Stabiel pond is nog lang lang zeker

ROTTERDAM, 8 okt. Drie Britse ponden voor een tientje. Dat is het streven sinds de Britse munt vandaag in het Europees Monetaire Systeem (EMS) is opgenomen. Aanvankelijk mag de munt uiterlijk zes procent op of onder de spilkoers van 3,32389 gulden (2,95 D-mark) liggen (schommelend tussen 2,7780 en 3,13 D-mark), maar regeringsfunctionarissen zeiden 'binnen een relatief korte tijd' de gewone bandbreedte van plus of min 2,25 procent aan te willen houden wat een koers tussen de 2,876 en 3,024 D-mark betekent.

Dat is een aanmerkelijke stabiliteitsverbetering voor een munt die vorig jaar nog een halve gulden kelderde. Het bedrijfsleven juicht de stabiliteit toe.

De wilde koersschommelingen bezorgde het pond een slechte naam bij buitenlandse beleggers. Ter compensatie van het risico van een koersval eisten ze daarom een hoge rente. Een pondenrekening leverde vorige week bij bank Mees en Hope een rente van 13,75 procent, het dubbele van de 6,875 procent op een guldenrekening.

Nu de centrale banken garanderen dat het pond niet onder de 2,7780 D-mark zakt, is een pondenrekening een stuk aantrekkelijker geworden. Er zijn vrijdagmiddag en vanmorgen heel wat nieuwe pondenrekeningen en andere pondbeleggingen afgesloten. Dat betekent extra vraag naar de Britse munt waardoor de koers vrijdagmiddag bijna zes pfennig opliep naar bijna drie D-mark en vanmorgen verder doorsteeg naar 3,055 D-mark.

Eerste zorg van de monetaire autoriteiten is te voorkomen dat het pond in deze euforiestemming door de bovengrens van 3,1270 D-mark breekt als gevolg van een zichzelf vervullende voorspelling: zolang de handelaren van elkaar denken dat ze ponden blijven kopen schiet de koers omhoog.

Na de officiele renteverlaging vanmorgen van 15 naar 14 procent verloor het pond al een stuk van zijn glans. Door ponden op de markt aan te bieden proberen de centrale banken een verdere opmars te stuiten. Mocht dat geen effect hebben dan moet de Bank of England met een extra renteverlaging de vraag temperen.

Als de opmars van het pond niet wordt gestuit, is een hogere spilkoers denkbaar, aldus de Britse minister van financien. Maar zo'n snelle herschikking zou het vertrouwen in de stabiliteit van het wisselkoerssysteem aantasten en vereist toestemming van de andere deelnemers. Sinds 1983 zijn de EMS-koersen slechts vijf keer herschikt.

Een regelmatige herschikking zullen de andere deelnemers in ieder geval niet accepteren, zodat de Britse centrale bank het rentebeleid voortaan op stabilisatie van het pond moet richten, daarmee een belangrijk economisch instrument inleverend. De regering hield het afgelopen jaar de rente bewust hoog om de inflatie, die in augustus met 10,6 procent het hoogste niveau in acht jaar bereikte, in te dammen. Rood staan is immers duur en tempert zodoende de bestedingen die de prijzen kunnen opdrijven. Een belastingverhoging als bestedingsremmer is politiek gezien nauwelijks een haalbaar alternatief.

Hoge inflatie lijdt veelal tot looneisen die de Britse bedrijven op kosten jagen met als gevolg dat de concurrentiekracht ten opzichte van het buitenland afneemt. Tot vorige week kon de regering dat opvangen door het pond te laten zakken waardoor de Britse produkten in guldens gerekend even duur bleven of zelfs goedkoper werden. Ook dat monetaire instrument is nu uit handen gegeven.

De Engelse regering durft de toetreding toch aan omdat de industrie niet meer op volle toeren draait en de industrie dus een bestedingsimpuls kan beantwoorden met een groter aanbod in plaats van hogere prijzen. Bovendien zijn er aanwijzingen dat de aanwas van de geldhoeveelheid, een belangrijke inflatiebron, eindelijk onder controle is. En een sterk pond voorkomt invoer van inflatie als gevolg van oplopende invoerprijzen.

De regering verwacht daarom dat de inflatie ondanks de renteverlaging zal dalen en legt de nadruk op het economische voordeel van een toename van de bestedingen: de Britse economische groei is tot stilstand gekomen en kan een bestedingsimpuls goed gebruiken.

Of de regering de valutahandelaren van een economisch herstel kan overtuigen zal bepalen of de belangstelling voor het pond stand houdt. Als de inflatie blijft stijgen, komen de Britse exporteurs in steeds grotere problemen en groeit het tekort op de handelsbalans verder. Per saldo stromen er dan steeds meer ponden naar het buitenland om het tekort te financieren, een aanbod van ponden dat de koers van de Britse munt onder druk zal zetten. Een rentestijging in Duitsland, om geld aan te trekken voor de eenwording, kan de vraag naar ponden temperen. Als handelaren daarop inspelen is de ondergrens van 2,7780 D-mark snel in zicht.

    • Tom Buijtendorp