Woltgens en Bolkestein dichter bij elkaar dan voorheen; CDAgescheiden van de rest

Heeft de Tweede Kamer na de opstand tegen Braks nu echt de smaak te pakken of zal komende week tijdens de algemene politieke beschouwingen het monisme weer zegevieren? Echt spiritueel was de op Prinsjesdag gepresenteerde eerste begroting van het kabinet Lubbers - Kok niet, maar uit de Tweede Kamer zijn tot nu toe weinig aanwijzingen gekomen dat tijdens het aanstaande driedaagse debat 'de beuk erin' zal gaan.

De PvdA-fractie heeft zichzelf met haar eerste reactie op de Miljoenennota ('een verademing' en 'een verfrissende benadering') in feite het zwijgen opgelegd. Alles wat tegen de begroting wordt ingebracht, zal direct worden uitgelegd als het afvallen van de minister van financien. Aangezien deze persoon tevens partijleider is van de PvdA zit de fractie in een moeilijke positie. Bovendien heeft de partij zich met het wegsturen van een minister nu voor een poosje wel genoeg gemanifesteerd. Kortom de PvdA doet even niet mee, als het om ingrijpende wijzigingen van de begroting gaat.

De rol van het CDA had, zeker na de affaire Braks en de tragi-komedie Van der Linden, een heel pikante kunnen zijn. Het CDA toonde zich op derde dinsdag weliswaar tevreden over de voornemens, maar sprak tevens zijn ernstige bezorgheid uit voor de naaste toekomst. 'Nu de internationale situatie zo instabiel en onvoorspelbaar is en de rente-ontwikkeling tegenzit, moet rekening worden gehouden met mogelijk ingrijpender beslissingen in de nabije toekomst', aldus fractievoorzitter Brinkman. De parallel met vierentwintig jaar geleden is frappant. Toen was het KVP-leider Schmelzer die zich tijdens de algemene beschouwingen ook niet zozeer bezorgd toonde over de ter discussie staande begroting voor het jaar 1967, maar veel meer over wat de gevolgen zouden kunnen zijn voor de begroting van 1968. Zijn historische motie, die uiteindelijk zou leiden tot de val van het rooms-rode kabinet Cals-Vondeling vroeg het kabinet extra maatregelen te treffen om een uitgavenstijging in 1968 te voorkomen.

Stel dat Brinkman zijn zorgen eens zou verwoorden in een motie, waarin om waarborgen en maatregelen wordt gevraagd om een uitgavenstijging in de begroting van 1992 te voorkomen? Geen gekke veronderstelling als de revanche-gevoelens in de CDA-fractie na de moord op 'hun Gerrit Braks' mede in aanmerking worden genomen. En stel dat de VVD zich achter zo'n motie zou opstellen.

Of Kok er de afgelopen weken de parlementaire klassieken op na heeft geslagen is onbekend. Maar in elk geval heeft hij deze week een eventuele 'Schmelzer II' motie weten te pareren met zijn aankondiging dat het kabinet nog voor de statenverkiezingen van maart aanstaande besluiten zal nemen over de miljarden-ombuigingen die na 1991 nodig zijn om het financieringstekort volgens het afgesproken schema te laten dalen. Een slimme, maar ook hachelijke stap van Kok. Het betekent dat als het straks in de Golf menens wordt en het kabinet niet ontkomt aan drastische ombuigingen, de PvdA bij de voor haartoch al zo cruciale statenverkiezingen in een uiterst kwetsbare positie komt te zitten. Welk beeld van de partijleider zal bij de kiezer de doorslag geven: dat van de solide schatkistbewaarder of dat van de snoeiende boekhouder?

Met zijn manoeuvre heeft Kok tevens VVD-fractievoorzitter Bolkestein, die zich volgende week echt als oppositieleider moet gaan ontpoppen, de wind uit de zeilen genomen. Maar Bolkestein heeft nog genoeg andere punten zoals hij tot en met gisteren heeft bewezen. Is het niet het permanente lekken in Den Haag, waardoor het voorlezen van de Troonrede een schijnvertoning wordt dan is het wel het door oud-premier Van Agt gesuggeeerde tussentijdse vertrek van premier Lubbers naar Brussel. Van Agt zei niet meer dan dat hij Lubbers een geschikte kandidaat vindt, die in de EG beschikt over zeer goede papieren. Het oude verhaal, kortom. Maar getuige de reactie van Bolkestein leek het wel of Lubbers zijn ontslag reeds had ingediend. 'De premier kan niet zomaar de boel de boel laten.' Gaat de minister-president eindelijk voortijdig weg, en dan vindt de oppositieleider het weer niet goed!

Als de fractieleiders doen wat ze de afgelopen maanden hebben beloofd, zal het de komende week niet zozeer een debat worden tussen Kamer en kabinet, maar veel meer een debat tussen de partijen zelf, waarbij de ministers rustig achterover kunnen leunen. Bij vorige algemene beschouwingen bleek nog wel eens dat de fractieleiders tijdens hun zomervakantie allemaal hetzelfde trendy boek hadden gelezen. Dit jaar hebben zij zich kunnen beperken tot het lezen van elkaars werk, want over zo weinig visie als het kabinet beschikt over zoveel visie blijken plotseling de fractieleiders te beschikken.

Het begon met CDA fractieleider Brinkman die in het blad Christen Democratische Verkenningen de in in zijn partij niet onbekende 'bottom up benadering' in ultieme vorm predikte. 'Als de auto onder het mes moet, moeten de oplossingen niet uit een bouwkolos tegenover het Haagse station komen, maar als het ware uit de garage.' En: 'Laten we nu eens de proef op de som nemen met het uit Haagse handen geven van enkele concrete taken aan samenleving en gemeenten of provincies om te zien of het dan beter gaat. Over enkele jaren zien we dan nader'.

Hoe dat in de praktijk zou moeten gaan, hebben de traditionele bewegingen voorafgaande aan het najaarsoverleg laten zien. De minister van sociale zaken ontpopte zich als leverancier van stokken achter de deur, om werkgevers en werknemers tot een akkoord te dwingen. Het resultaat van het overleg is dat wetgeving om arbeidsongeschiktheid aan te pakken weer op de lange baan is geschoven. De critici van het resultaat van het najaarsoverleg zijn 'bijziend', zei premier Lubbers afgelopen donderdag tijdens de viering van het veertigjarig bestaan van de Sociaal Economische Raad. 'Hopen en bidden' dat in de bedrijven zelf, vooral via de ondernemingsraden er alles aan wordt gedaan arbeidsongeschiktheid terug te dringen, daar gaat het volgens Lubbers om.

Tegenover dat CDA-denken staat sinds vorige week de Eindhovense rede van PvdA-fractieleider Woltgens, waarin deze de 'terugkeer van de politiek' bepleitte. De politici mogen van hem 'de geschiedenis niet over zich heen laten komen als de zondvloed'. En dus zou de politiek er goed aan doen wat meer afstand te nemen van bijvoorbeeld de SER, want 'het mag niet zo zijn dat als werkgevers en werknemers hebben gesproken de politiek verder geen alternatieven meer heeft', waarschuwde Woltgens.

Maar ook Bolkestein heeft zich niet onbetuigd gelaten. In een rede voor de Haya van Somerenstichting zette hij zich vorige maand eveneens af tegen het overdragen van taken naar het maatschappelijke middenveld wat volgens hem slechts een 'nieuwe term' is voor de 'aloude zuilen'. Bolkestein: 'De wezenlijke beslissingen moeten worden genomen door democratisch gekozen bestuursorganen. Niet door besturen die slechts een beperkte verantwoordingsplicht hebben. Dat leidt tot regentenpolitiek in besloten kamers. Daar moeten wij niet naar terug.'

Wat de drie fractieleiders de afgelopen maanden hebben geopperd is allemaal wel op een of andere manier te herleiden tot hun beginselprograma's. Maar nu het in de praktijk wordt vertaald, bijvoorbeeld bij de beoordeling van het najaarsoverleg (hoeveel vrijheid gunnen wij de sociale partners?) valt op hoe dicht Woltgens en Bolkestein eigenlijk bij elkaar staan, en tegelijkertijd hoe ver zij af staan van het denken van Lubbers en Brinkman. Na de over het gedwongen vertrek van Braks gevoerde discussie over ministeriele verantwoordelijkheid is het opnieuw het CDA tegen de rest. Heel interessant. In het geheel niet voor de begroting 1991, maar des te meer voor de volgende kabinetsformatie.