Omzichtige manoeuvres rondom DDR-schrijvers

FRANKFURT, 8 okt. De Westduitse schrijversbond wil niet samengaan met de Oostduitse schrijversbond. Dit heeft de Westduitse bond tijdens de Frankfurter Buchmesse bekend gemaakt. Schrijvers in het gebied van de voormalige DDR zouden echter de gelegenheid moeten krijgen zich individueel aan te melden bij de overkoepelende Duitse Media-vakorganisatie. Deze nieuwe leden zouden vervolgens op lokaal en regionaal niveau eigen afdelingen moeten vormen, waarna aansluiting bij de schrijversbond mogelijk wordt.

De Westduitse schrijversbond wil hiermee voorkomen een zeer kostbare en bureaucratische organisatie te 'erven', die bovendien meteen een meerderheid zou vormen. De nieuwe afdelingen in de gekozen structuur zouden zo minder belast zijn door besluiten uit het verleden. Ook wil men zo voorkomen dat men 'oneigenlijke leden' moet royeren. Het bestuur en de organisatie van de Oostduitse bond zijn de laatste decennia hecht verweven geweest met de politieke organen en de veiligheidsdienst, en het zou niet eenvoudig zijn om op korte termijn de 'goede' schrijvers van de 'foute' te scheiden.

De voorgestelde procedure heeft de instemming van het nieuwe bestuur van de Oostduitse schrijversbond. Drie bestuursleden van deze bond, Rainer Kirsch, Joachim Walter en Bernd Jentzsch, zijn op dit moment al als toehoorders in het Westduitse bestuur opgenomen.

De gezamenlijke schrijvers hebben een onderzoek aangekondigd naar het functioneren van de vroegere Oostduitse bond. Niet om wraak te nemen, maar om te zien hoe en wanneer een kunstenaarsorganisatie in een te afhankelijke positie terechtkomt. Ook wordt gekeken of de vroegere DDR-schrijvers in het nieuwe Duitsland extra steun nodig hebben. In de communistische tijd kregen vele honderden schrijvers een volledig salaris, maar slechts enkelen zullen onder de kapitalistische verhoudingen van hun royalties kunnen leven.

Voor de komende weken is een aantal discussieavonden georganiseerd waar 'bruggen moeten worden gebouwd tussen schrijvers die uit de Oostduitse schrijversbond zijn gegaan en schrijvers die lid zijn gebleven'. Op 24 oktober vindt in het Nationale Theater in Weimar bijvoorbeeld een grote bijeenkomst plaats, met onder anderen Volker Braun, Heinz Czechowsky, Martin Walser, Ludwig Harig en Wolfgang Hilbig.

Bij de organisaties voor uitgevers en boekhandelaren in de beide delen van Duitsland is aanzienlijk minder vrees voor ruzies en cultuurverschillen. Tijdens de afgelopen 42ste Buchmesse werd duidelijk dat de bestaande structuren al voor een groot deel in elkaar zijn opgegaan. Zo is voorlopig besloten de boekenbeurzen in Oost en West-Duitsland, in Frankfurt en Leipzig, naast elkaar te laten voortbestaan, maar dan wel als manifestaties van een verenigde boekenbond. De boekenbond is daarmee een van de eerste organisaties in Duitsland die kiest voor een volledige samensmelting.

Op diverse manieren wordt aan de totstandkoming van de integratie bijgedragen. Voor de Oostduitsers vonden de afgelopen week in Frankfurt dagelijks cursussen plaats in de geheimen van het kapitalistisch georganiseerde boekenvak. Maar ook zonder die cursussen lieten verschillende Oostduitse uitgeverijen al merken dat ze de techniek van de reclame aardig beginnen te beheersen. Waren de DDR-uitgevers in vroeger jaren weinig geinteresseerd in publiciteit, nu hangen er sensationele affiches en is iedereen in voor een praatje.

Afgelopen donderdag presenteerden ook twaalf nieuwe uitgevers in de oostelijke landsdelen hun fonds: informeel geklede jongeren die, naar ze zeiden, allen actief waren geweest tijdens democratiseringsacties van het afgelopen jaar. Ze lieten weten geen enkele ervaring te hebben met persconferenties, maar brachten het er desondanks aardig af.

Een paar maanden geleden dachten ze nog met tot voor kort verboden onderwerpen en schrijvers een grote markt te kunnen veroveren. Nu worden ze geconfronteerd met een gigantisch Westduits aanbod. Een uitgever die eindelijk met veel moeite een Oostduitse editie van Nietzsche had voor elkaar had gekregen, moet nu ervaren dat het waarschijnlijk voor niets is geweest. In het westen zijn immers tientallen Nietzsche-titels verkrijgbaar, zeer goed verzorgd en deskundig geannoteerd.

Inmiddels is duidelijk geworden dat het Oostduitse Aufbau Verlag op zoek is naar een koper. De uitgeverij die tot enkele maanden geleden eigendom was van de communistische partij, is door alle ontwikkelingen in liquiditeitsproblemen geraakt. Als zich op korte termijn geen bank garant stelt, wil men zich laten overnemen door een andere, liefst verwante uitgever. Aufbau Verlag brengt in dat geval tenminste twee belangrijke Duitse schrijvers mee, Chista Wolf en Christoph Hein, schrijvers die, naar het er nu naar uitziet, niet over willen stappen naar hun Westduitse uitgever, Luchterhand Verlag.

Andere schrijvers is Aufbau Verlag vorige week kwijtgeraakt. Onder hen bevindt zich Bertolt Brecht. Toen de nu overleden schrijver in 1950, na de deling van Duitsland overging naar Aufbau Verlag, heeft hij vastgelegd bij een hereniging van zijn land weer terug te gaan naar zijn oude uitgever, Suhrkamp. Oostduitsers die nog Brecht willen lezen zullen voortaan bij een kapitalistische uitgever moeten aankloppen.

Welke gevolgen de Duitse eenwording voor de literatuur heeft, is op dit moment onderwerp van hevige debatten. In de Frankfurter Allgemeine heeft literatuurredacteur Frank Schirrmacher maar meteen het einde van de literatuur van de Bondsrepubliek aangekondigd. Hij gaat er van uit, dat zijn land de afgelopen dertig jaar een nationale mythologie heeft gekend die omstreeks 1960 door enkele grote naoorlogse schrijvers als Martin Walser, Heinrich Boll, Gunter Grass, Uwe Johnson, en Ingeborg Bachmann is bepaald. Zij vormden al die jaren 'de Duitse canon'. Ze schilderden Duitsland af als schuldige natie en als verliezer, als dader en slachtoffer tegelijk. Hun tijd zou nu, volgens Schirrmacher, voorbij zijn.

Wat daar ook van waar is, zeker is dat de Duitse literatuur dit najaar een grote opleving laat zien. De supplementen die ter gelegenheid van de Messe zijn verschenen, staan vol met nieuwe Duitse titels en er zijn vrij veel goed ontvangen debuten. De thema's die worden aangeroerd lijken echter nog sterk op de thema's van voorafgaande jaren. Nog altijd wordt er veel aandacht besteed aan het Duitse verleden en het milieu. Alleen is de omvang van het verleden nu wat uitgebreid. Naast het Derde Rijk en het linksradicale terrorisme uit de jaren zestig, begint het leven in de DDR, met name het probleem van de collaboratie een steeds grotere rol te spelen.

De meeste waardering krijgt echter Weh dem der aus der Reihe tanzt, een autobiografische roman van Ludwig Harich. Harich beschrijft hierin de fascinatie die een jongetje in de jaren dertig kon voelen voor het fascisme. De schrijver was in die tijd zelf een fanatiek trommelaar van de Hitlerjugend en in zijn boek gaat hij na waardoor hij werd meegesleept in daden die hij nu verafschuwt.