ONDER MONSTERJAGERS

Op en onder het asgrauwe wateroppervlak van Loch Ness, Schotland, werd het afgelopen weekeinde de Loch Ness Monster Hunt gehouden, een jacht met een prijzenpot van in totaal 250.000 pond. De belangstelling van het publiek viel wat tegen, en de belangstelling van het monster zelf nog meer. Maar de leden van de vier deelnemende teams, enkele personeelsleden van de organisator, bookmaker William Hill in Londen, de jury van het Natural History Museum in diezelfde plaats en anderhalf dozijn journalisten uit Engeland, Frankrijk, Japan en Nederland hadden een alleraardigste tijd.

In tegenstelling tot zaterdag, toen het de hele dag hoosde, bleef het gisteren droog, terwijl majestueuze wolkenmassa's, gelardeerd met brede bundels zonlicht en een enkele regenboog de platte Schotse bergen, de herfstige bossen, en de ruines van Urquhart Castle op de landtong in het meer tot een aantrekkelijk decor maakten voor de zoveelste poging sind 1933 om te bewijzen dat het monster van Loch Ness inderdaad bestaat. Maar zelfs als het gedurende de hele wedstrijd zulk snertweer was geweest als zaterdag, had dit geknoei en gespeel met de superdure apparatuur van het team van Ocean Scan uit Aberdeen de favoriete deelnemer de onderneming toch tot een groot succes gemaakt.

Het laatste grote Loch Ness-onderzoek was in 1987. Het veertig kilometer lange en een a twee kilometer brede meer werd toen onder de ogen van ongeveer 250 journalisten uit de hele wereld uitgekamd door negentien op rij varende boten, allemaal uitgerust met sonar-apparatuur. Grote dieren in de diepte want daar hebben we het over zouden met vrij grote zekerheid kunnen worden waargenomen, zij het dat het identificeren van een teruggekaatste sonargolf zeer lastig is. Er werden in 1987 vijf niet te identificeren 'objecten' van enkele meters lengte gelokaliseerd. De posities werden exact vastgelegd en de dag daarna werd op die plaatsten weer gesonard: twee van de vijf lagen er nog, drie waren verdwenen. Monsters?

Zwemstaart

De laatste vijftig jaar werd ongeveer duizend maal een groot, onbekend beest waargenomen in Loch Ness en de variatie in wat werd waargenomen is vrij gering. Als het bestaat, meet het monster een meter of zes, heeft het een lange slanke hals, een kop als van een grote slang, vier ruitvormige vinnen en een krachtige zwemstaart. Bijna iedereen die het monster heeft zien zwemmen, rept over zijn vrij hoge snelheid. Vast staat verder dat als het monster bestaat, dat het dan niet alleen is maar met ten minste honderd exemplaren de minimale omvang van een levensvatbare populatie. Voor veel journalisten was de uitslag van Operation Deepscan van 1987 te gering om te berichten dat er grote onbekende dieren in het Loch leefden.

Sceptici concludeerden gretig dat het monster definitief en zeker niet bestond, maar voor hen is er slecht nieuws: het monster is sindsdien regelmatig gezien en volgend jaar wordt aan de oever van het Loch een permanent onderzoeksstation gebouwd. Een uitvalsbasis voor onderzoeksprojecten waarvoor diverse universiteiten al fondsen hebben vrijgemaakt. Het staat onder leiding van Adrian Shine. Hij organiseerde Operation Deepscan, bracht in een waterdichte kogel van een meter doorsnee tientallen uren door op de bodem van het veel helderder Loch Morar (waar ook grote dieren zouden zijn opgedoken), en geldt bij vriend en vijand als de belangrijkste monsterjager van de jaren tachtig.

Shine is bepaald geen fan van het dier dat hij 'het media-monster' noemt: 'Wat we nu nodig hebben is een biologische benadering, een biologische tactiek, zo je wilt. In de jaren zestig zocht men door naar het wateroppervlak te kijken. In de jaren zeventig werd dat onderwaterfotografie. In de jaren tachtig was het sonar. Voor de jaren negentig voorzie ik een integraal onderzoek naar de hele biologie en ecologie van het meer. Voor de gevestigde wetenschap is zo'n onderzoek wel acceptabel, ze hoeven zich helemaal niet in te laten met de Monster-controverse. En het is heel zinnig, want er is maar zeer weinig over Loch Ness bekend, vooral omdat het zo diep is: in het midden tot tweehonderd meter. Naarmate je meer weet over het meer, kan de vraag naar het al dan niet bestaan van grote onbekende dieren in een biologische context worden geplaatst.'

Shine is er persoonlijk van overtuigd dat de dieren bestaan, al heeft hij ze zelf alleen nog maar op zijn sonarscherm gezien. De laatste visuele waarneming dateert van afgelopen april. 'Een paar mensen van een hotel dachten dat ze een zeehond zagen en beseften toen dat het dier veel groter was dan een zeehond.'

Het team van Andy Gray, managing-director van Ocean Scan, en normaal werkzaam in opdracht van de offshore-industrie op de Noordzee, heeft de handen vol met de bediening van zelf meegebrachte apparatuur ter waarde van de hoofdprijs van deze wedstrijd. Een klein bootje is volgestouwd met beeldschermen waarop, als bij een radar, door een roterende lijn steeds een nieuw beeld wordt opgebouwd van kleine, fel gekleurde vierkantjes die de ingewijden veel zeggen over de aard van de teruggekaatste sonargolven. 'Hiermee kan je een bierblikje op twintig meter diepte lokaliseren', verzekert Gray. 'Onderscheid tussen bij voorbeeld steen en metaal is geen probleem. Een vis is ook duidelijk. Die herken je verder doordat ze bij de volgende beeld-opbouw op een andere plaats zitten.'

Wordt er iets vreemds gelokaliseerd, dan komt de ROV in actie de Remote Operated Vehicle, ofwel een onbemande mini-onderzeeer aan een honderd meter lange kabel. ROV's in alle soorten en maten inspecteren op de Noordzee de onderstellen van boorplatforms en in tegenstelling tot de sonar geeft het tv-scherm van de ROV een duidelijk herkenbaar beeld voor wie wel eens bij de visboer komt. Glashelder zien we in boot twee een paling op zeventig meter diepte over de Loch-bodem kronkelen. Helaas ziet de videocamera in de neus van de ROV maar vijf a tien meter, terwijl de sonar tien tot twintig keer zo ver komt.

'Een van de redenen om hieraan mee te doen, was dat wij wat nieuwe apparatuur wilden testen onder heel andere omstandigheden dan in de Noordzee', aldus Gray, die het onderzoek leidt met het enthousiasme van een zeeverkenners-hopman. Niet toevallig gebeurt dat op de plaats waar het monster het vaakst gezien is. Gray: 'Als er hier nu een zit, dan zien we hem zeker.'

De prijs zou daarmee allerminst zijn gewonnen, want Ian Bishop, plaatsvervangend hoofd zoologie van het voorname Natural History Museum en voorzitter van de jury, neemt met niets minder genoegen dan met een stuk monster of met een heel exemplaar. Toch zijn er geen harpoenen aan boord, want het dier is sinds de jaren dertig wettelijk beschermd als het bestaat. Terwijl de ROV brommende testrondjes draait, verduidelijkt Bishop: 'Wij zijn wereldexperts op het gebied van dierdeterminatie, maar niet in het beoordelen van foto's of sonarbeelden.'

Gelet op zijn 'zware' positie in de officiele wetenschap, is hij redelijk optimistisch over de kans dat het monster bestaat: 'Er is heel weinig bekend over Loch Ness, omdat het zo ontzettend diep is, maar wel staat vast dat er genoeg voedsel is voor een populatie grote carnivoren. Er is veel onverklaarbaars gezien. Al die waarnemingen, daar kan je gewoon niet omheen. Maar of de verklaring een natuurkundige of een biologische is, dat durf ik niet te zeggen.'

Cheque

De redenering van Bishop en de organisatie is dat van de honderd mogelijke monsters er ook af en toe een dood moet gaan, dat de botten redelijk goed bewaard blijven in het water, en dat die dus te vinden moeten zijn in theorie. De delegatie van William Hill bevestigde desgevraagd dat zij wel een cheque bij zich heeft, maar dat het 'hoogst onwaarschijnlijk' is dat die zal worden ingevuld. En daarin kreeg men gelijk. Gisteren om 14.30 uur was de oogst van de wedstrijd beperkt tot een voorwerp op het sonarbeeld van acht meter lang en op veertig meter diepte. Bij twee rondgangen van de roterende lijn op het beeldscherm bleef het op zijn plaats, bij de derde keer, twintig seconden later, was het ineens weg... Maar waarheen? De ROV kwam er niet eens aan te pas.

Ook andere tactieken boden geen uitkomst. Een ROV van een ander team, niet door sonar gesecondeerd, was ter compensatie uitgerust met een monsterkop. Dat het monster het afgelopen weekeinde toch nog vele tientallen malen onverwacht opdook, werd door de omstanders steeds met luid gejuich begroet, maar kwam het onderzoek niet ten goede.

De methode van 'Screaming Lord Such' een acteur die sinds enige tijd in tijgerpak en met hoge hoed het Britse politieke leven opfrist oogstte evenmin succes. Tot vreugde van een Japanse televisieploeg had hij een metersgroot anker meegenomen met de tekst 'Pay your poll tax', met daarbovenop een Thatcher-masker bevestigd. Door het geheel in het water te gooien, verklaarde hij op een geimproviseerde persconferentie, zou het monster prompt het Loch verlaten. Zo niet, dan zou hij dat proberen te bewerkstelligen door de sandwiches die British Rail in de restauratiewagons verkoopt, in het Loch onder te dompelen. Helaas, het mocht allemaal niet baten.

Maar tjongejonge, wat is Schotland mooi in de herfst. Dat de plaatselijke Tourist Board de jachtpartij mede mogelijk maakte, was volkomen terecht.

Voorlaatste jacht naar het monster van Loch Ness in 1987: Operation Deepscan

Foto AP

    • Michiel Hegener