Saddam Hoessein op de Westbank

Ze wonen op de westelijke Jordaanoever - in Intifadah-termen uitgedrukt op een steenworp afstand van elkaar. Hella Hartman, jodin. Samir Rimal, Palestijn. Hoe ervaren zij de Golfcrisis? Hoe valt de schaduw van Saddam Hussein over hun levens? En hoe beinvloedt hij de verhouding tussen hun gemeenschappen?

Gods Leeuw en de Druivenmand: pendelen tussen Israelische nachtmerries en Palestijnse dromen.

Toen het mes van de Palestijnse barbier steeds twijfelender over deadamsappel van Ron Nachman begon te raspen, besloot de joodse burgemeester van Ariel zijn gewoonte zich wekelijks te laten scheren in het nabijgelegen Salfit tijdelijk te staken. Dat was drie jaar terug, voor de intifadah, voordat Koeweit van de kaart verdween. Op de Israelische vuilnisbakken ontbrak nog de Palestijnse graffiti ('Dit is het kantoor van Shamir'); de muren in Arabische dorpjes zongen nog geen lofliederen op Saddam Hussein. Ron Nachman kon niet bevroeden dat hij nooit, 'oh no, not in a lifetime, never', zou terugkeren naar zijn kapper in het Palestijnse gehucht. ' Het mes dat de geschiedenis mijn volk nu op de keel heeft gezet is meer dan genoeg.'

De Westbank. Cisjordanie, zeiden Engelse kolonialen. Judea en Samaria, zeggen vrome joden. Bevrijd gebied, menen nationalistische Israeli's. Bezet gebied, roepen hun kritici. De westelijke Jordaanoever, stellen neutrale waarnemers vast. Een strook grond tussen een kwijnende rivier en het smalste deel van de joodse staat, sinds de Zesdaagse Oorlog van 1967 onder militair beheer, bevolkt door krap een miljoen Palestijnen en ruim honderdduizend Israelische settlers, stuk voor stuk gebiologeerd door de Golfcrisis - en waarschijnlijk zijn de tegenstellingen nergens in het Midden-Oosten groter.

Op een heuvel zestig kilometer ten noorden van Jeruzalem ligt de nederzetting Ariel. 'Gods Leeuw', luidt de favoriete vertaling van de tienduizend inwoners. Bezoekers zien het smetteloze prefab-stadje al van veraf: een fata morgana van zonnecollectoren en betonnen legostenen. 'Een yuppie-nederzetting', zeggen de bestuurders zelf, geurend naar continue uitbreiding: verf, cement, asfalt. Door de straten rijden geluidswagens die burgers oproepen bloed af te staan aan het Israelische Rode Kruis.

Een echte Amsterdamse jodin

Hier woont Hella Aa-Hartman met haar man Gaby en vier zoons. Ze is freelance grafica, maakt kalligrafische papiersnedes en doceert aan het Hadassa Community College in de hoofdstad. Eind jaren vijftig emigreerde ze naar Israel - alleen. ' Een echte Amsterdamse jodin, he, ' zei ze toen ik haar vier jaar geleden voor het eerst ontmoette. ' Socialistisch, ondernemend, grote bek. Niet het type dat op iedere straathoek wordt verkracht.' Hella cultiveert haar nuchterheid: vragen over de schuilkelder in haar tuin, de distributie van gasmaskers en de machinegeweren die haar 'lieve soldaatjes' soms aan de kapstok hangen wuift ze weg. ' Ach, gaan we eraan, dan gaan we eraan.'

In Hella's ogen is Saddam Hussein 'een infantiel, schizofreen mannetje'. Zijn dreigementen mogen veel joden in geestesnood hebben gebracht, haar zeggen ze 'nul-komma-niks'. ' In de loop der jaren ben ik immuun geworden voor oorlogsdreiging. Teveel meegemaakt.' Haar vader kwam aan het eind van de Tweede Wereldoorlog om in Dachau. ' Hij hield het lang uit met een vals identiteitsbewijs, maar uiteindelijk grepen de Duitsers hem omdat hij niet kon verbergen wat niet te verbergen valt: hij was besneden. Hij zat bij het allerlaatste transport uit Westerbork, samen met de familie Frank. Onderweg heeft hij stukjes papier met wat krabbels aan ons uit de trein gegooid. Ik zag hem nooit terug. Mijn halve familie is weggehaald.'

Oorlog - vertel haar wat over oorlog. Ook na '40-'45 was wapengekletter 'het normale leven'. Hella's echtgenoot zette als militair zijn leven op het spel voor Israel, en zonodig gaan straks haar zoons voorop in de strijd. 'Goed getrainde vechters', weet ze. ' Rustige kerels waarover ik me geen zorgen maak. Ik ben sowieso geen mamma die begint te janken als haar jongens de straat uitlopen. Geen tranen, geen buikpijn en geen tralala, roep ik altijd.'

Ilan dient bij ' een soort inlichtingendienst, iets a la de terreurbestrijding, ' zegt zijn moeder. Zelfs tegenover zijn ouders verzwijgt hij de precieze aard van zijn werk. Momenteel checkt hij in Budapest Russische joden die via de Hongaarse hoofdstad naar Israel emigreren. ' Voor dat soort mensen is Ariel het walhalla, ' zegt Hella. ' In de Sovjet-Unie waren ze economische ellende, vervuiling, politieke chaos en hakenkruizen op de deur gewend. Hier ligt volop Israelische roquefort in de winkels, is de lucht fris, en baadt men in een oase van rust. Wat nou oorlogsdreiging. Op het journaal, zul je bedoelen.'

Ariel is een eiland in een zee van haat, protesteer ik. Het optreden van Saddam Hussein moet de Palestijnen in de omtrek met hoop vervullen. ' Getheoretiseer van overspannen verslaggevertjes. In de praktijk valt het ontzettend mee. Een doodenkele keer gaat er een molotov-cocktail af, zo nu en dan krijgt iemand een steen door de autoruit, maar enfin, dat betaalt de staat terug. En we leven hier absoluut niet geisoleerd. Elk half uur gaan er bussen naar Tel Aviv en Jeruzalem.'

Maar als ik vraag of ze Ariel weleens wandelend verlaat, schudt Hella haar hoofd. Vorig jaar werd stadgenoot Frederick Rosenfeld, een natuurminnende immigrant, door Palestijnse herders om het leven gebracht. ' Hij viel in de handen van wrede moordenaars die elke gelijkenis met mensen missen en wier grootste verlangen het is joods bloed te vergieten. Dit kleine land behoort exclusief aan het joodse volk, ' sprak premier Shamir op de begrafenis. Burgers van Ariel - vrijwel allemaal stemmers op de Likud-partij van de rechts-nationalistische politicus - gingen die uitspraken niet ver genoeg. De kolonisten schreeuwden Shamir honend toe dat hij een verrader was. Ze probeerden zijn auto te kantelen en joegen hem met lijfwacht en al Ariel uit - het verdiende loon voor een ministerpresident die werd verdacht van een te coulante houding tegenover Palestijnen. Shamir mocht pas terugkeren als hij de veiligheid van de nederzetting honderd procent kon garanderen.

'Wishful thinking', beseft Hella. Bloemen plukken rondom Ariel doet zij slechts onder begeleiding van een zoon die een wapen bij zich draagt. Trouwens, de doodenkele keer dat ze zich met haar man waagt aan een rit naar Nablus ligt er een revolver in het handschoenenkastje van de Lancia.

'Shalom, vuile jood'

Vijf kilometer, een paar geblakerde autowrakken en twee stapels verbrande banden verderop woont Samir Rimal met zijn ongesluierde vrouw Yusra en drie kinderen. ' Shalom, vuile jood, ' roepen voetballertjes als ik door de hoofdstraat van Salfit ('Druivenmand') rijd. Het dorp ontbeert het zwembad, de disco, het cultureel centrum, de supermarkt en de sporthal waarover Ariel beschikt. De zesduizend Palestijnen hier - die vooral leven van de olijventeelt - delen een bescheiden moskee en bewonen schamele huizen met groene ijzeren blinden. Het grootste gedeelte van de dag zijn de rolluiken van kruideniers, smeden en bakkerijen naar beneden: winkelstakingen. Lastig voor wie plots wat hummus nodig heeft, maar de meeste burgers vinden het belangrijker de Israeli's te tarten.

Salfit noemde zich nadat de Intifadah was begonnen enige tijd een 'bevrijd' dorp. Het ondergrondse 'Leadership Committee of the Intifadah' had het in die dagen voor het zeggen - totdat legereenheden ingrepen. ' Nu hoeft een mier maar een scheet te laten of ze weten het, ' zegt de Palestijnse volksmond. Tegelijkertijd heet het dat Salfit nog steeds fungeert als een organisatiecentrum van de opstand. Hier is aan de lopende band gearresteerd, hier moesten 'martelaren' ten grave worden gedragen, hier zijn huizen dichtgemetseld en platgebulldozerd, maar het verzet is niet gebroken. ' Dat past bij de traditie van ons dorp, ' zegt Samir Rimal. ' In de jaren vijftig ontwikkelde Salfit zich tot het bolwerk van Palestijnse communisten. Die spirit zal nooit teloor gaan.'

Wordt de gast bij Hella Hartman overladen met spinaziekoekjes, schnitzels, salades en gekoelde dranken, Yusra serveert miniscule kopjes Turkse koffie met zelfgeplukte salieblaadjes en pijnboompitten. ' We have to economize our household.' Samir doceert Engels aan de Universiteit van Hebron. ' Een door de PLO gefinancierd instituut, ' geeft hij zonder omwegen toe. ' Een broeinest van de rebellie. En dus hebben de Israelische autoriteiten de universiteit gesloten.' Om te voorkomen dat 'een generatie analfabetische Palestijnen' opgroeit, geeft Samir nu les in zijn auto. ' Word ik betrapt, dan verdwijn ik voor een half jaar in de gevangenis. Op het bezit van een Palestijnse vlag staat al een paar maanden.'

Hij wil niet klagen, hij ontvangt tenminste nog loon. Zijn buurman, die net als tweehonderd andere ingezetenen van Salfit tot voor kort in Koeweit werkte, is brodeloos. Youssef overweegt terug te keren nu Bagdad definitief een streep heeft gehaald door 'dat corrupte regime met gouden kranen'. De sheiks deugden niet - dat ondervond ook de moeder van Samir toen zij een paar weken voor de Iraakse invasie op familiebezoek ging in Koeweit. Haar verzoek in verband met het huwelijk van een neef wat langer dan de toegestane maand te mogen blijven, stuitte op een barse afwijzing. Met een verlopen visum en een explosief gemoed toog ze weer richting de Westbank, Allah smekend de Koeweiti's te vernietigen. 'Hij heeft geluisterd', constateert de zoon.

Samir veroordeelt de bezetting (' Het volk van Koeweit had z'n eigen revolutie moeten creeren'), maar nu de Amerikanen het Midden-Oosten hebben gepenetreerd kan er geen sprake van zijn dat Saddams legers zich terugtrekken. ' Alleen als de VS de heilige plaatsen verlaat, valt daarover te praten. Ik ben geen fanatieke moslim, maar yankees die Mekka beschermen - dat is een schande.' Hoe dictatoriaal Saddam Hoessein ook mag zijn (' Ik ken Iraki's en Koerden wier complete familie is uitgeroeid'), hij verdient toch Samirs sympathie. ' Ik bekijk de zaak honderd procent vanuit Palestijns belang. Irak koppelt de Golfcrisis aan het Palestijnse probleem. Dat is gunstig voor ons. Saddam Hoessein is onze bevrijder-in-spe, een potentiele vader des vaderlands.'

Slappelingen

Aan de overzijde van de vallei is Hella Hartman er niet geruster op geworden sinds de Amerikanen voet op Saoedische grond zetten. ' Eerst dachten wij dat ze snel hun slag zouden slaan, ' zegt ze. ' Maar toen kwamen de smoesjes over tanks die niet vlot genoeg konden worden aangevoerd enzo. De Arabieren lachen zich rot om de Amerikanen: slappelingen. Een harde ingreep blijft uit. Dadelijk laten de VS tonnen en tonnen wapentuig in deze regio achter; regimes die ons de Middellandse Zee willen indrijven zullen daarvan profiteren.' Met Arabieren is uitsluitend zaken te doen 'als je een vuist toont', bezweert ze. ' Dat onze legerjongens met houten knuppeltjes en een handjevol traangasgranaten achter die stenengooiende ettertjes moeten aanzitten is te gek voor woorden. Een Arabier die ik wat klussen rondom mijn huis liet doen vertelde me ooit een interessant verhaal. Toen koning Hussein van Jordanie nog over de Westbank ging, woedden in Salfit communistische rellen. Hij stuurde er tanks op af en liet zijn militairen flink wat lui neerschieten. En wat denk je? Ze waren het dorp nog niet uit of de vorst was de held van Salfit! Hij had respect afgedwongen. Dat zijn methoden die werken.'

Samir zet zijn tanden in een vijg, kauwt bedachtzaam en zegt: ' Palestijnen hebben zich nimmer door een harde hand laten imponeren. Integendeel: hoe meer leed, hoe meer verbittering, hoe meer geweld. We moeten die vicieuze cirkel doorbreken. Ik zeg niet dat wij schone handen hebben, maar wat dacht je van de Israelische neiging tot geweld? Ik ben bang dat Jeruzalem momenteel in het geheim probeert de oorlog te ontketenen. Hoe langer de Amerikanen praten met Arabische regeringen die Israel verafschuwen, hoe langer zij samenwerken, hoe meer begrip er over en weer ontstaat. Israel ervaart de huidige gang van zaken als bedreigend. En ik weet hoe Israel op bedreigingen reageert.'

Vigilantes

De slagboom rechtop, de halve wegblokkade onbemand: Ariel is lang niet zo zwaar beveiligd als de nederzettingen van orthodoxe joden ('Israels eigen extremisten', zegt Hella). Rondom dat deeltje van Eretz Yisrael geen prikkel- en schrikdraad, geen omheiningen die 's nachts worden verlicht. Wel maken dan wat bewakers hun rondjes - mannen zijn verplicht een keer per maand wacht te lopen. ' Psychologisch ruggesteuntje, ' zegt Hella. ' Sommigen slapen er wat rustiger door, maar in de praktijk stelt het geen bal voor. Vaak zitten die knapen in hun hokje televisie te kijken.' Lachend: ' Als Saddam Hussein op een nacht naar binnen sluipt, kan hij probleemloos zijn slag slaan.'

In geval van Palestijnse sabotage-acties nemen de inwoners van Ariel soms het recht in eigen hand. De New York Review of Books onthulde vorig jaar dat de nederzetting een volgens Knesset-leden door de burgemeester geleide 'vigilante militia force' heeft, die regelmatig strafexpedities tegen Palestijnen organiseert. Het blijft dan niet bij het ontwortelen van olijfbomen. ' Nachman gaat desnoods over lijken om z'n doel te bereiken, ' had Hella het karakter van Ariels eerste burger al omschreven.

In het winkelcentrum eten soldaten shoarma. Ze hebben hun wapens achteloos op plastic stoeltjes gelegd. Palestijnse arbeiders

sjokken voorbij; zorgvuldig bezemen ze de grond rond de jeep. Het schoonmaken van de nederzetting brengt rond de vijftien gulden per dag op - een fractie van wat Israeli's voor dergelijke arbeid incasseren. Een jaar geleden maakte de lokale pers melding van een bevel dat burgemeester Nachman uitvaardigde tegen Palestijnen die werkzaam waren in Ariel: zij moesten een witte kaart opspelden waarop in het Hebreeuws de woorden Buitenlandse Arbeider prijkten. Vergelijkingen met de gele Davidsster lagen voor de hand. Na een wereldwijde storm van protesten ('Ariel wordt gerund door joodse nazi's') gaf Nachman zijn oorspronkelijke plan op. Palestijnse gastarbeiders dienen nu een legitimatiebewijs in hun portefeuille te hebben. ' In deze vorm is het een redelijke poging PLO-figuren met een bommetje in hun tas te weren, ' zegt Hella.

Terwijl de mullah zijn gebeden vanaf een minaret over Salfit laat golven, tandenknarst Samir dat Palestijnen de waterdragers van Ariel zijn. ' Doordat ze gaan ander werk kunnen vinden, zien ze zich gedwongen joden te helpen bij het bouwen van woningen op het land van hun eigen voorvaderen. Het enige alternatief is leven in armoede, als katten in de straten.'

Eigenlijk zouden de Palestijnen 'hartstikke blij' moeten zijn met de Israelische bezetting, vindt Hella. ' Sinds onze komst zijn ze er alleen maar op vooruitgegaan. Hun welvaart is toegenomen, ze hebben telefoon gekregen, water... wat willen ze nog meer? De laatste tijd maken ze het zichzelf moeilijk: de Intifadah is een strop om hun eigen nek. Vroeger deden wij joden vaak boodschappen in Salfit. Dat laten we vandaag de dag wel uit ons hoofd, zeker nu de Golfcrisis de verhoudingen extra verslechtert. Gottogot wat zijn die mensen dom bezig.'

Raar volk, Arabieren, vervolgt ze. ' In je gezicht doen ze vriendelijk, maar als je je omdraait krijg je een mes in je rug of stelen ze je huis leeg - zelf meegemaakt. Arabieren zijn onbetrouwbaar. Zie meneer de opperterrorist Arafat: het ene moment erkent hij Israel, het andere schaart hij zich achter Saddam, die ons een nieuwe Endlosung toewenst.' Arabieren kunnen elkaars bloed wel drinken, zegt Hella. Eh, nee, niet dat ze zich in hun kring beweegt, maar 'iedereen kent die verhalen toch': ' Pesten, jennen - ze doen niks liever. Je ziet het in de grote politiek, je ziet het ook hier in de omgeving: ze voeren voortdurend onderling oorlog.' Als Palestijnse dorpen kiezen voor aansluiting op het Israelische electriciteitsnet, citeert ze ter afsluiting van zulke tirades de Jerusalem Post, ' krijgen ze El Fatah-mensen op hun dak die de hele bende opblazen.'

Het is een onderwerp dat Samir liever uit de weg gaat. Zeker, de afgelopen maanden brachten Palestijnse commando's meer als collaborateurs beschouwde bloedbroeders om dan dat er Palestijnen sneuvelden tijdens botsingen met de Israel Defence Forces. Zeker, landverkoop aan Ariel kan reden genoeg zijn om dorpsgenoten te liquideren. ' Maar moord is het allerlaatste redmiddel, ' zegt hij, ' Meestal zijn verraders eerst ettelijke keren gewaarschuwd of weggestuurd. Ze zitten tussen twee vuren: beeindigen ze de samenwerking met de Israeli's, dan wachten hen represailles van de Mossad. Gaan ze door, dan grijpen mede-Palestijnen in.'

Hella Hartman gruwt. Soms planten die barbaren een bijl in het hoofd van hun zwager, hun broer, desnoods hun vader! Zijn dat mensen? Zeg het!

Saddam Hussein

Samir rouwt. Zijn schoonvader is vannacht overleden. Diabetes. De familie heeft de gestorvene rond de dageraad naar de dodenakker gedragen; nu klinkt in de diwan (zitkamer) het geween van tientallen vrouwen. Aan de muur, naast een gezicht op Mekka, hangt het van Schiermonnikoog tot Salfit bekende portret van een verdrietig zigeunerjongetje - de Biggelende Traan als universeel ikoon. Zwijgend drinken de mannen, kralenkettingen in de hand, aan de overkant van de straat hun saade, bodempjes bittere begrafeniskoffie. Samir verontschuldigt zich: we kunnen het interview vandaag niet voortzetten. Maar ofschoon de voorschriften willen dat hij zijn gedachten nog twee dagen aan de dode wijdt, mag ik morgen langskomen. Onze ontmoetingen zijn belangrijk, fluistert hij. ' Het wordt tijd dat westerlingen ons begrijpen.'

Hoe een intelligente Palestijn als jij partij kan kiezen voor Saddam Hussein snap ik nog steeds niet, zeg ik als we weer tegenover elkaar zitten. Glimlachend negeert Samir de beledigende ondertoon: ' Palestijnen hebben in Irak bewegingsvrijheid, terwijl wij elders aan banden worden gelegd. De meeste Arabische landen zijn minstens net zo bang voor een onafhankelijke Palestijnse staat als Israel. In de praktijk stelt hun steun weinig voor. Maar in Bagdad kunnen Palestijnen zich zelfs ongestoord bewapenen.'

Samir betoogt dat Saddam Hussein een oprechte, imponerende man is die goed nadenkt voordat hem iets over de lippen komt. Hij wekt de indruk 's werelds meest gehate politicus persoonlijk te hebben ontmoet. ' Dat is ook zo. Toen ik in New Delhi studeerde, nodigden Iraakse vrienden me uit voor een feestje waar ook Saddam - toen vice-president - verscheen. Hij dronk geen druppel alcohol, en hij knipoogde niet naar vrouwen. Zijn pleidooi voor Arabische unificatie onder de vlag van de Ba'ath-partij was sterk. Gelukkig beklemtoont hij nu ook het belang van de islam - al weten we niet of hij dat meent.'

Toch heeft de Palestijnse keuze voor Saddam Hussein iets opportunistisch, provoceer ik. ' Je snapt er inderdaad niks van, ' valt hij uit. ' Je hebt geen weet van onze wanhoop. Wij waden al veertig jaar door de ellende. We hebben onze hoop gesteld op het communisme, op nationalistische partijen, op religieuzen, op de PLO... niets hielp echt. We moeten toch wat? Zou Bush Salfit binnenmarcheren met de serieuze wil ons probleem op te lossen, dan omarmden we zelfs hem.'

Gezwel

De meeste inwoners van Salfit hebben Ariel nog nooit bezocht. Samir overwon eenmaal zijn afkeer. ' Ik voelde me een binnendringer, terwijl het juist de joden zijn die dat gezwel, die nederzetting, in ons lichaam, ons land hebben geplaatst. Eerlijk gezegd had ik last van schuldgevoel: waarom slagen wij Palestijnen er niet in met hulp van onze Arabische bondgenoten zoiets moois uit de grond te stampen? Waarom falen wij? Waarom woont een groot deel van ons volk nog onder tentzeil, in vluchtelingenkampen?'

Afgunst, nijd, oordeelt Hella. ' En die Arabische jaloezie wordt gemaskeerd door frases over onrecht - oooh ze kunnen het zo mooi zeggen.' Nu de Golfcrisis opnieuw onderstreept dat het Midden-Oosten geen rust zal kennen voordat het Palestijnse probleem is opgelost, herleeft volgens Hella 'de Jordaanse optie': ' Ten oosten van de Jordaan ligt een kant-en-klaar homeland te wachten op de Palestijnen. Laat ze daarheen vertrekken. Koning Hussein zal ze misschien niet met open armen ontvangen, maar hij heeft ruimte zat.' Ze betreurt het dat islamitische fundamentalisten het fanatisme van de Palestijnse jeugd aanwakkeren (' Ouderen willen hier best assimileren'). De islam is een turbo op de politieke motor van 'die duivelse Intifadah'.

Zelf vertrekken? Zij? Ben ik gek geworden? Ariel is haar 'verrukkelijke paradijsje', haar toevluchtsoord na een leven vol ontberingen. ' Bommen of geen bommen, wij laten ons hier niet wegpesten.' De inwoners van Ariel zullen de wereldopinie trotseren, nooit deze heuvel afdalen, nimmer de bezette gebieden verlaten. Het is een houding die Hella geen kwaad geweten bezorgt. Op heldere dagen ziet ze vanuit de nederzetting de kustlijn, en dan denkt ze: ' Zonder de Westbank zou Israel een zelfmoordstrookje zijn. 't Is doorademen of doodgaan.'

Haar grote angst blijft dat de Arabische landen ooit de handen ineen slaan. ' Louter door hun verdeeldheid is ons bestaan voorlopig verzekerd. Idioot he - iets of iemand moet het zo voor ons hebben geregeld. In mijn nachtmerries komen Saddam, Assad, Mubarak en al die anderen op een lijn. En dan... niet aan denken, niet aan denken.'

Vanavond is er geen maan. In het duister van de Westbank lichten enorme schijnwerpers op, de bundels glijden vanaf een bergtop over Arabische dorpen. In de verte blauwe zwaailampen - een checkpoint. Het ontgrendelen van een wapen, een flard van een bevel, en het gekraak van walkie talkies; agenten bladeren door het Nederlandse paspoort, adviserend de Westbank op dit uur te mijden. We vervolgen onze weg. Hier en daar branden vuren; door Ramallah trekken groepjes soldaten met de wapens in de aanslag. Morgenochtend zullen de kranten melden dat de nacht kalm was.

' Zo leven wij. In angst, ' zegt Samir. ' Joden en Palestijnen. We zullen pas vrede kennen als we dit land eerlijk verdelen. De Israeli's mogen de grond behouden die zij ons in '48 met geweld ontnamen. De Westbank en de Gazastrook moeten ze verlaten - het spijt me voor Ariel. Laten we elkaar vanaf dat moment respecteren en liefhebben.'

Samir durft zich niet meer af te vragen of hij het ontstaan van een soevereine Palestijnse staat nog zal meemaken. Toen hij jong was, wist hij dat zeker - hij droomde er dikwijls over. Toen hij volwassen werd, veranderde de droom in een verlangen - hij huilde er dikwijls om. ' En nu, nu word ik oud.'

Saddam Hussein, zegt Samir, heeft de Palestijnen het vermogen te dromen weer teruggegeven.