Amerika lijdt net als Nederland aan politieke verstopping

De Verenigde Staten lijden net als Nederland aan politieke verstopping en maatschappelijke vergruizing. Omdat de politiek niet meer kan reageren op de wensen van de burgers, is het publieke belang de burgers vreemd geworden en bekwamen ze zich in hun eigenbelang.

Deze parallel bestaat, hoewel de politieke systemen van beide landen alleen overeenkomen in hun democratische karakter en verder drastisch verschillen. Amerika heeft een districtenstelsel, waarbij de winnaar alles krijgt. Regeringen en besturen kunnen worden afgewisseld door de oppositie. In Nederland staat het CDA vanaf de eerste kabinetsformatie na haar oprichting aan het hoofd van de regering. In steden wordt vaak gewerkt met besturen die een afspiegeling vormen van de verhoudingen in de gemeenteraad.

Zo op het eerste gezicht zou Amerika minder aan publieke verstopping moeten lijden dan Nederland. Er is niet een partij die de lakens uitdeelt maar er komt telkens 'nieuw bloed' in de bestuurszetels.

De praktijk is vaak anders. Nieuw bloed kan alleen stromen als de aderen niet worden geblokkeerd door een meerderheid in de oppositie. Zo had president Carter met een meerderheid van Democraten in het Congres aan het begin van zijn bestuurstermijn grote vrijheid om de samenleving anders in te richten. President Reagan had in het begin van zijn termijn aan een Republikeinse meerderheid in de Senaat genoeg om historische omwentelingen in het belastingsysteem door te drukken. Toen de Democraten een meerderheid in beide huizen kregen, voelden ze zich aanvankelijk gedwongen mee te doen met de president.

Compromis

De huidige toestand lijkt op die van een Nederlandse coalitieregering. De Democratische oppositie gromt, zodat president Bush zich moet bekwamen in de Nederlandse kunst van het compromis en de consensusvorming. Het begrotingspakket voor volgende jaren dat vorige week tot stand kwam, is een echt vergelijk tussen Republikeinen en Democraten. Bush bevindt zich nu in de merkwaardige situatie dat de conservatieve vleugel van zijn eigen partij rebelleert, terwijl de Democratische leider Mitchell dinsdagavond voor de tv een peppraatje hield voor het presidentiele compromis.

De vervreemding van de politiek is in Amerika groter dan in Nederland. Dit heeft te maken met de Amerikaanse filosofie dat de overheid zoveel mogelijk op afstand moet worden gehouden. De Amerikaanse deelname aan verkiezingen is altijd aanzienlijk lager geweest dan in Europa. De laatste tijd is echter ook sprake van erosie onder de mensen die vroeger wel stemden. Dat heeft net zoals in Nederland te maken met publieke verstopping. Het verband tussen het uitbrengen van een stem en het leven van alledag wordt steeds minder duidelijk voor Amerikanen. Verkiezingscampagnes zijn zo duur geworden dat men wel miljonair moet zijn om senator te worden. Andere volksvertegenwoordigers moeten hun campagne laten financieren door pressiegroepen, de zogenaamde politieke actiecomite's. Zowel de Amerikaanse als de Nederlandse regering blijkt niet in staat om het tekort op de begroting te verminderen. In Amerika laten politici het begrotingstekort dit jaar weer hoger worden dan het vorige jaar ondanks een wet die dit verbiedt. Amerikaanse bureaucraten zijn even bedreven als hun Nederlandse collega's in het vermommen van de echte financiele stand van zaken.

De onverschilligheid tegenover de publieke zaak uit zich in Nederland bij de ontvanger van overheidsgelden en in Amerika bij de belastingbetaler. De Amerikaan is zo cynisch geworden over de werking van de overheid dat hij er niet meer geld aan wil besteden. Veel problemen die een beter gefinancierde overheid zou kunnen oplossen, lopen uit de hand. De zuigelingensterfte is in sommige gebieden even hoog als in ontwikkelingslanden. Kinderen verhongeren, scholen verloederen, wegen vervallen, jongeren in getto's zien hard drugs als enige ontsnappingsmogelijkheid.

Kostenbewustzijn

Op zich is een kritische mentaliteit van de belastingbetaler nuttig. Het levert een groter kostenbewustzijn van de overheid op. In tegenstelling tot in Nederland durft iedere Amerikaan waar voor zijn belastinggeld te eisen door bij tegenvallende bestuurskwaliteit politici te kiezen die de belasting willen verlagen. Vooral op lokaal niveau kunnen kritische belastingbetalers hun bestuurders op die manier dwingen meer met hun wensen rekening te houden. In de door Democraten bestuurde stad Washington, waar de bestuurlijke verhoudingen verziekt en gecorrumpeerd waren gedurende het twaalfjarige bewind van burgemeester Barry, hebben Democratische kiezers dit jaar een outsider tot kandidaat benoemd: Sharon Pratt Dixon. 'Schoonvegen', was haar populaire devies en ze zal de verkiezingen zeker winnen.

Het debat in Amerika over de rol van de overheid in de samenleving is veel interessanter en gaat veel dieper dan in Nederland waar iedereen bang is om te ver buiten de nationale consensus te vallen. Kritiek op de overheid uit zich in Nederland in publiek vandalisme. Als niemand kijkt, wordt de telefooncel geruineerd, de uitkerende instantie opgelicht. Zoals in Amerika een gepensioneerde geen belasting wil betalen voor een schoolkind, wil in Nederland niemand afstand doen van de subsidie die hij ontvangt. Bij alle problemen wendt de Nederlander zich in een Pavlov-reactie tot de overheid. Bureaucratische gedrochten zijn niet te ontmantelen. 'Kom bij iedereen langs maar niet bij mij', vragen de kiezers aan hun politici.

Ook in Nederland leidt vergruizing tot afkalving van de infrastructuur, waar de overheid, ondanks overweldigende nationale rijkdom en bijna de hoogste belastingdruk ter wereld, geen geld voor heeft. In Amerika en in Nederland is het antwoord 'geen geld' geen bewijs van onvermogen maar een verklaring van onwil om in minder belangrijke posten te schrappen.

Voor remedies tegen publieke verstopping zouden Nederland en de Verenigde Staten van elkaar kunnen leren. Zowel in Nederland als in Amerika kan de politiek worden ontstopt door meer bestuurlijke afwisseling op nationaal niveau. In Amerika zou een belastingconsensus moeten ontstaan, zich uitdrukkend in een beweging die de Reagan-revolutie van de jaren tachtig evenaart: een New New Deal.

Belastingrevolte

De Nederlandse belastingbetalers moeten om afwisseling te bevorderen een politieke revolte starten voor verlaging van lasten. Den Haag lijkt steeds meer een lokale bestuurder onder een groeiend Brussels apparaat. De hoogte van de belastingen moet evenredig zijn aan de kwaliteit van het bestuur en de hoeveelheid uitvoerbare taken. Waarom lukt het niet om de bureaucratie te laten krimpen? Er heerst de verstarde gedachte dat belastingverhoging links en belastingverlaging rechts is. Veel linkse belastinbetalers zullen daar anders over denken. Belastingrevolte is het enig overgebleven machtsmiddel tegen een stijfgevroren regeringsstad.

    • Maarten Huygen