Arrogant en intelligent; VVD'er F. Bolkestein

Frits Bolkestein zat in 1978 nog maar net in de Tweede Kamer of het geschrijf en gepraat over hem begon al. Hij gaf daar aanleiding toe, doordat hij zich niet hield aan de kennelijk geldende regel dat debutanten eerst maar eens een tijdje hun mond moeten houden en toekijken. Bolkestein had over bijna alles een opvatting. De reacties daarop waren dikwijls niet mals: men vond hem ambitieus, arrogant, afstandelijk, gevoelloos. Intelligentie en ook kennis van zaken wilde men hem zeker niet ontzeggen, maar zelfs zijn goede eigenschappen werden liefst voorzien van het woordje 'te'.

Ook in de eigen VVD-kring keek men wat vreemd aan tegen dit on-Nederlandse fenomeen van een man die zonder schroom meedeelde dat hij veel dingen beter wist dan anderen en die al na korte tijd openlijk constateerde dat hem wat capaciteiten betrof hogere functies wachtten. Oordelen over hem werden vaak beinvloed door de vrees onder de voet gelopen te worden door zijn in het multinationale bedrijfsleven ontwikkelde attitude tegenover de politiek van: als ik er even met de bezem doorheen zou mogen gaan, was alles snel weer in orde. Concreet werd die angst zelfs toen zijn naam al in 1979 de ronde begon te doen als opvolger van de VVD'er C. van der Klaauw als minister van buitenlandse zaken.

Het geschrijf over de nu 57 jaar oude Bolkestein is nooit opgehouden en bijna zonder uitzondering tot in deze tijd komen begrippen als 'arrogant' en 'ambitieus' er in voor. Toen hij in 1982 niet minister, maar staatssecretaris werd (van buitenlandse handel) weet men zijn bedinging zich in het buitenland 'minister' te mogen noemen vooral aan zijn 'te' grote ego. Collega-politici en de meeste media weigerden in te zien dat dit voor een zo sterk van export afhankelijk land een voordeel zou kunnen zijn. Vrijwel overal buiten Nederland spelen dergelijke vormzaken een wezenlijke rol in het sociaal verkeer.

Het oordeel over Bolkestein is inmiddels veranderd. Politieke vrienden zowel als tegenstanders hebben nu een houding van: hij blijft een wat vreemde eend in de bijt, maar eigenlijk is hij wel in orde. Toen hij en anderen in de verkiezingsstrijd van 1977 van de VVD-campagnecommissie het verzoek kregen thema's op te geven voor spreekbeurten in het land gaf nieuwkomer Bolkestein er ten minste tien op. Dat werd toen parmantig gevonden, tegenwoordig weet men dat hij op zeer veel terreinen een discussie op hoog niveau kan voeren, of die nu over grondstoffenprijzen, over de schrijver Vargas Llosa, over de toekomst van de NAVO, over het Sovjet-nationaliteitenprobleem, Arabisch terrorisme of de '68-beweging' gaat.

Heel voorzichtig klinkt tegenwoordig vaak enige bewondering door, zonder dat Bolkestein zelf in zijn houding veel heeft veranderd. Hij zou daar ook nauwelijks toe in staat zijn, want de kritiek over zijn wijze van optreden schijnt nauwelijks tot hem door te dringen. Hij praat er wel over, maar vrijwel steeds om niet zichzelf, maar degene die de opmerking heeft gemaakt ermee te typeren. Bolkestein ziet zichzelf helemaal niet als arrogant. Wel als duidelijk, maar dat vindt hij een deugd in de politiek; dat zou iedereen behoren te zijn.

Meegevallen

Naarmate het tijdperk-Bolkestein in de Nederlandse politiek vordert, komen er meer mensen die de politicus positief waarderen. 'Wij hebben geweldig tegen zijn komst opgezien. Maar hij is buitengewoon meegevallen', zegt een naaste medewerker uit Bolkesteins periode als minister van defensie in 1988/89, waaraan door de kabinetscrisis een einde kwam. 'Ik kon uitstekend met hem overweg, prima. Hij besprak alles met je en hij luisterde ook naar je, maar hij had wel zijn eigen beleidslijn uitgezet, waar hij niet makkelijk van afweek', aldus deze zegsman die anoniem wil blijven.

Bolkesteins gevoel voor sociale omgang is in de ogen van dezelfde oud-medewerker slecht ontwikkeld. 'Een gesprek moet een bepaald niveau hebben, anders raakt hij snel z'n interesse kwijt. Als we ergens in het buitenland in een groep met andere bewindslieden en ambtenaren stonden te praten, kwam het geregeld voor dat Bolkestein ineens afhaakte. Dan ging hij de krant zitten lezen. Dat kwam wel eens wat hufterig over.'

Commissaris E. Werner van de Koninklijke Shell Groep, die Bolkestein in 1970 voor het eerst binnen het concern ontmoette, komt met vergelijkbare beelden over zijn nu tot politiek leider van de VVD opgeklommen oud-werknemer: 'Ik geloof dat ik dit zo langzamerhand wel kan vertellen', zegt Werner glimlachend. 'Bolkestein kwam destijds, ik geloof in 1976, in Parijs naar me toe en zei dat hij ontslag ging vragen, omdat hij de politiek in wilde. Joh, zou je dat nou wel doen, weet je wel zeker dat dat een goede keuze is, vroeg ik. Ik weet het natuurlijk ook niet zeker, zei hij, maar ik geloof dat ik iets voor het land kan doen. Zo'n uitspraak typeerde hem. We hebben er nog wat over verder gepraat, maar hij bleef bij zijn besluit. Hij hoefde van ons niet weg, hij had bij Shell nog vele mogelijkheden en dat wist hij.'

Bolkestein was op dat moment lid van de raad van bestuur van Shell Chemie Frankrijk. Vanaf 1960 had hij bij het concern gewerkt, achtereenvolgens in Tanzania, Honduras, El Salvador, Indonesie en Parijs. Ook het oordeel in deze ondernemerskring wijkt niet veel af van dat in het wereldje van het Binnenhof, al worden Bolkesteins eigenschappen daar meer als deugd ervaren. Hoewel, niet overal. Zijn zelfverzekerde optreden maakte hem volgens Shell-commissaris Werner veel geschikter voor Frankrijk dan voor Indonesie. 'Hij had wel iets van dat Franse in zijn gedrag, dat volledig ontbreken van zelftwijfel. Hij paste wellicht zelfs beter in Frankrijk dan in Nederland', aldus Werner, die er als VVD'er aan toevoegt op dit moment Bolkestein 'de juiste man op de juiste plaats' te vinden. 'Als oppositieleider komt hij krachtig over. De VVD is daar goed mee af.'

Opleving

Het VVD-Kamerlid Weisglas, die in 1982 Bolkestein opvolgde als fractie-specialist voor buitenlandse kwesties, spreekt zelfs van een 'opleving' in de fractie sinds Bolkestein dit voorjaar het fractievoorzitterschap van Voorhoeve overnam. Het elan dat zoek was na de verkiezingsnederlaag van vorig jaar en de daarop volgende partijruzie, is volgens Weisglas terug. Wie met fractiemedewerkers van verschillende partijen praat, krijgt een bevestiging van die waarneming. Het optreden van de VVD-fractie is veel zelfbewuster geworden, zeggen ze. 'Ze hebben, geloof ik, weer wat beter voor ogen waar ze mee bezig zijn. Dat moet Bolkesteins invloed zijn', zegt een PvdA-medewerker op het Binnenhof.

Nu maakte de fractie ook in 1986 een opleving door, nadat Voorhoeve het politiek leiderschap van E. Nijpels had overgenomen. Die opleving duurde slechts een jaar. Voorhoeve miste het juiste elan om blijvend voor inspiratie te zorgen. In 1986 ging praktisch gesproken de hele Haagse 'classe politique' er automatisch van uit dat Bolkestein zichzelf als kandidaat naar voren zou schuiven voor de opvolging van Nijpels. Hij had immers de eerste steen naar de politiek leider gegooid met een rede in de fractie, waarin hij de intellectuele armoede van de VVD met Nijpels schetste. Toch werd Bolkestein het niet, de partij was nog niet rijp voor hem.

Dat dit vier jaar later wel het geval was, laat zich niet alleen verklaren door een gebrek aan alternatieven. Bolkestein was verder in aanzien gegroeid. In de eerste plaats door het eerder geschetste proces waarin een toenemend aantal mensen ontdekte dat de facade van Bolkestein dan wellicht wat arrogant was, madat er ook iets achter zat. In de tweede plaats deed hij het ook als minister van defensie goed, verwierf hij snel aanzien in het buitenland en discussieerde hij op zakelijke wijze met de PvdA. In de derde plaats geldt het als zeer positief als een bewindsman gewoon terugkomt in de Kamer en niet onmiddellijk achter mooie baantjes begint aan te jagen. Bolkestein schoof weer in de groene bankjes na zijn ministerschap, met de bedoeling oppositie te voeren tegen het CDA/PvdA-kabinet.

Na dertien jaren Nederlandse politiek is Frits Bolkestein geaccepteerd. Of iedereen hem nu volledig begrijpt, is echter twijfelachtig. Een zestienjarig verblijf in het buitenland maakt iemand blijvend 'anders'. Het machtsbewuste dat de VVD-leider heeft roept bij veel mensen weerstand op. In Nederland is dat 'not done'. Men claimt hier geen ministerspost, daarvoor laat men zich roepen, er wordt omheengedraaid. 'Ik ben een hardliner', zei hij midden in het rakettendebat in 1980. Zelfs de VVD-fractie kromp ineen bij die uitspraak, maar Bolkestein was zich van geen kwaad bewust.

Niet alleen de VVD is naar Bolkestein toegegroeid, eigenlijk is dat met heel Nederland het geval, want veel van zijn uitspraken over grondstoffenpolitiek, over de Sovjet-Unie, over uit de hand gelopen sociale voorzieningen, enzovoorts, die radicaal klonken op het moment dat hij ze uitsprak, zijn nu in brede kring geaccepteerd. Dat is Bolkesteins kracht, maar ook een deel van zijn zwakte. Hij calculeert niet altijd goed de tijd in die een breed publiek nodig heeft om aan een nieuwe aanpak te wennen.

'Ik begrijp soms niet', zegt het CDA-Kamerlid Frinking, 'hoe Bolkestein intellectueel zo fijnzinnig kan zijn en politiek zo flinterhard. Dat moet toch botsingen binnen zijn karakter geven.' De verklaring is wellicht dat deze intellectueel met een managersachtergrond zijn politiek handelen met dezelfde rationele structuur analyseert als een filosofisch of economisch probleem. Irrationeel (politiek) handelen van grotere groepen mensen, politieke reacties op grond van partijbelang neemt Bolkestein als factoren wel waar, maar hij weegt ze niet in zijn analyse mee. Voor hem telt alleen de zaak zelf.

Bolkestein calculeert, hij gaat zelden alleen op gevoel af. Dat hoeft in de politiek echter niet minder effectief te zijn en is in het huidige tijdsgewricht meer gevraagd dan voorheen.

PvdA-fractieleider Woltgens, gevraagd naar zijn beeld over Bolkestein, wil niet verder gaan dan een enkel zinnetje: 'Mijn voorlopig oordeel is dat Bolkestein te intellectueel is om een nieuwe Wiegel te kunnen worden.'