkom voor het pond

HET POND STERLING maakt sinds vanmorgen deel uit van het Europese Monetaire Stelsel en de financiele markten hebben het pond jubelend verwelkomd. Toetreding van het pond is goed voor de Britse economie en goed voor de Europese monetaire eenwording, ook al zal het pond in deze leerperiode van wederzijdse gewenning de EMS-partners ongetwijfeld nog voor onverwachte problemen stellen. Vanaf heden dragen de overige EMS-landen medeverantwoordelijkheid voor de gezondheid van het Britse pond. De rust die ruim drie jaar in het EMS heerst, zal ongetwijfeld op de proef worden gesteld.

Elf jaar na de oprichting van dit systeem van redelijk stabiele wisselkoersen in de Europese Gemeenschap is premier Thatcher gecapituleerd voor een harde werkelijkheid: de inflatie in de EMS-landen is lager dan die in het Verenigd Koninkrijk. Uit economische noodzaak en uit politiek opportunisme heeft Thatcher haar verzet tegen toetreding van het pond tot het EMS eindelijk opgegeven. Nu de Britse economie op de rand van recessie staat, biedt de verankering van het pond in het EMS de mogelijkheid om de rente in Groot-Brittannie iets te verlagen, zodat de economie kan opveren en de Conservatieven wellicht de volgende verkiezingen, mits snel gehouden, kunnen winnen. Het is, zowel in politiek als economisch opzicht, een riskante strategie, maar de Britten zijn nu eenmaal hartstochtelijke gokkers.

HET EMS IS een groot succes van de Europese Gemeenschap. In de afgelopen jaren van internationale koersschommelingen is het EMS er in geslaagd om de wisselkoersen redelijk te stabiliseren en om de inflatie in de deelnemende landen steeds verder naar een gemeenschappelijk, laag niveau te drukken. In het EMS fungeert de D-mark als stabiliteitsanker en wordt het beleid vastgesteld door de Duitse Bundesbank. Deze is, in tegenstelling tot de Bank of England, politiek onafhankelijk en heeft als belangrijkste doelstelling de bestrijding van inflatie. In Groot-Brittannie is het monetaire beleid altijd gebruikt voor uiteenlopende politieke doelen, met als gevolg dat de Britten sinds de Tweede Wereldoorlog een aaneenschakeling van crises om het pond, hoge inflatie en abrupt wisselende stimulering en afremming van de economie via het monetaire beleid hebben beleefd.

Met de toetreding tot het EMS hoopt Groot-Brittannie de monetaire discipline te importeren die de regering-Thatcher de laatste paar jaar zelf niet heeft kunnen opbrengen. Aan het vaak verhitte debat in Londen over het monetaire beleid dat in 1989 de ministers Lawson en Howe de kop kostte komt met de sluwe manoeuvre van minister van financien John Major een einde. Maar daarmee komt nog geen einde aan de Britse economische perikelen.

Het pond is op een hoge koers het EMS binnengekomen, terwijl de inflatie in Groot-Brittannie boven die in continentaal Europa ligt. Daarmee dwingt de regering de Britse economie tot aanpassingen via de wisselkoers. De deelname aan het EMS zet de winstmarges van het exporterende bedrijfsleven onder druk en beperkt de ruimte voor forse loonstijgingen, omdat de traditionele uitlaatklep, herstel van de concurrentiepositie via devaluatie van het pond, is verdwenen.

GROOT-BRITTANNIE staat voor een economische keuze vergelijkbaar met die van Frankrijk in 1983. Het stimulerende beleid van president Mitterrands eerste regering dreigde het EMS toen op te blazen. Uiteindelijk koos Frankrijk voor onderwerping aan de disciplinerende werking van het EMS en erkende het de macht van de Bundesbank. Het EMS bleef bestaan en ging goed functioneren; Frankrijk behoort tegenwoordig in de EG tot de landen met een lage inflatie. Ook Groot-Brittannie zal zich moeten schikken naar de economische en monetaire hoofdstroom op het Europese vasteland. Voor de EMS-veteranen betekent het dat ze met hoge rente moeten bijdragen aan de aanpassingen van de Britse economie. Het zal op termijn ook pijnlijke offers van de Britten vragen, maar dan zijn de volgende verkiezingen al gehouden. Het blijft een gok. Niettemin: welkom in Europa voor het pond.