TOEN EUROPA EEN APPEL WAARD WAS

De mensen leefden tussen het puin van gebombardeerde huizen, aten broodkorsten of leden aan hongeroedeem, stuurden hun dochters de prostitutie in of verkochten zichzelf in ruil voor een paar nylons en wat sigaretten. Grote menigten waren in goederenwagons op weg van puinhoop naar puinhoop, zonder hoop, zonder identiteit bijna, overlevenden van de Tweede-Wereldoorlog. Het demoraliserende beeld was al verschilde de mate van fysieke verwoesting overal hetzelfde. Berlijn, Stuttgart, Parijs, Nijmegen, Boedapest, Warschau, Londen Europa in puin, zoals beschreven in deze collectie ooggetuigeverslagen uit de eerste bevrijde gebieden en eerste naoorlogse jaren.

De samensteller van deze bundel, de Duitser Hans Magnus Enzensberger, wijst er in zijn inleiding op dat deze periode, waarin het gezicht van Europa werd bepaald door verwoesting, armoede en manieren die we heden ten dage vooral met de armste Derde-Wereldlanden associeren, verregaand uit het Europese collectief bewustzijn is verdrongen. De oorlog, daar hoor je nog veel over, en daarna gaat de geschiedenis weer verder met de wederopbouw in de jaren vijftig. Maar die eerste jaren voordat West-Europa door de Amerikaanse Marshall-hulp de impuls ontving die de weg naar een andere, economisch en moreel betere toekomst opende, daar hoor je verhoudingsgewijs heel weinig over. In zekere zin is dat een bewijs voor het ongelooflijke succes van de Marshall-hulp en de wederopbouw naar markteconomisch model. Als het deze of gene stad of streek in West-Europa wat minder gaat, dan is dat een gevolg van bijvoorbeeld de remmende voorsprong van een vroege ontwikkeling tijdens de negentiende-eeuwse industriele revolutie, of het dichtslibben van een middeleeuwse verbinding naar de zee, of het wegvallen van de vraag naar strokarton of steenkolen. Nooit horen dat een stad of streek zich niet heeft kunnen herstellen van de verwoestingen in de Tweede Oorlog.

Volgens Enzensberger is er door Duitsers weinig geschreven over het naoorlogse verval van Duitsland of, indien al, dan vol moralistische en opbouwende bedoelingen, die afbreuk deden aan de feitelijke beschrijving. Hetzelfde geldt voor Nederlanders over Nederland, Italianen over Italie enzovoorts. Wat dit betreft, is het boek een uitstekende handleiding voor de verslaggever: de meest indrukwekkende reportages zijn die van buitenstaanders die hun oog voor details, maar zonder al te veel boodschap, kond doen van de ellende die ze aantreffen.

Onbetwist hoogtepunt in het boek zijn de bevindingen in Duitsland van de Zweed Stig Dagerman. Onvergetelijk is zijn beschrijving over hoe een vrouw, in een treincompartiment Berlijn-Hamburg, dat in plaats van acht, vijfentwintig hongerige passagiers bevat, een appel eet. Het is donker in de coupe, maar de eetster heeft een soort lampje bij zich dat in Nederland 'knijpkat' werd genoemd. Je knijpt erin, dan gaat er binnen iets snorren en het lampje licht op. Elke keer als ze in het donker een krakende beet heeft genomen, knijpt ze even om te bekijken hoe de beet is uitgevallen, en hoeveel er nog over is van de appel. Vierentwintig hongerigen kijken toe en weten: ' Dit is de grootste appel van heel Duitsland.'

Fascinerend is ook Dagermans beschrijving van de gang van zaken bij een geallieerde zuiveringsrechtbank die oud-nazi's moet veroordelen en uit het openbare leven verwijderen. De beklaagden, meestal kleine buurttirannen, hebben zonder uitzondering een joodse getuige die bezweert dat beklaagde altijd goed voor hen geweest is. Kosten: een paar honderd mark. De inventiviteit bij het overleven blijft ook in Europa grenzeloos.

BORDELEN

Het moet gezegd dat het gedrag van de andere Europeanen in de beschrijvingen geenszins heroischer is dan dat van de Duitsers. En dan is er nog het seksuele gedrag van de Amerikaanse GI's en andere geallieerde militairen, ook geen glorieus chapiter. In Napels gaat de MP, als het verbod op bezoek van bordelen niet te handhaven blijkt, er toe over om in elk bordeel een militaire politieman te zetten die beneden in de hal een oogje in het zeil houdt. Wanneer een klant het dan in zijn hoofd mocht halen moeilijkheden te maken, krijgt hij alsnog een veroordeling wegens het betreden van verboden gebied aan zijn broek.

Ofschoon het in het boek dus niet alleen om Duitsland gaat, kan de lezer zich niet aan de indruk onttrekken dat de kern ervan de berichten van buitenlanders over Duitsland zijn. (Doblin had de oorlog elders doorgebracht, telt dus nauwelijks als Duitser in dit verband.) En de samensteller zal natuurlijk geen Duitse essayist zijn, als hij aan de bloemlezing niet een opbouwende moraal meegaf. Die luidt, dat Europa er door deze confrontatie met zijn eigen ellendige status als Derde-Wereldgebied er misschien van kan worden afgehouden als rijke gemeenschap in de jaren negentig zich alsnog tot een 'vesting Europa' te ontwikkelen, waar de armen geen toegang hebben. 'Alsnog', omdat schrijft Enzensberger nazi-ideoloog Joseph Goebbels de bedenker van de term 'vesting Europa' is.

Wat je noemt een actuele opmerking op het moment dat de grenzen zich openen van het andere Europa, waar het herstel na de oorlog heel wat minder succesrijk is verlopen dan aan onze kant. Dat is misschien nog wel het meest fascinerende aan de reportages, dat zo rond 1947 nog in het geheel niet duidelijk is aan welke kant van Europa de armoede zal voortduren, en waar hij zal worden opgeruimd. De verslaggevers die zich naar Warschau, Praag of Boedapest begeven, voelen weliswaar haarfijn aan dat in deze steden op de bevrijding van de nazi's een nieuwe dictatuur volgt, waarvan de gruwelijkheid op dat moment nog niet overzien kan worden. Maar tegelijkertijd kunnen ze toch soms een zekere bewondering niet onderdrukken voor de collectieve, zij het door de partij opgelegde, kracht waarmee kapotte bruggen worden opgeruimd, steden uit de grond gestampt. De prettige overtuiging van de meesten onzer in de jaren zestig en zeventig dat de Oosteuropeanen in vergelijking met ons zich voornamelijk bezighielden met in de rij staan en van hun autoriteiten de fel begeerde vergunning voor een reis naar de Bulgaarse Zwarte-Zeekust te verkrijgen, die kwam later pas.

ZIGEUNERS

Dat comfort is ons niet langer gegund. Wie zoals schrijver dezes in Berlijn woont, kan dat dagelijks op straat waarnemen; vijftienduizend Polen komen hier dagelijks in de supermarkten in de rij staan, op elke straathoek zitten Roemeense zigeunerjongetjes om den brode harmonika te spelen. De eerste zigeuners uit Berlijn hebben inmiddels de weg naar Amsterdam gevonden, merkte ik daar laatst.

De puinhopen in Oost-Europa nu zijn natuurlijk met die in het heel-Europa van 1945 niet helemaal te vergelijken. Hongersnood in de eigenlijke zin des woords is zeldzaam, al kun je je voor sommige gedeelten van de Sovjet-Unie afvragen hoe ver men daar nog van is verwijderd. Ook zijn er geen naburige supermachten meer voorhanden om de Europeanen te helpen, respectievelijk te bedreigen.

De vrees voor massale migraties van het arme naar het rijke deel van Europa kan misschien worden getemperd door een ervaringsfeit dat de meeste mensen zeg negentig of tachtig procent of zoiets toch bij voorkeur blijken te wonen op de plaats waar ze voor hun nationaal gevoel een meerderheid uitmaken. Maar in de situatie van hopeloosheid in Oost-Europa betekent dat nog altijd de migratiedrang van ettelijke tientallen miljoenen. En aan het voorbeeld van de DDR het nu verdwenen Oostblokland dat dezer dagen het meest abrupt geconfronteerd wordt met het feitelijk bankroet van zijn economie en politiek systeem wordt wel duidelijk dat deze nieuwe 'puinhopen' veel omvangrijker zijn dan verwacht en dat alle welstand tot nu toe schijnwelstand is geweest.

De oplossing ligt voor de hand, een nieuw Marshall-plan van West- aan Oost-Europa waarvoor de bereidheid in onze streken tot nu toe bescheiden lijkt. Misschien dat de lezing van Europa in Trummern de erkenning dat Oost-Europa ons allen geld gaat kosten, wat dichterbij kan brengen.

    • Martha Gellhorn
    • John Gonther
    • Janet Flanner
    • Max Frisch
    • Robert Thompson Pell Und Edmund Wilsondoor Hans
    • Alfred Doblin
    • Norman Lewis
    • A. J. Liebling