Alleen eenheid rechtvaardigt wapengebruik

Ondanks de economische dwangmaatregelen van de Veiligheidsraad zijn er tot dusver geen tekenen dat Irak bereid is in te binden. Hoe zal deze krachtmeting eindigen?

Tal van scenario's zijn denkbaar. Wanneer Saddam Hussein kansen en risico's rationeel blijft afwegen, lijkt een Iraakse offensieve actie wellicht het minst waarschijnlijk. Dit zou immers zijn tegenstanders verlossen uit het dilemma of, en zo ja wanneer, naast economische dwangmaatregelen ook militaire sancties zouden moeten worden toegepast. De wereldwijde coalitie tegen Saddam Hussein zou hechter worden aaneengesmeed. En gezien het grote Amerikaanse luchtoverwicht zou een dergelijk offensief ook weinig kans op militair succes hebben.

Een geheel andere mogelijkheid is dat, naarmate de economische sancties hun werking meer doen gevoelen, de uitzichtloosheid van de situatie personen uit de naaste omgeving van Saddam Hussein zou kunnen doen besluiten tot een staatsgreep. Recente uitlatingen van CIA-directeur Webster en van de chef van de Sovjet-generale staf Moiseyev wijzen erop dat zowel in Washington als in Moskou met die mogelijkheid rekening wordt gehouden. Maar zal deze hoop werkelijkheid worden? De geschiedenis van de nadagen van Hitler toont aan hoe moeilijk het is en hoeveel moed het vergt! om ondanks een perfect functionerend veiligheidsapparaat een succesvolle machtsgreep te doen.

Geruststelling

In zijn speech voor de Algemene Vergadering van de VN op 1 oktober jl heeft president Bush, zonder overigens van enig optimisme op dit punt blijk te geven, zijn voorkeur voor een diplomatieke oplossing van het conflict onderstreept. Dit was vooral als geruststelling bedoeld van diegenen onder zijn bondgenoten die vrezen dat de Amerikanen te snel naar de wapens zullen grijpen. En ook het thuisfront zal deze woorden met instemming hebben beluisterd. Blijkens een recente opiniepeiling is zeventig procent van de Amerikanen van mening dat Amerika niet tot een oorlog mag besluiten zolang economische blokkade en politieke druk nog kans op een vreedzame oplossing lijken te bieden.

De rede van Bush heeft tot speculaties geleid dat de president had besloten de aanvankelijke harde lijn af te zwakken en een diplomatieke oplossing te vergemakkelijken door het conflict in een ruimere context te plaatsen. De tekst, en vooral de toelichting die de president vlak na zijn rede op een persconferentie gaf, leiden echter eerder tot een wat meer terughoudende conclusie. De opmerking van de president, dat na ontruiming van Koeweit een oplossing kon worden gevonden voor de geschillen die de beide landen al eerder verdeeld hielden, kan worden gezien als een onderstreping van het al eerder ingenomen standpunt dat Amerika herstel van de status quo ante eist, maar niet onvoorwaardelijke capitulatie. De president sprak ook over de noodzaak dat na oplossing van het conflict over de bezetting van Koeweit de Golfstaten nieuwe arrangementen ter verzekering van stabiliteit van de regio tot stand zouden brengen.

Heel Koeweit

Dit was geen indicatie van verdere concessies, maar eerder een weerspiegeling van de opvatting van Washington dat ook na het herstel van de soevereiniteit van Koeweit afspraken noodzakelijk zouden zijn om te voorkomen dat Irak opnieuw een bedreiging voor de buurstaten zou kunnen gaan vormen. En tenslotte waren de formuleringen die Bush koos over het conflict tussen Israel en Arabieren zodanig dat wel werd toegezegd dat dit geschil na de oplossing van het conflict over Koeweit prioriteit zou krijgen, maar tegelijkertijd zorgvuldig werd vermeden een verband tussen beide te leggen. Centraal element in de Amerikaanse opstelling is en blijft de, ook door Gorbatsjov in Helsinki uitdrukkelijk onderschreven, eis van onvoorwaardelijke terugtrekking uit Koeweit. En, zo verduidelijkte Bush op zijn persconferentie, dit betekent heel Koeweit.

Gisteren verklaarde de Britse minister van buitenlandse zaken Hurd dat er nog steeds een redelijke kans is op een vreedzame oplossing van het conflict. Maar zal Saddam Hussein, ook bij maximalisering van economische en politieke druk, bereid zijn geheel Koeweit onvoorwaardelijk te ontruimen? Hij gaf de in de oorlog met Iran geboekte terreinwinst op nadat hij door de annexatie van Koeweit een alternatieve uitweg naar de Golf had verkregen. Tegen deze achtergrond zal het politiek nog extra moeilijk voor hem zijn geheel Koeweit prijs te geven. Het gezichtsverlies wordt dan voor hem gevaarlijk groot.

Hij is wellicht des te meer geneigd tot een afwijzing omdat hij speculeert op de vrees van het Amerikaanse volk voor een gewapend conflict. 'Uw samenleving accepteert in een oorlog niet het verlies van tienduizend man', zei hij in een gesprek met de Amerikaanse ambassadeur enkele dagen voor de inval in Koeweit.

Saddam Hussein zou het bovendien de Amerikanen knap lastig kunnen maken de moeizaam bijeengebrachte coalitie bijeen te houden, en dat niet alleen door te speculeren op anti-koloniale en pro-Palestijnse sentimenten in de Arabische wereld. Zo is al gespeculeerd over de mogelijkheid dat hij zich bereid zou verklaren Koeweit prijs te geven behoudens de al voor de invasie omstreden gebieden. Dat zou hem, behalve meer olie, ook de blijvende toegang tot de Golf verzekeren omdat hij dan de strategische eilanden Warba en Bubiyan in handen zou houden. Zou het na zulke concessies nog mogelijk zijn het sanctiefront te handhaven? Maar misschien zal ook een dergelijke stap door Saddam Hussein als een te groot gezichtsverlies worden beschouwd.

Als de sancties niet tot de gewenste concessies leiden, en een staatsgreep van gematigde elementen uitblijft, komt onvermijdelijk de vraag aan de orde of militair ingrijpen geboden is om een einde te maken aan wat Sjevardnadze heeft aangeduid als 'deze terreurdaad tegen de zich ontwikkelende nieuwe internationale orde'. Bush heeft deze optie steeds open gehouden en mevrouw Thatcher heeft gewezen op artikel 51 van het VN Handvest betreffende het recht op individuele en collectieve zelfverdediging, dat naar haar oordeel militaire actie ook zonder uitdrukkelijk mandaat van de Veiligheidsraad rechtvaardigt.

Het staat echter wel vast dat het eenheidsfront tegen Irak alleen in stand kan blijven als militair optreden tegen dit land zijn grondslag vindt in een besluit van de Veiligheidsraad. Als ondanks maximale economische en politieke druk Irak blijft weigeren aan de besluiten van de Veiligheidsraad gevolg te geven, zal de Sovjet-Unie naar verwachting een dergelijk besluit niet verhinderen. Meer onzekerheid bestaat over China. Maar ook dit land zal aarzelen door gebruikmaking van het veto de geleidelijke toenadering tot het Westen te verstoren.

Ook als de Veiligheidsraad, geconfronteerd met het falen van de politiek van maximale economische en politieke druk, een militair optreden gerechtvaardigd acht, blijft het natuurlijk een verschrikkelijke zaak dat als uiterste dwangmiddel tot gebruik van geweld moet worden besloten. Maar de vraag is gewettigd, of de wereld niet vroeger of later een nog zwaardere prijs zal moeten betalen, als Saddam Hussein in het bezit van Koeweit zou blijven en daarmee met succes nagenoeg de gehele wereld zou hebben getrotseerd.