'Peetvader milieumafia' voor strafrechter

DEN HAAG, 8 okt. De aanklacht beslaat zeven dichtbetikte velletjes en omvat elf punten: morgen dient voor de rechtbank in Den Haag de zaak-Kemp, de strafrechtelijke ontrafeling van een reeks milieuschandalen die worden toegeschreven aan de 41-jarige Simon Kemp, voormalig transportondernemer uit Hazerswoude en in de pers regelmatig als 'afvalkoning' of 'godfather' van de milieumafia betiteld.

Uit de tenlastelegging, de vrucht van langdurig onderzoek, rijst het beeld op van een man die zich via een wijdvertakt stelsel van BV's jarenlang schuldig maakte aan uiteenlopende vormen van knoeierij, in het bijzonder met giftig chemisch afval, dat hij niet te bestemder plaatse, bijvoorbeeld de Afvalverwerking Rijnmond, bracht, maar illegaal, soms in het holst van de nacht, liet storten in Nederland en Belgie. Er is voorts sprake van valsheid in geschrifte, fraude met facturen, omkoping en 'onjuiste dan wel onvolledige aangiften loonbelasting', terwijl hem in het slot van de dagvaarding wordt aangewreven dat hij deelnam aan 'een of meer rechtspersonen die het plegen van misdrijven tot oogmerk hadden'.

De naam Kemp is nauw verbonden met onder meer Alphen aan den Rijn en Mellery, een plaats in Wallonie onder Brussel. Om te beginnen Alphen. In maart 1988 kwam die Zuidhollandse gemeente uitvoerig in het nieuws door berichten dat in de Coupepolder aldaar vroeger een regionale stortplaats voor huisvuil, sinds 1986 golfterrein met belendende kinderboerderij circa 100.000 vaten gevaarlijk industrieel afval verborgen lagen. Als hoofdschuldige werd Kemp aangewezen. Hij zou het gros van de vaten, waarvan er naderhand slechts 190 zijn opgedolven, in de jaren 1978 en '79 clandestien hebben laten dumpen.

Dergelijke praktijken werden mogelijk gemaakt doordat de regelgeving hiaten vertoonde. De Wet Chemische Afvalstoffen, die voorschriften voor transport en behandeling van dit soort vuil bevat, was weliswaar van kracht, maar nog niet geheel in werking getreden. Handhaving van de wet was bovendien een illusie. Controle door de rijksoverheid stond destijds in de kinderschoenen en aan opsporing van milieudelicten kwamen de autoriteiten nauwelijks toe.

Ook op de stortplaats in de Coupepolder was de controle uiterst gebrekkig. Voor 1980 werden er geen stortboeken bijgehouden en dus was onduidelijk wat er dagelijks aan vuil binnenkwam. Slechts overdag was een stortbaas aanwezig, die weinig of geen inzicht had in de aard van het aangeboden materiaal. De inmiddels gepensioneerde functionaris heeft trouwens toegegeven in totaal 116.000 gulden aan smeergeld van Kemp te hebben aangenomen. In ruil daarvoor liet hij de transporteur 'vrachten lossen die hij nergens anders kwijt kon'.

Toen Alphen aan den Rijn een affaire werd, repten (voormalige) klanten van Kemp al gelijk over slechte ervaringen met de man uit Hazerswoude. Het Academisch Ziekenhuis in Leiden haalde een geval uit 1983 aan. Gebruikt verband, injectienaalden en huidresten die men Kemp had meegegeven 'in de veronderstelling dat hij ze naar de vuilverbranding zou brengen' waren ergens in een weiland gevonden. Het ziekenhuis verdacht hem ook van geknoei met rekeningen. Een medewerker van Billiton in Arnhem herinnerde zich dat Kemp ooit een partijtje chemicalien op de achterbank van zijn Mercedes had weggezet met de boodschap: 'Dat pleur ik wel ergens neer'.

Dan de geruchtmakende affaire-Mellery. Medio 1987 haalde dit dorp in Waals Brabant voorpagina en tv-journaal door de ontdekking van een gigantische, vooral uit Zuid-Holland afkomstige berg giftig bedrijfsvuil in een zandgroeve. Hiermee kwam een recente Belgisch-Nederlandse 'afval-connection' aan het licht waar in beide landen arrestaties uit voortvloeiden. Het betrof onder meer de Schiedammer Frans B., die in april 1989 wegens illegale transporten naar Mellery achttien maanden celstraf kreeg.

Ook Kemp wordt ervan verdacht een belangrijk aandeel in de verboden operaties te hebben gehad en wel tussen januari 1985 en februari 1987, toen Wallonie nog als 'afvalput van West-Europa' gold. Twee van zijn voormalige medewerkers, bedrijfsleider A. van O. uit Rotterdam en vertegenwoordiger B. S. uit Ridderkerk, zijn afgelopen zomer in verband met Mellery al tot gevangenisstraffen veroordeeld. De rechtbank achtte bewezen dat zij onder valse voorwendsels opdrachten voor legale transporten van chemisch afval hadden binnengehaald, waarna de zaak clandestien en met gebruikmaking van valse exportbrieven in de Waalse zandgroeve werd gedumpt.

Behalve Van O. en S. hebben kort geleden ook diverse 'randfiguren' in de affaire-Kemp terecht gestaan, onder wie twee beambten van vuilverwerkingsbedrijf De Meerlanden in Rijsenhout. Zij hadden, aldus het vonnis van de Haagse rechtbank, tegen betaling van steekpenningen toegelaten dat op de stortplaats chemisch afval werd vermengd met huisvuil. Een medewerker van het Academisch Ziekenhuis in Leiden kreeg negen maanden (waarvan drie voorwaardelijk), omdat hij bonnen had opgemaakt voor afvalvaten die nooit aan het ziekenhuis waren geleverd.

Dit alles als voorspel op het proces van morgen, waarin het gaat om Simon Kemp zelf, de man die als de grote inspirator van het uitgebreide complex milieudelicten en andere misdrijven geldt. Zijn afvalimperium is inmiddels ingestort; hij schijnt nu in loondienst op een circuswagen te rijden. De riante villa die hij in Hazerswoude bewoonde, werd verruild voor een eenvoudige etage in Den Haag.

De algemene verwachting is dat Kemp als hoofdrolspeler te zijner tijd een lange gevangenisstraf zal moeten uitzitten, al is hij, opvallend genoeg, een eerdere rechtszaak ongeschonden doorgekomen. Begin dit jaar sprak de rechtbank in Den Bosch hem vrij van de beschuldiging dat hij illegaal tienduizend ton ongebluste kalk in het Brabantse Berghem had gestort. Hij had zich volgens de rechtbank wel degelijk aan de heersende regels gehouden. De leverancier van de kalk, Akzo Zout Chemie, kreeg daarentegen een boete van een ton.

Behalve een strafzaak loopt tegen Kemp ook een civiele procedure van de Staat der Nederlanden, die tien miljoen gulden van hem vordert ter sanering van de Coupepolder in Alphen aan den Rijn. In een tussenvonnis besliste de rechtbank dat Kemp zeker voor een deel schuldig is aan chemische vervuiling van dit terrein, maar de vraag is voor welk deel, omdat wel duidelijk is dat ook anderen dan Kemp hier verboden chemisch afval hebben gestort. Nader onderzoek moet hieromtrent uitsluitsel geven. Bovendien kreeg ook de lokale overheid een veeg uit de pan: het toezicht op de belt was, zacht gezegd, onvoldoende geweest.

Vat chemicalien op de achterbank in de auto 'Dat pleur ik wel ergensneer'.

    • F. G. de Ruiter