Tamme en beteuterde reacties in Nederland; 'Pure strijdlustis in de marine echt bij niemand aanwezig'

Voor het eerst sinds 1950, toen Nederland vrijwilligers naar Korea stuurde, lijkt een reele mogelijkheid te bestaan dat Nederland direct betrokken raakt in een grootschalige oorlog. Terwijl de militaire opbouw in de Golf-regio gestaag doorgaat, begint dat besef achter de Hollandse dijken langzaam door te dringen. Tot grootschalige protesten of massale demonstraties van anti-militarisme heeft het regeringsbeleid vooralsnog niet geleid.

Binnen het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) ontstonden emotionele discussies, maar uiteindelijk besloot de organisatie de uitzending van Nederlandse fregatten naar de Golf niet te veroordelen. ' Militair machtsvertoon heeft Saddam Hussein waarschijnlijk weerhouden van nieuwe avonturen na de verovering van Koeweit', moest men erkennen. Een protestdemonstratie tegen de aanwezigheid van Nederlandse oorlogsschepen in de Golf, die niet werd gesteund door Groen Links, het IKV of Pax Christi, trok twee weken geleden in Amsterdam niet meer dan een paar duizend mensen.

De reactie van marinemensen was vooral beteuterd, toen de regering bekendmaakte twee fregatten naar de Golf te sturen om bij te dragen 'tot de internationale solidariteit bij het ontmoedigen van verdere Iraakse agressie'. Gut, dat is kennelijk onze taak, drong het opeens tot velen door bij de afvaart richting oorlogsgebied.

Als Irak de bezetting van Koeweit voortzet, zo bereidde minister Van den Broek van Buitenlandse Zaken het Nederlandse volk alvast voor op het ergste, zullen 'extra maatregelen noodzakelijk zijn om het herstel van de vrede af te dwingen'. Volgens de commandant der zeemacht, vice-admiraal F. J. Haver Droeze, is de kans dat een oorlog uitbreekt 'groot', zij het niet op maritiem gebied.

A. Ploeg, de ex-staatssecretaris (VVD) die zelf oorlogsvrijwilliger is geweest in Korea, zei in augustus al: ' Binnen een maand draait dat op oorlog uit.' Die termijn heeft hij moeten bijstellen, maar hij gelooft nog steeds dat het tot een gewapend conflict komt. ' Nederland zou voorbereidingen moeten treffen voor het sturen van grondtroepen, om klaar te staan zodra daarvoor gekozen wordt.' Maar voor minister Relus ter Beek van defensie is het zenden van grondtroepen op dit moment niet aan de orde en daarmee lijkt een mogelijke twistappel in de Nederlandse meningsvorming over de militaire betrokkenheid bij de Golf-crisis voorlopig opgeruimd.

Ingehouden

Zulke heftig reacties als de Nederlandse buitenlandse en defensie-politiek in eigen land opriep in de jaren tachtig, vooral in het kruisrakettendebat, zo ingehouden is het openbare debat nu. ' De Nederlandse bevolking reageert tamelijk tam, dat kun je wel vaststellen', zegt E. Jurgens, oud-bestuurslid van Pax Christi en thans Tweede-Kamerlid van de PvdA. ' Op partijvergaderingen wordt er wel over gesproken, maar aan de oorlogsgedachte komt men niet toe. Ik merk ook niets van onrust in de geest van: een stap verder en we worden meegesleept in een oorlog. Men verwacht het niet, wellicht omdat de politiek en de diplomatie tot nu toe nogal omzichtig hebben geopereerd.

' Ik denk dat het goed is dat er geen grote onrust bestaat, want zodra het een massapsychose is wordt het voor de politici veel moeilijker om afgewogen beslissingen te nemen. Je ziet nu geen extreme standpunten voor of tegen, en dat zou ik dolgraag zo houden. Zo is het onderwerp ook nog niet door de kerken opgepakt. Het is buitengewoon moeilijk in deze zaak makkelijke standpunten in te nemen.'

IKV-secretaris Mient Jan Faber, in de jaren tachtig een van de boegbeelden van de vredesbeweging bij de protesten tegen plaatsing van kruisraketten, vindt het 'prima' dat Nederland twee oorlogsschepen naar de Golf heeft gestuurd om naleving van het embargo af te dwingen. ' Een embargo moet effectief zijn. Een luchtembargo vind ik ook goed, al is dat volgens mij alleen af te dwingen op de grond, en kunnen F 16's slechts dienen als machtsvertoon.

' Uit de achterban was wel druk van mensen die zeiden: het zenden van schepen daar moet je tegen zijn. Ik zeg: nee, daar moet je nadrukkelijk voor zijn, dat is het afdwingen van de vrede. Daar is bij ons veel discussie over geweest. We zijn geen pacifistische beweging, en dat zijn we ook nooit geweest al hebben we wel een pacifistische vleugel. Sommigen binnen het IKV waren zeer geemotioneerd over de Nederlandse steun aan die enorme militaire opbouw.'

Eind september zag het IKV het thema van de vredesweek, De Toekomst van Europa, geheel overschaduwd worden door de Golfcrisis. ' Iedereen heeft het erover, maar dat ligt bij een vredesbeweging natuurlijk ook wel voor de hand. Toch kunnen de mensen zich heel moeilijk voorstellen dat wij in oorlog zouden raken met Irak. En het heeft ook iets absurds. Wat hebben wij met Irak dat we ermee in oorlog komen? Anderzijds is er een algemene verontwaardiging over wat meneer Saddam Hussein uitvreet.'

Faber wijst militaire confrontatie af. Maar wat als zou blijken dat de economische boycot niet werkt? Vindt hij dan nog steeds dat er niet militair moet worden ingegrepen? ' Dat ligt subtieler.' Faber is ' erg tegen' het sturen van Nederlandse mariniers. ' Ik vind dat je niet een oorlog mag uitlokken. Je moet proberen via effectieve embargo's die man op de knieen te krijgen. Als hij, in het nauw gedrongen, dan toch zegt: ik begin te vechten en hij maakt zijn dreigementen richting Israel waar, dan zou je in het kader van de Verenigde Naties een militaire operatie moeten uitvoeren. Dan ontkomt ook Nederland niet aan die tragische keuze, en zou ook het sturen van mariniers een mogelijkheid zijn.'

Maar wanneer Irak zich niet verroert en Koeweit bezet houdt, terwijl het embargo niet werkt, dan mag de wereldgemeenschap niet overgaan tot het gebruik van geweld, aldus Faber ' laat staan Nederland'. ' Als niemand vertrouwen heeft in embargo's, en alleen maar in geweld, waarom begin je er dan aan?

' In de Vietnam-tijd koos je tegen de oorlog, ongeacht het resultaat. Je koos niet voor een oplossing van het probleem. De kans is altijd aanwezig dat je in een oorlogssituatie terechtkomt als je voor de VN-lijn kiest. Er hoeft maar iets mis te gaan en dan vliegt de vlam in de pan. Maar op dit moment vind ik het erg belangrijk dat we op de lijn van de VN blijven zitten.'

Jurgens, die geen fractiewoordvoerder op dit gebied is en slechts op persoonlijke titel spreekt, wijst het gebruik van geweld niet per se af, al waarschuwt hij dat erover praten al gevaren in zich herbergt. ' Maar volgens de grondwet moeten wij de internationale rechtsorde bevorderen. Als de Veiligheidsraad ertoe oproept met geweld een einde te maken aan de bezetting van Koeweit, kom je als land in een heel moeilijk parket als je daar dan niet aan meedoet.'

Binnen de socialistische fractie is heftig gediscussieerd over de Nederlandse reactie op de Iraakse invasie. ' Er is een groep die principieel zegt: Nederland moet niet meedoen aan welk wapengeweld dan ook. Maar er zijn er ook die zeggen: als de internationale gemeenschap in 1933 had ingegrepen bij de Duitse aanval op Polen, was de geschiedenis wellicht heel anders verlopen. Die tegenstelling is ook in mij: enerzijds de afwijzing van geweld, anderzijds de noodzaak soms met geweld tijdig paal aan perk te stellen om verder geweld te voorkomen.'

Lesmateriaal

Op de Koninklijke Militaire Academie in Breda levert de Golf-crisis in de eerste plaats levendig lesmateriaal, aldus een groepje kadetten. ' Als ik in de eerste vijf minuten van de les het woord Irak laat vallen, ben ik er aan het eind van die les nog over bezig', zegt luitenant-kolonel H. J. Vandeweijer, docent operatien. Een speciale werkgroep over de crisis werd zes weken geleden ingesteld en in het gewone lesprogramma ingepast. Aan de hand van theoretische gevallen komen de politieke, diplomatieke, juridische, economische en natuurlijk ook militaire aspecten van de crisis in de werkgroep aan de orde. Stel - zo luidt een opgave - dat Nederland besluit een squadron F16's en een versterkt pantser infanterie bataljon naar Saoedi-Arabie te sturen, hoe pak je dan als commandant de verplaatsing aan?

De crisis blijkt een dankbaar onderwerp in een tijd dat de Oost-West tegenstelling als lesmodel heeft afgedaan. ' Onderling maken we grappen dat we onze leerboekjes wel kunnen weggooien die de hele doctrine behandelen hoe we moeten optreden tegen het Warschau-pact', zegt kadet-sergeant P. Goossens. ' Dat zou ik nog maar niet doen', zegt Vandeweijer. ' Maar het is natuurlijk niet voor niets dat deze werkgroep loopt. Deze hele situatie is nieuw, maar dit kan zich in de toekomst vaker voordoen.'

De kadetten staan nogal nuchter tegenover de plotselinge mogelijkheid van een oorlog in de Golf en een Nederlandse betrokkenheid daarbij. 'Ik ben derdejaars, dus ik moet nog een jaar studeren en dan heb ik nog geen ervaring', zegt S. van Boxmeer. ' Het zal nog wel zo'n drie jaar duren voor ik voor eventuele uitzending in aanmerking kom.' Zijn jaargenoot Goossens zegt: ' Het is ver van je bed en een beetje onwerkelijk. Maar als er daadwerkelijk iets gebeurt zal de betrokkenheid wel groter worden, als er bijvoorbeeld Nederlandse militairen gaan sneuvelen.'

Wie zich vanzelfsprekend wel nu al sterk betrokken voelen bij de Golf-crisis en de Nederlandse rol daarin, zijn de mensen die uitgezonden zijn of worden en hun familieleden. De vader van een F-16 piloot die mogelijk naar het Golf-gebied moet, is onthutst dat zijn zoon voor zo'n ver conflict zijn leven op het spel moet zetten. ' Onze zoon heeft voor dat beroep gekozen en als hij wordt aangewezen zal hij zeker gaan. Maar als men om vrijwilligers vraagt meldt hij zich niet: hij heeft vrouw en kinderen. Het is toch heel wat anders of je de vrijheid van West-Europa verdedigt, of dat je gaat vechten voor een staatje dat altijd baadde in weelde in een deel van de wereld waar de gemiddelde levensstandaard niet bepaald hoog is. Als bezorgde ouders ga je er toch zo over denken.'

Gemengde gevoelens

Ook de marinemensen die op de twee fregatten in de Golf zitten, hebben gemengde gevoelens over de operatie waarin zij nu een rol spelen. Volgens vloot-predikant dominee J. Moens hoort nuchterheid bij het imago van de marine, ' maar ik verklap geen geheim als ik zeg dat dat beeld niet altijd klopt met de werkelijke emoties. De mensen doen serieus en professioneel hun werk, maar je merkt aan alle kanten dat men toch wel second thoughts heeft. Ook al is de maritieme situatie niet echt bedreigend, geen mens ontkomt eraan te denken: als dat ene verdwaalde projectiel ons nu eens raakt?'

Moens merkt dat een groter beroep dan anders wordt gedaan op de geestelijke verzorgers. De wat beteuterde reacties op het regeringsbesluit de fregatten te sturen begrijpt Moens wel: ' De marine oefent zich wezenloos, maar het gevoel in een oorlog betrokken te zijn is niet te oefenen. Men realiseerde zich opeens: eigenlijk gingen we er niet vanuit dat dit ooit werkelijkheid zou worden. Pure strijdlust, dat durf ik echt met de hand op het hart te zeggen, is in de marine echt bij niemand aanwezig.'

Dat beeld van de Nederlandse beroepsmilitair wordt bevestigd door A. F. Kraak, voorzitter van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reserve-Officieren, reserve-majoor van de genie en gemeenteraadslid voor de VVD in Haarlem. ' Ik ben ervan overtuigd dat het Nederlandse leger, zowel beroeps als reserve, niet staat te trappelen om in de praktijk toe te passen wat ze in oefeningen bijhouden. Regelmatig heb ik contact met beroepsmilitairen en dan hoor ik: dit is een vak dat ik gekozen heb en dat ik zo goed mogelijk uitoefen. Maar die uitoefening houdt in: goed voorbereid zijn. Laten we het alsjeblieft niet in de praktijk hoeven brengen.'

Kraak acht de kans dat er een beroep op reserve-officieren wordt gedaan overigens ' buitengewoon klein, zoniet nihil'. ' Men zal eerst een beroep doen op vrijwilligers, en dan eenheden inzetten die parraat zijn. De mobilisabele functies zullen dan tijdelijk bezet worden door beroepsmilitairen. Pas als het halve leger elders zit, komen wij aan de beurt.'

    • Juurd Eijsvoogel