Bossanova's vol sensualiteit en humor

Lief en lijzig, dat was sinds Astrud Gilberto zo ongeveer het beeld dat wij van de Braziliaanse zangcultuur hadden. Onderkoeld, op zijn best onderhoudend en altijd lichtgewicht als een op maat gesneden tropenkostuum, zo klonk een Braziliaanse vocalist. Tot zaterdag Leny Andrade verscheen, en haar zeker tweehonderd pond volledig in de strijd wierp om de laffe nasmaak van vals gekweel rigoureus weg te spoelen.

Een bossanova is gewoon een samba en moet vooral zo worden gespeeld en gezongen: ritmisch, vet en sensueel. Leny Andrade heeft een gespierde en fraai gesluierde alt en gebruikt die op een zeer effectieve manier. Op haar eerste in Nederland verschenen cd, Luz Neon (Timeless), vallen haar mooie geluid en haar goede timing op, in Paradiso voegde zij er door moed, humor en enthousiasme nog veel aan toe. Knap waren haar met de pianist meegezongen unisono's in Batida Differente, meeslepend was haar pathos in de ballads Didi en het als toegift gezongen Corcovado, de laatste ontdaan van elke hitpretentie. Vaarwel laffe Braziliaanse cocktailmuziek, leve Leny Andrade.

Ook de band van vibrafonist en marimbaspeler Ben Gerritsen wist eerder op de avond in het BIMhuis verre te blijven van bleekzucht en gemakkelijk succes. Gerritsen is geen revolutionair of hemelbestormer, maar hij weet binnen de tonale en ritmische tradities gewoon frisse ideeen te opperen om niet te gaan vervelen.

Zijn composities zitten gedegen in elkaar en bestrijken het hele terrein van de naoorlogse jazzmuziek. Het op de muziek van Thelonious Monk geinspireerde Closely bleek een goed uitgangspunt voor alert samenspel en Looking For bevatte een frisse vibrafooncadens. In African Lady tenslotte kwamen de kwaliteiten van de groepsleden optimaal bij elkaar: de knappe 'Flatterzunge'-techniek van saxofonist Leo van Oostrom, het structuurbewustzijn van Gerritsen, ook op marimba, en de ongelooflijke timing van slagwerker Johnny Engels. Van Rio tot Amsterdam: sommigen lijken 'het' van nature te hebben.