TIBET

Kewley is een free-lance journaliste die documentaires maakt voor verschillende Engelse tv-stations. De ex-zuster zit al jarenlang in hetvak en heeft brandhaarden overal op de aardbol bezocht. Tibet was, zoschrijft ze, een oude liefde. In 1988 weet ze Channel 4 te interesseren voorhaar plan om een film over het land te maken. Haar documentaire is inverschillende Europese en Amerikaanse landen uitgezonden, waaronder Nederland.

Na een lange, grondige en akelig precieze voorbereiding begint Kewley in september '88 aan haar reis. In gezelschap van vier Tibetaanse verzetsstrijders en een Tibetaanse tolk, trekt ze een maand door Tibet. Het wordt een tocht vol ontberingen, hindernissen en tegenslagen.

Behalve de vermoeidheid, het slechte eten en de kou is er altijd de kans dat de Chinezen haar oppakken; ze reist door voor buitenlanders verboden gebied. Vooral in de wat grotere plaatsen wemelt het van de Chinezen. Om de risico's zo klein mogelijk te houden, heeft Kewley zich gehuld in een groen Mao-pak en een soort muts die alleen haar ogen vrijlaat. Bovendien kruipt ze als er Chinezen in zicht zijn zo ver mogelijk weg.

De persoonlijke belevenissen van Kewley maken het boek bijna tot een avonturenroman. Soms gaat ze naar mijn gevoel echter wat te veren ze vervalt nogal eens in herhalingen: er is niet een ravijn die op een paar centimeter na ontweken wordt, er zijn er verschillende. Maar Kewley heeft zich goed gedocumenteerd en spreekt onderweg honderden mensen. Uit die interviews wordt duidelijk wat er aan persoonlijke ellende achter de dorre cijfers over het aantal doden, gevangenen en gemartelden schuilgaat. De getuigenis van de monnik Lobsang is er een voorbeeld van.

Lobsang en zijn medegevangenen moesten twaalf uur per dag werken, ondanks martelingen en gebroken ledematen zonder voedsel, slaap en geschikte kleding. Na het werk volgden sessies waarin de Chinezen de gevangenen ervan probeerden te overtuigen dat Tibet geen recht op zelfstandigheid had. Dat ging gepaard met afranselingen die de Tibetanen soms zelf moesten uitvoeren. En om de schrik er goed in te krijgen werden weerbarstige Tibetanen in rotten van tien doodgeschoten.

Voedsel was er voor de gevangenen nauwelijks. Lobsang vertelt dat ze vliegen of resten van voedsel uit menselijke uitwerpselen aten. Het ene gruwel volgt op het andere. Na de Culturele revolutie wordt het wat rustiger in Tibet. De gevangenissen zijn minder vol en de kloosters van de oorspronkelijke 6000 bewoners is maar een handjevol over worden langzaam herbouwd, door de monniken zelf.

Maar de Chinezen zijn er nog steeds. De Tibetanen zijn tweederangsburgers burgers geworden, in eigen land. De banen worden onder de Chinezen, waarvan er de laatste jaren steeds meer naar Tibet komen, verdeeld. Landbouwgrond wordt onteigend en gaat naar de Chinezen. De gezondheidszorg is een onbereikbaar goed voor de Tibetanen en telefoondraden gaan aan hun huizen voorbij.

De Chinezen hebben de natuur van Tibet al evenmin ontzien. Volgens Kewley is er sinds de invasie van 1949 voor ongeveer vijftig miljard dollar aan hout richting China verdwenen. Daardoor is ook de fauna van Tibet een gevoelige klap toegebracht. De sneeuwluipaard en de blauwe Himalayabeer zijn nagenoeg uitgestorven en in de maand dat Kewley door Tibet trok heeft ze naar eigen zeggen geen vogel gezien.

Tibet is leeg en kan een gedeeltelijke oplossing brengen voor de bevolkingsproblematiek van de Volksrepubliek. Bovendien is het land rijk aan delfstoffen, zoals uranium, koper en olie om er maar enkele uit een lange rij te noemen. (De uraniumvoorraden zijn de grootste ter wereld.) Ten slotte is Tibet een uitstekende plaats om kernraketten te plaatsen en kernafval te dumpen. Volgens Kewley heeft de Volksrepubliek hier met Zwitserland en West-Duitsland over onderhandeld. Of buitenlandse mogendheden inderdaad afval in Tibet hebben gedumpt is niet zeker. Uit het boek komt wel naar voren dat uit verschillende meren het leven compleet verdwenen is en dat er baby's geboren worden met vreemde afwijkingen.

De Tibetaanse cultuur is aan het verdwijnen en het land wordt leeggeroofd. Intussen staat het rijke westen stilletjes aan de zijlijn. Kewley merkt verontwaardigd op dat de grote potentiele markt die China met zijn 1,2 miljard inwoners is, het westen waarschijnlijk van ingrijpen afhoudt. Behind the ice curtain maakt indringend duidelijk dat Tibet op sterven na dood is.