Wenen zoekt naar nieuwe inhoud voor neutraliteit

WENEN, 6 okt. Neutraliteit is het handelsmerk van de Oostenrijkse buitenlandse politiek. Toen de omstreden leider van de Oostenrijkse liberalen, Jorg Haider, in een rede in Munchen medio september de neutraliteit ter discussie stelde, dachten velen dan ook dat hij een politieke blunder beging die de campagne voor de morgen te houden parlementsverkiezingen zou kunnen schaden.

'Mijn uitspraken over neutraliteit waren zeer voorzichtig', zegt Haider nu. 'Ik heb me alleen afgevraagd welke functie onze neutraliteit nu nog heeft in het zich verenigde Europa, nu er geen Oost-West-conflict meer is. Als er een collectief veiligheidssysteem komt op basis van de CVSE-afspraken, dan komt de neutraliteit ter discussie.' Haider deed zijn uitspraken, omdat hij van oordeel is dat de neutraliteit geen belemmering mag worden voor toetreding van Oostenrijk tot de Europese Gemeenschap.

Als door een hond gebeten, sprongen de leiders van de twee regeringspartijen, de socialistische kanselier Franz Vranitzky en de christen-democratische vice-kanselier Josef Riegler, op Haiders uitlatingen in. Vranitzky wees iedere discussie over Oostenrijks neutraliteit af en legde er de nadruk op dat Oostenrijk niet als smekeling om het EG-lidmaatschap vraagt. Nog scherper reageerde de secretaris-generaal van de christen-democratische OVP, Helmut Kukacka, die sprak van 'een volledig ongenietbaar, gevaarlijk mengsel en een voorbeeld van Haiders gebrek aan instinct, gebrek aan kennis en lichtvaardigheid'.

Inmiddels is de discussie weer wat geluwd en Haider verbaast zich daar niet over. Telkens wijst hij er weer met zichtbaar genoegen op dat de thema's die hij aan de orde stelt of het nu gaat om het toelaten van buitenlanders, over de overdreven staatsbemoeienis met het bedrijfsleven of over de neutraliteit dat de andere partijen na verloop van tijd zijn ideeen oppakken en zelfs overnemen. 'Rood (SPO) en zwart (OVP) doen alsof Oostenrijk van hen is. Dat recht hebben ze niet. Democratie betekent dat je verantwoording moet afleggen. Ik ben degene die op democratische wijze zaken aan de orde stelt. Ik ben geen politieke avonturier, ' zo hield hij zijn aanhang deze week in Wenen voor.

Peter Marboe, plaatsvervangend secretaris-generaal van de OVP, is van oordeel dat Haiders uitlatingen in Munchen vooral bedoeld waren om de koppen van de kranten te halen. 'In een zelfbewust land moet alles te bespreken zijn. Je moet ook nadenken over de vraag wat neutraliteitspolitiek inhoudt, maar de verkiezingstijd is daarvoor niet de goede periode. Het moet geen onderwerp van partijpolitieke discussie worden.' Marboe is van mening dat de neutraliteit dan weliswaar mag stammen uit de hoogtijdagen van de Koude Oorlog, maar dat het beginsel nog steeds zijn gelding heeft, of het nu gaat om de conflicten in het Midden-Oosten of die in het verscheurde buurland Joegoslavie. 'Wij worden geidentificeerd met deze politiek. Daarom hechten wij er ook aan. Ook materieel gesproken heeft deze politiek ons geen kwaad gedaan.'

De internationaal-secretaris van de SPO, oud-minister van buitenlandse zaken Peter Jankowitsch, wil Haider niet de eer geven als eerste de neutraliteit ter discussie te hebben gesteld. De neutraliteit is al onderwerp van discussie sinds Oostenrijks aanvraag van het EG-lidmaatschap op 17 juli van het vorig jaar, merkt hij op. Jankowitsch vindt dat het begrip neutraliteit een nieuwe inhoud moet krijgen, nu de verhoudingen in Europa zijn veranderd. 'Onze politiek van neutraliteit geeft zekerheid over onze gedragslijn in de internationale politiek. Neutraliteit betekent afzien van geweld als middel om internationale conflicten te beslechten. Moderne neutraliteit betekent: we zijn beschikbaar, bijvoorbeeld in de rol van onpartijdige waarnemer of bemiddelaar.'

Marboe noch Jankowitsch is van oordeel dat de neutraliteit een belemmering zal vormen voor Oostenrijks toetreding tot de EG. Jankowitsch gaat daarbij het verst: 'De politieke eenwording van Europa is voor Oostenrijk geen probleem, zelfs niet als die eenwording een veiligheidscomponent zou krijgen. In een veiligheidssysteem wordt immers een werkverdeling gemaakt. Zolang de samenwerking geen 'stootrichting' krijgt, heeft Oostenrijk daar geen probleem mee.' Daarmee impliceert hij dat Oostenrijk vooralsnog afziet van participatie in militaire taken.

De OVP is voorzichtiger. Peter Marboe wijst erop dat Oostenrijks neutraliteit steeds vooral een militaire neutraliteit is geweest: 'Geen vreemde troepen op Oostenrijks grondgebied, geen aansluiting bij een militair bondgenootschap.' Maar een dergelijk beleid sluit politieke samenwerking binnen de EG niet uit. Marboe zou het dan ook toejuichen als met Oostenrijk ook andere neutrale landen, zoals Zweden, Zwitserland en Finland en ook Oosteuropese, zouden toetreden tot de EG, omdat daarmee de integratie van Europa verder zou worden bevorderd.

Ook Haider is voorstander van de Oostenrijkse toetreding tot de EG, maar hij verzet zich nadrukkelijk tegen een politieke en militaire integratie van Europa. 'Wij willen geen lid worden van een Europa dat beheerst wordt door een Brussels centralisme, we willen een zo breed mogelijk Europa dat een federatie blijft, waar landen tot kunnen toetreden maar waar ze ook weer uit kunnen. We moeten streven naar een confederatie van autonome gemeenschappen.' Als afschrikkend voorbeeld van hoe het niet moet, wijst hij naar Joegoslavie, waar geprobeerd is verschillende gemeenschappen kunstmatig tot een geheel te maken.

Politieke waarnemers houden het erop dat Oostenrijk niet snel zal overgaan tot een officiele afschaffing van het neutraliteitsbeginsel. De discussie over het begrip is echter wel in een stroomversnelling geraakt en de verwachting is dat na de verkiezingen de eerste stappen zullen worden gezet naar een herdefiniering van de buitenlandse politiek. De eerste aanzetten daartoe worden nu al gegeven. Het moet echter met de nodige omzichtigheid gebeuren, omdat de veelal provinciaal denkende Oostenrijkers zich anders al te zeer overrompeld zouden kunnen voelen. Want volgens een laatste opiniepeiling vindt 91 procent van de Oostenrijkers het nog altijd het beste als het land zoveel mogelijk overal buiten blijft.

Een psychologische rem op een al te rigoreuze ontmanteling van de neutraliteit wordt ook gevormd door de recente eenwording van Duitsland. Door neutraal te blijven beklemtonen de Oostenrijkers de distantie tot de Duitsers, die zich nu allen in het kamp van de NAVO hebben geschaard. Het Duits-nationale gedachtengoed leeft helemaal niet meer in Oostenrijk, zegt Peter Jankowitsch. Er is geen vijandigheid ten opzichte van de Duitsers, maar de relatie is van haar emotionele lading ontdaan. 'Toen burgemeester Zilk van Wenen deze week, met de beste bedoelingen overigens, ter gelegenheid van de Duitse eenwording de Duitse vlag op het stadhuis liet hijsen, heeft dat tot een storm van protesten geleid. Zelfs toen we nieuwe kentekens invoerden, kwamen er protesten: men vond ze veel te Duits.'