Kinder-topconferentie toont menselijke kant van het drama

Roberto Rossellini, de grote Italiaanse neo-realistische filmer, merkte eens in een prive-gesprek op: 'Om een of andere mij onduidelijke reden worden mensen zich aan het eind van een millennium ineens bewust van de noodzaak hun kinderen te beschermen en hun toekomst zeker te stellen'. Hij veronderstelde dat wij diep in onze genen zijn geprogrammeerd om te zorgen voor de continuiteit van onze soort telkens wanneer die in acuut gevaar komt te verkeren.

Je hoeft geen zwartkijker of doemdenker te zijn om aan te nemen dat we op het ogenblik, aan het eind van het tweede millennium na Christus, zo'n traumatische periode doormaken: dat is meer dan zonneklaar. Opnieuw verschijnt een gek als Herodes, in dat zelfde gebied waaruit zoveel goed en zoveel kwaad is voortgekomen, en dreigt dood en verderf te zaaien met zijn arsenaal aan giftige chemicalien en zware explosieven. Hoopvolle mensen hebben geopperd dat de crisis wellicht kan worden benut voor de oplossing van een ander nijpend probleem, van mensen op zoek naar een vaderland voor hun gezinnen, en voor de kinderen van de intifadah die hun geboorterecht op een jeugd hebben opgegeven om een steen te werpen voor een beloofde toekomst. Maar die mogelijkheid lijkt al even vol van gevaren als de crisis. Andere krankzinnigen in zo ver uiteenliggende oorden als Zoeloeland, Kashmir en Sri Lanka moorden ijverig hele families uit in naam van hun exclusieve merk sub-nationalisme, het nieuwe stambewustzijn waarmee de wereld is besmet.

Ho, zult u zeggen: er is de afgelopen jaren toch veel goeds tot stand gekomen, zoals het verdrag waarbij de supermachten hun aantallen middelver reikende kernwapens met de helft hebben verkleind. De repliek op deze interruptie komt van de astronoom Carl Sagan: stel u voor een kamer die blank staat van de benzine. Twee mannen hebben zich daar ingesloten met elk een lucifersdoosje, een met dertien en een met twaalf lucifers. Die mannen sluiten een verdrag waarbij het aantal lucifers wordt teruggebracht tot respectievelijk zes en vijf. Hoeveel veiliger maken ze daarmee de kamer waarin ze zitten, of het huis waartoe de kamer behoort? Niet zo heel veel, of vindt u van wel?

Hoopvolle tekens

Natuurlijk doen zich ook wonderbaarlijk hoopvolle tekenen des tijds voor. Het schijnbaar niet te stuiten streven naar vrijheid en democratische regeringsvormen doet her en der de veronderstelling ontstaan dat leven in vrijheid niet zo maar een kwestie van menselijke wetgeving is, maar teruggaat op de fundamentele wetten van de evolutie. En dat maakt de gevaren des te grimmiger en dreigender, omdat ze zo pervers en uit den boze lijken, juist nuzich ongekende perspectieven openen vol beloften van een betere wereld voor onze kinderen.

Deze hoopvolle tekenen dat de 21ste eeuw wellicht een betere tijd voor onze kinderen en kleinkinderen zal brengen waren voor 75 staatshoofden en regeringsleiders aanleiding hun dagelijkse beslommeringen achter zich te laten en de door UNICEF georganiseerde Kinder-topconferentie op 30 september in New York bij te wonen. Het was een bijeenkomst zoals die nog niet eerder in het 45-jarig bestaan van de Verenigde Naties is gehouden. Het protocol noch de heersende stemming lieten ruimte voor de eindeloze ceremoniele toespraken of het rituele politieke geschmier dat de massale aanwezigheid van de machtigen der wereld doorgaans uitlokt. En de meesten hadden dan ook iets gewichtigs mee te delen: nog maar zeven jaar geleden was niet meer dan twintig procent van de kinderen in de ontwikkelingslanden ingeent tegen difterie, kinkhoest, tetanus, tuberculose, mazelen en polio, de zes te voorkomen ziekten waar dagelijks 40.000 kinderen aan sterven of door worden verminkt.

Door een reusachtige politieke wilsinspanning waaraan staatshoofden, regeringen, alle godsdiensten, onderwijskrachten, Rotary-clubs en andere particuliere organisaties van zakenlieden, beroepsgenootschappen en volksbewegingen als de Sarvodaya ('zelfhulp') in Sri Lanka en de Naam ('volk') in Burkina Faso hebben meegedaan, is het aantal inentingen verdrievoudigd en in veel gevallen verviervoudigd. En dat is nog niet alles: door nationale campagnes die tal van landen hebben gehouden is het gebruik van het simpele zout-, suiker- en watermengsel dat kinderen met diarree van de dood door uitdroging redt, algemeen verbreid geraakt. Nog maar enkele jaren geleden stierven per jaar vijf miljoen kinderen nodeloos om deze absurde reden.

Ouders

Maar misschien is het belangrijkste dat de ouders die aan deze ontwikkeling meewerkten gemotiveerd zijn geraakt door de wetenschap dat ze iets kunnen veranderen aan wat ze vroeger toeschreven aan 'het noodlot'. En dat ze kunnen eisen dat de gezondheidszorg hun kinderen beschermt tegen onnodige sterfte en ziekte. In vele landen waar vroeger zo'n honderd op de duizend kinderen hun eerste verjaardag niet haalden, is de zuigelingensterfte gedaald tot onder in de twintig promille. En als kroon op het werk hebben vele landen die de topconferentie bijwoonden de vorig jaar door de Algemene Vergadering aanvaarde VN-Conventie voor de Rechten van het Kind geratificeerd. Al met al een opmerkelijk resultaat.

Natuurlijk is er nog altijd veel te doen. Honger en ondervoeding zijn nog schering en inslag en vele kinderen die hun vroegste jaren hebben overleefd kwijnen langzaam weg en zullen de rest van hun leven lichamelijk en geestelijk geschonden blijven door ondervoeding in de zuigelingentijd. In tal van landen ligt de hongersnood achter een nabije horizon op de loer, zoals in Ethiopie, waar het leven van mensen die maar net van de grondopbrengst kunnen leven, wordt verwoest door een combinatie van droogte en oorlog. Een van de grote toekomstbeloften is dat de democratische tendens aan kracht zal winnen en dat autoritaire manieren van regeren zullen plaatsmaken voor democratische instellingen. Want zoals de eminente Indiase econoom dr. Amartya Sen betoogt: in democratieen met een vrije, actieve pers, heeft zich nog nooit een hongersnood voorgedaan. Democratische regeringen zijn te kwetsbaar voor openbare kritiek om een hongersnood te kunnen laten optreden die had kunnen worden vermeden.

Toekomstbeeld

De Kinder-topconferentie toonde de menselijke kant van het drama dat zich voltrekt in de woestijnen van het Midden-Oosten. Dezelfde regeringen die ginds hun rol spelen in dat grimmige spel van leed en verwoesting wendden hier de blik van dat naargeestige perspectief af naar een toekomstbeeld van humane, realistische hoop. Zullen zij bij terugkeer bereid zijn de behoeften van het kind hoog op hun lijst van prioriteiten voor het tijdperk na de koude oorlog te plaatsen? Zullen zij gehoor geven aan het indringend appel dat de verlichte Franse filosofe Simone Weil aan het eind van de Tweede Wereldoorlog maakte en 'een begroting voor de eeuwigheid maken'?