Heroische dansers en ragfijne prinsesjes

Het praktisch ontbreken in de provinciale schouwburgen van een nog steeds zeer geliefd, specifiek op het klassiek ballet gericht dansaanbod heeft ertoe geleid dat programmeurs in het buitenland op zoek zijn gegaan. Jarenlang verscheen het Roemeens staatsensemble Fantasio met slappe, pover gemonteerde aftreksels van Het Zwanenmeer en Giselle op de Nederlandse podia, maar nu wordt duidelijk naar betere kwaliteit gezocht. Zo is het Moskouse klassieke Staatsballet bezig met een uitgebreide tournee en ook het Central Ballet of China bezoekt een aantal Nederlandse steden. Die groep bestaat pas dertig jaar, is op Russische leest geschoeid en heeft een repertoire waarin de klassiek-romantische balletten uit de negentiende eeuw sterk zijn vertegenwoordigd.

Hier brengt het gezelschap onderdelen uit in dezelfde stijl ontworpen avondvullende balletten, gemaakt door eigen choreografen op Chinese thema's. Het is interessant te zien hoe in de balletten Het Nieuwjaarsoffer en Lin Dai Yu die streng gecodeerde westerse danstechniek harmonieus wordt verweven met elementen uit de folklore en de traditie van het Chinese theater. Ragfijne, bijna kinderlijk uitziende danseresjes trippelen sierlijk in kleurige Chinese kledij als delicate prinsesjes over het toneel. Ze manoeuvreren elegant met waaiers, lampjes en wapperende doekjes. Alle bewegingen zijn uiterst verfijnd, lichaamslijnen worden als dunne penstreken in de ruimte gezet. De mannen zijn krachtig en presenteren zich als heroische figuren.

In beide balletten wordt de onderdrukte positie van de vrouw in het feodale China aan de kaak gesteld. In Het Nieuwjaarsoffer gaat het om een wanhopige weduwe die tot hertrouwen gedwongen wordt hoewel de feodale traditie dat verbiedt, in Lin Dai Yu tracht de stervende gelijknamige heldin tevergeefs haar omgeving te ontvluchten. Voor de karakterisering van de personages wordt door de choreografen veelvuldig gebruik gemaakt van grote, lang uitgetrokken gebaren en poses. De groepsdansen zijn compositorisch vrij simpel en in symmetrische patronen opgezet. De techniek van de dansers is goed zonder briljant te worden en hun rolinterpretatie is onopgesmukt en direct. Het geheel is eerder lieflijk dan opwindend.

De laatste jaren wordt er niet alleen meer uit Russische bronnen geput, maar probeert directeur Li Chengxiang eigentijdse westerse choreografen aan te trekken. Zo werd het derde programmaonderdeel, Heliotrope, gemaakt door de Amerikaanse Margo Sappington, die in 1975 bij het Nederlands Dans Theater te gast was. Heliotrope is geen verhalend ballet maar een abstracte danscompositie uitgaande van de kleur paars, een geluk brengend symbool in het Oosten. Een goed ogende, vakkundig gemaakte choreografie zonder opmerkelijke inventiviteit, bekwaam en met veel spirit door de dansers uitgevoerd.