Schaken

Het is bijna niet te geloven, maar in de hoogste schaakkringen blijkt men soms de elementaire regels van het spel niet te kennen. De Russische grootmeester Averbach speelde eens in Australie. Een tegenstander voerde met wit de lange rochade uit. Averbach protesteerde. Waarom? Hij wees aan dat hij veld b1 bestreek. Verbazing bij de tegenstander. Nog grotere verbazing bij de wedstrijdleider, die er bij werd gehaald. Wist Averbach dan niet dat de rochade onder deze omstandigheden wel degelijk mogelijk was? Nee, dat wist hij niet. Hij had het in 1953 tot kandidaat voor het wereldkampioenschap gebracht zonder deze regel te kennen.

In 1975 stapte Kortsjnoj tijdens de match met Karpov een keer naar wedstrijdleider O'Kelly. Hij vroeg of het in overeenstemming met de regels zou zijn als hij kort rocheerde. Rochades schijnen de moeilijkste zetten te zijn, zelfs voor iemand die dicht bij het wereldkampioenschap is. O'Kelly zei dat het toegestaan was. Dat had Kortsjnoj ook wel gedacht, maar helemaal zeker was hij er niet van.

Na zulke krasse staaltjes kunnen we ook het merkwaardige verhaal geloven dat Jan Timman me laatst vertelde. Tijdens de onderhandelingen over de wereldkampioenschapsmatch, die maandag in New York begint, kwam de regel ter sprake die zegt dat de match niet alleen beslist is als iemand 121/2 punt heeft behaald, maar ook wanneer een van de spelers zes partijen heeft gewonnen. Zowel Kasparov als Karpov bleken van mening te zijn dat deze regel al was afgeschaft. Maar wanneer dan? Bij de vorige match, in Sevilla, had hij nog wel gegolden. Nu waren de heren K verbaasd. Dat hadden ze helemaal niet geweten. Ze hadden een match om het wereldkampioenschap gespeeld zonder het reglement te kennen. Veel had het niet uitgemaakt, want Kasparov had pas in de laatste partij zijn vierde winstpunt gemaakt. De mogelijkheid van zes winstpartijen was nooit aan de orde geweest. Niemand heeft ooit begrepen waarom die rare regel ooit is ingevoerd. Er zijn twee manieren om een match te houden. Een beperkte match, bijvoorbeeld van 24 partijen, heeft het nadeel dat de man die voor staat kan proberen wereldkampioen te worden door alleen maar op remise te spelen. Fischer vond dat heel erg. Een match van onbeperkte duur, bijvoorbeeld om zes winstpartijen, geeft de achtervolger een betere kans, maar is lastig voor de organisatoren. Niemand weet van tevoren hoe lang de zaal gehuurd moet worden. Dit laatste nadeel bleek wel heel dramatisch in Moskou 1984, toen het na 48 partijen nog steeds 5-3 voor Karpov stond.

Terug naar het oude systeem van 24 partijen, zou je denken, maar in zijn ondoorgrondelijke wijsheid besloot de wereldschaakbond de beide systemen te combineren. Wel 24 partijen, maar zes winstpartijen beslissen ook. Zo werden de nadelen van beide systemen elegant gecombineerd. De onzekerheid voor de organisatoren bleef bestaan en de achtervolger had het moeilijker dan ooit, omdat nu de bijl op twee manieren kon vallen. In theorie tenminste. In de praktijk had de regel van zes winstpartijen geen betekenis. Typerend voor de slordigheid van de wereldschaakbond dat de regel toch vijf jaar gegolden heeft en vanzelfsprekend dat hij nu is afgeschaft. Ongeveer twee weken geleden stond in deze krant een artikel waarin de afschaffing van de regel van zes werd beschreven als een bedenkelijke vorm van opportunisme. Mijns inziens vergiste de schrijver zich.

131 Partijen hebben Kasparov en Karpov nu met elkaar gespeeld. Hun eerste partij niet meegerekend, want dat was maar een simultaanpartij. In 1975 speelde Karpov een kloksimultaan tegen zeven tegenstanders, onder wie Kasparov, die toen twaalf jaar was. Karpov won. De partij is niet erg bekend geworden, omdat het toen nog niet zo bijzonder leek dat Karpov een simultaanpartij van een twaalfjarige jongen won.

Wit Karpov-zwart Kasparov, Leningrad 1975

1. e2-e4 c7-c5 2. Pg1-f3 d7-d6 3. d2-d4 c5xd4 4. Pf3xd4 Pg8-f6 5. Pb1-c3 a7-a6 6. Lf1-e2 e7-e5 7. Pd4-b3 Lf8-e7 8. Lc1-g5 Lc8-e6 9. f2-f4 e5xf4 10. Lg5xf4 Wit heeft enigszins achteloos een tempo verloren ten opzichte van normale varianten. Zwart komt al gauw heel prettig te staan. 10... Pb8-c6 11. 0-0 0-0 12. Kg1-h1 b7-b5 13. Le2-f3 Pc6-e5 14. Pb3-d4 Le6-c4 15. Tf1-f2 b5-b4 16. Pc3-d5 Pf6xd5 17. e4xd5 Le7-f6 18. Tf2-d2 Dd8-b6 19. Lf4-e3 Db6-c7 20. Lf3-e4 Tf8-e8 21. Le3-g1 g7-g6 22. a2-a3 a6-a5 23. a3xb4 a5xb4 24. Ta1xa8 Te8xa8 25. b2-b3 Lc4-a6 26. Pd4-c6 Pe5xc6 27. d5xc6 Ta8-e8 Veel sterker was 27... Lb5. Niet alleen staat c6 aangevallen, maar zwart dreigt ook 28... Ta1, wat na 29. Txd6 zelfs meteen zou beslissen. Na 29. Df3 Lc3 30. Td1 Tc8 wint zwart een pion en na 29. Df3 Lc3 30. Tf2 kan zwart met 30... Le1 een kwaliteit winnen of 30... Ta1 spelen, ongeveer zoals in de partij, maar nu veel sterker. 28. Le4-d5 Nu was 28. Txd6 wel mogelijk, want 28... Le2 29. Dd5 Te5 30. Td7 Txd5 31. Txc7 Td1 leidt na 32. Td7 slechts tot remise. Wat Karpov doet is nog veel beter. 28... Lf6-c3 29. Td2-f2 Te8-e1 30. Dd1-f3 Lc3-d4 31. Ld5xf7+ Kg8-g7 32. Lf7-c4

Het leek zo mooi voor zwart, maar hier had hij niet op gerekend. Wit dreigt 33. Df8 mat. Zwart blijft nu in alle varianten een pion achter. Misschien had hij het nog het best zo kunnen doen: 32... Lxf2 33. Dxf2 Lxc4 (33... Ta1 34. Dd4+) 34. Dxe1 Ld5 en zwart kan nog tegenstand bieden. 32... Te1xg1+ 33. Kh1xg1 Ld4xf2+ 34. Kg1xf2 La6xc4 35. b3xc4 Dit dame-eindspel is door de machtige pion op c6 gewonnen voor wit. 35... Dc7-a7+ 36. Kf2-e2 Da7-d4 37. Df3-d5 Dd4-f6 38. Dd5-e4 b4-b3 39. c2xb3 Df6-b2+ 40. Ke2-f1 Db2-c1+ 41. De4-e1 Dc1-f4+ 42. Kf1-g1 Df4-d4+ 43. Kg1-h1 Dd4-b6 44. De1-e7+ Kg7-h6 45. De7-f8+ Zwart gaf op. Ik had zo'n mooie stelling! weende de jonge Kasparov na afloop.