ANC en regering Z-Afrika komen nader tot elkaar

JOHANNESBURG, 8 okt. Ondanks de harde woorden die nog steeds worden gewisseld tussen de Zuidafrikaanse regering en het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) beginnen beide partijen langzaam hun standpunten over zeer gevoelige kwesties te matigen en komen ze nader tot elkaar.

Vorige week heeft de regering weer een stap terug gedaan wat betreft haar concept over verankerde groepsrechten, terwijl het ANC terug is gekomen op het punt van nationalisering van de belangrijkste steunpilaren van de Zuidafrikaanse economie en de eis tot een sterk gecentraliseerde grondwet.

De harde confrontatie gaat door. Nelson Mandela, de feitelijke leider van het ANC, herhaalde in het weekeinde zijn beschuldigingen dat een 'derde macht' die wordt gesteund door de politie en het leger betrokken is geweest bij de recente golf van geweld in de zwarte woonoorden in Witwatersrand. Mandela zal vandaag president F. W. de Klerk in Kaapstad ontmoeten om hem bewijzen te tonen voor deze beschuldiging. De regering blijft het ANC ervan beschuldigen dat het er niet in slaagt de extremistische elementen in haar gelederen onder controle te houden.

Maar achter de schermen blijven werkgroepen van de twee partijen elkaar ontmoeten, wat bijdraagt tot de groei van het wederzijdse begrip en een geleidelijke verschuiving in de standpunten waarover de grootste onenigheid bestond.

De belangrijkste verschuiving heeft betrekking op de houding van de regering ten opzichte van groepsrechten. Toen De Klerk twintig maanden geleden leider werd van de regerende Nationale Partij, stond hij bekend als een van de grootste voorstanders binnen de partij van het idee dat ieder ras autonomie moest hebben over de 'eigen zaken'. Sinds hij vanaf december vorig jaar ontmoetingen had met het ANC is hij daar steeds meer van afgestapt.

Eerst zag De Klerk in dat het concept van raciale autonomie geen vruchtbaar uitgangspunt was en dat er geen vooruitzichten waren op een overeenkomst via onderhandelingen tenzij hij het principe van algemeen kiesrecht accepteerde. Hij begon daarom te denken in termen van een tweekamer-parlement een Lagerhuis gekozen via algemeen kiesrecht, en een Senaat waar de 'groepen' vertegenwoordigd konden worden en over vetorechten voor de eigen groep mogen beschikken.

Vervolgens liet De Klerk het woord 'groep' achterwege en sprak hij over 'de bescherming van rechten van minderheden', hoewel het concept hetzelfde bleef. Daarna, toen hij zich realiseerde dat geen enkele vorm van raciale afbakening nog haalbaar zou zijn, probeerde de raciale context te vermijden.

Groepsverband

'In plaats van de minderheden af te bakenen als groep, moeten we de voorwaarden scheppen voor een open systeem, zodat mensen zich als minderheid kunnen organiseren als zij dat willen, ' zei Gerrit Viljoen, minister van constitutionele zaken, vorige maand op een congres van de Nationale Partij. In een systeem van een vrijwillig groepsverband kunnen degenen die het groepsidee verwerpen 'gewoon als Zuidafrikanen deelnemen aan het politieke leven'.

Op het moment gaat men nog verder. Afgelopen donderdag vertelde de onderminister van constitutionele zaken, Roelf Meyer, aan buitenlandse correspondenten dat 'de dagen van groepsrechten voorbij zijn.' Afbakening van groepen op grond van ras kon absoluut niet meer en pogingen groepen te definieren op grond van taal of cultuur leverde praktische problemen op. 'Als je het op grond van taal doet dan is de groep blanken in tweeen gedeeld, ' legde Meyer uit.

De Nationale Partij (of de Conservatieve Partij) zou met andere woorden de beschermer moeten zijn van de blanke minderheidsrechten. Haar positie in de Senaat zou moeten worden veiliggesteld door een systeem van evenredige vertegenwoordiging en zij zou dan een vetorecht moeten hebben bij bepaalde kwesties betreffende minderheidsrechten.

Meyer sprak ook over andere mogelijke middelen om het evenwicht tussen de drie machten te bewaren: een grondwettelijke overeenkomst waarin individuele en minderheidsrechten zijn vastgelegd, een federaal systeem waarbij het land wordt verdeeld in negen gebieden hoewel hij onderstreepte dat die verdeling niet op grond van ras zou zijn en dat het huidige thuislandensysteem zou worden afgeschaft en een 'horizontale machtsdeling' met een president uit de ene kamer van het parlement, een premier uit de andere, en een kabinet bestaande uit leden van de verschillende partijen en gebieden.

Vorige maand deed Viljoen een voorstel om de macht van de president aanzienlijk te verminderen. Hij zinspeelde op een mogelijk 'roulerend voorzitterschap' van een ministerraad, zoals dat in Zwitserland het geval is.

Een grotere spreiding van de macht stuit op weerstand van het ANC dat hierin pogingen ziet om het een toekomstige zwarte regering lastig te maken en de ongelijkheden tussen blank en zwart die zijn ontstaan tijdens de jaren van apartheid te laten voortbestaan.

Dit is ook de reden waarom het ANC van het begin af aan tegen federalisme is geweest en voor een sterk gecentraliseerd politiek systeem, en waarom het positief staat tegenover een 'herverdeling van de rijkdom' door nationalisatie.