Hollandse 'Orpheus' bij Forum is cabaret voorgymnasiasten

Orphee aux enfers van Jacques Offenbach was in de tweede helft van de vorige eeuw een vrolijke muzikale komedie met een scherpe satire op politieke, sociale en artistieke wantoestanden en schandalen in het Frankrijk ten tijde van het Seconde Empire. Kritiek op keizer Napoleon III was een gedurfde affaire in een tijd dat de censuur nog maar net was afgeschaft.

Orpheus in de onderwereld, in de vertaling van Willem Wilmink en bij Opera Forum geregisseerd door Leonard Frank, is gedegradeerd tot cabaret voor gymnasiasten. De tijdgebonden satire op de Franse zeden van 140 jaar geleden is terecht weggepoetst, maar daarvoor is helaas niets in de plaats gekomen. Wat nu wordt vertoond is het skelet een parodie op de Griekse mythe van Orpheus en Euridice, wier lot hier wordt bestierd door goden met Latijnse namen.

Het verhaaltje dat een ondergeschikte functie had, niet meer dan een aanleiding voor het uitdelen van rake tikken, is nu tot hoofdzaak gepromoveerd. Een avond lang kijkt men naar een Nederlandse verbeelding van de in meer of mindere mate immorele toestanden op de Olympus en in de Hades te Griekenland, drieduizend jaar geleden. Het dramaturgisch concept van Marjon Hoedeman verbood helaas de geelimineerde verouderde maatschappijkritiek te vervangen door actuele grappen en toespelingen: de paralellen tussen het stuk en de eigen tijd moesten immers worden 'blootgelegd door een serieus te nemen enscenering op basis van een dramaturgische analyse.'

Wel, wantoestanden zijn tegenwoordig ook zonder hulp van dramaturgen wel op te merken, maar mij lukte het niet om tijdens de voorstelling een gedachte te wijden aan het kabinet Lubbers-Kok, aan paspoorten, vis of mest, aan Braks en Van der Linden, de tragisch snevende helden van onze tijd, of aan wat er dan ook buiten het theater aan merkwaardigs of verwerpelijks gebeurt, en dat is toch veel.

Dat kwam overigens niet doordat deze Orpheus zo onderhoudend was en zeker niet door de Nederlandse vertaling van Wilmink, die helaas slechts voor een derde verstaanbaar was. Bij nalezing thuis bleek de tekst wel aardig en gelukkig meestal volgens het rijmschema a-b-a-b, maar toch te keurig braaf en te weinig spits.

Nee, voor mij als toeschouwer was vooral deze enscenering een actuele wantoestand. Natuurlijk zit er toch een vleugje van de eigen (zeer Nederlandse) tijd in, zij het slechts in de wel zeer traag verlopende eerste acte, waar de Publieke Opinie, eer ze de trein pakt, zingt dat de wereld vergaat door seks en drugs en pijptabak en waar een kleurige sportfiets het symbool is voor het verlangen naar materieel geluk en een wereld zonder kleine criminaliteit.

Maar de rest van de voorstelling blijft zoetsappig hangen in een ouderwets knullige hutspot van diverse genres: musical, operette, quasi-cabaret en revue. De uitvoering is oubollig en met vele cliches, inclusief die vreselijk nadrukkelijke dictie die bij operette onuitroeibaar is. Alleen als Max van Weegberg als Jupiter is veranderd in een bromvlieg of een kolderiek dansje maakt is het wel even grinniken.

Het beste van de voorstelling is nog de geanimeerde begeleiding door het Forum Orkest onder leiding van Jules van Hessen. De vocale prestaties van de geheel Nederlandse cast varieren van redelijk tot goed, al klonk het sopranenkwartet in de hymne tot Bachus soms als gierend geknierp. Jammer dat Jenny Arean als Publieke Opinie zo'n kleine rol heeft, zij beheerst dit genre als enige werkelijk overtuigend. En als Offenbach dan inderdaad serieus moet worden genomen, waarom dan geen hommage aan hem in de vorm van een perfecte en oogverblindende cancan?