Hirsch Ballin richt zich op de buit; Justitia's ridder tepaard is een struikrover geworden

Eervorige week presenteerden de bewindslieden op Justitie de Nota Recht in Beweging aan de pers als een concreet plan van aanpak om de kwaliteit van de 'rechtsverzorging' in ons land de komende jaren stap voor stap daadwerkelijk te verbeteren. Dat klinkt hoopgevend.

Het Rotterdamse gemeentebestuur, dat zich nog recentelijk zorgen maakte over de gebrekkige toegankelijkheid van de sociale voorzieningen voor vooral de oudere inwoners van zijn stad, zal ongetwijfeld denken dat zijn financiele armslag nu zal worden vergroot om de rechthebbenden die onvoldoende gebruik maken van hun rechten omdat ze onvoldoende geinformeerd zijn, meer service en informatie te kunnen verschaffen.

Wijkagenten zullen enthousiast knikken en hun werk bestaande uit recht en verzorging weer meer gewaardeerd achten. Opslag en promotie zullen eindelijk ons deel zijn, zo zullen ze denken, net zoals al degenen die de jeugd via hulpverlening uit onze gevangenissen houden.

Juristen, die al in de jaren zeventig hun zorg uitspraken over een uitdijende bureaucratie en de discrepantie tussen de theorie van meer aanspraken en de praktijk van verminderde toegankelijkheid van het recht, zullen verwachten dat eindelijk een belangrijke doorbraak op het gebied van bestuurlijke vernieuwing tot stand zal worden gebracht.

Ook de verwachtingen van hen, die de sociaal-democratie een warm hart toedragen met de klemtoon op sociaal en democratisch, zullen hooggespannen zijn. Zal er dan toch weer serieus aandacht worden besteed aan participatie, aan rechtsgelijkheid en gelijke kansen, aan kwaliteit van de rechtsbescherming?

Helaas, zij allen zullen bij bestudering van de Nota Recht in Beweging worden teleurgesteld. Het is helemaal niet de bedoeling dat de toegankelijkheid van het recht in de zin van rechtsaanspraken wordt vergroot. De weegschaal van rechten en plichten was al teveel zo konden we ook al in de Nota's van Korthals Altes lezen naar de rechten-kant doorgeslagen, dus ouderen in de grote steden kunnen het wel vergeten, evenals hun gemeentebestuur. Voor rechtshulp zullen zij dan ook meer moeten gaan betalen.

Ook al diegenen die ondanks hun maatschappelijk relevante werk in hun politieapparaat toch al als wijkzusters werden aangemerkt, zullen nu een andere baan moeten gaan zoeken of eieren kiezen voor hun schaarse geld.

Opvallend is dat de schrijvers van de Nota Recht in Beweging naast beleidsstukken vrijwel geen rechtssociologische literatuur blijken te hebben verwerkt. Hadden ze dat wel gedaan dan hadden ze, zoals eertijds Schuyt c.s. in 'De weg naar het recht', juist moeten constateren dat 'de werkwijze van een aantal overheidsinstellingen en andere organisaties is te beschouwen als een belangrijke producent van verwaarloosd onrecht.'

'Een gebrek aan zorg' van de kant van bureaucraten, zo schreven zij in 1976, is kenmerkend voor onze tijd. Een dergelijke analyse heeft helaas nog niets aan actualiteit ingeboet. Toch komt qua bestuurlijke vernieuwing de Nota niet verder dan meer (strafrechtelijke) handhaving, betere wetgeving (maar dat wisten we al) en meer netwerken een term die komt uit het opbouwwerk en de vrouwenbeweging maar waar die netwerken uit zouden moeten bestaan, wordt nergens duidelijk uitgewerkt.

Ook de stemmers op de PvdA-lijsttrekker Kok, die een ander en sociaal vernieuwend beleid in het vooruitzicht stelde, kunnen slechts constateren dat het recept tegen criminaliteit alweer meer van hetzelfde zal zijn: dus meer gevangenissen, meer en hogere boetes, meer nadruk op recherchetaken en meer nadruk op bevoegdheden voor de politie.

Dat is eigenaardig omdat dit recept, afgaande op het toch nogal sombere beeld dat de Nota van het huidige criminaliteitsniveau schetst, zo duidelijk lijkt te hebben gefaald.

Taboe doorbroken

Toch zijn er naast taalkundige vernieuwingen (zoals het gebruik van de term rechtsverzorging) nog enkele andere vernieuwingen in vergelijking met de Nota's Criminaliteit en Samenleving aan te wijzen. Maar of we daar zo blij mee moeten zijn, is de vraag. Met het accent dat in de Nota Recht in Beweging wordt gelegd op allochtonen als probleemveroorzakers wordt een taboe doorbroken. Blijkens enkele commentaren in de media wordt dit als zodanig reeds als een belangrijke stap voorwaarts gezien. Opmerkelijk zeker als men dat tegen het licht houdt van enkele andere taboes, zoals het stelselmatig verzwijgen van de resultaten van onderzoeken die erop wijzen dat juist de goedverdienende (blanke) mannen in Nederland degenen zijn die het meeste zwart bijverdienen.

Het doorbreken van het eerste taboe levert mijns inziens juist meer discriminatoire effecten op, zeker als het wordt gekoppeld aan intensievere binnenlandse controles, reservering van meer celruimte voor (ongewenste) vreemdelingen, en het oprichten van 'terugkeerbureaus'.

Het doorbreken van het tweede taboe zou wellicht eerder een relativering opleveren van het zwart-wit beeld over de stereotype plegers van criminaliteit.

Buit ontnemen

De Nota bepleit een zogenoemde 'buitgerichte benadering' (de daders van georganiseerde vormen van criminaliteit hun rijkdommen ontnemen) omdat het brede publiek daarom vraagt. En dat is dan meteen ook de reden om de wettelijke mogelijkheden daartoe aanzienlijk uit te breiden. Maar die buitgerichte benadering beperkt zich niet alleen tot deze vormen van criminaliteit. Het opvoeren van de strafrechtelijke handhavingsquote, het verhogen van boetes, de slachtoffertax, het zijn alle voorbeelden van diezelfde buitgerichte benadering. De Nota verwijt de samenleving in de jaren zestig en zeventig te inhalig te zijn geworden.

Helaas, zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten.

Voor Korthals Altes was Vrouwe Justitia nog een ridder te paard die te vuur en te zwaard de misdaad bestreed.

Onder Hirsch Ballin en Kosto lijkt deze ridder de gedaante aan te hebben genomen van een struikrover, die elk moment uit het niets te voorschijn kan springen onder de kreet: Hands up, je geld of je leven!