Romario is voor de clubarts doorlopend een bron van zorg

Gisteren werd in Enschede de Club van Clubartsen en Consulenten uit het betaalde voetbal opgericht. De medici willen gemeenschappelijk oplossingen voor problemen zoeken en onder meer controle houden op het aantal en de aard van de blessures. PSV-clubarts Cees-Rein van den Hoogenband, chirurg in het St. Anna-ziekenhuis in Geldrop, is een van de initiatiefnemers. 'Er is ook bij ons behoefte om zaken met elkaar te bespreken. Bij de KNVB in Zeist werd weleens een ochtendje over knieletsel of zo gesproken, maar daar kwam nooit veel uit.'

Bij PSV waren woensdag tegen Montpellier Valckx, Koeman en Romario niet fit, was Gerets pas weer terug, viel Popescu uit en ontbrak Van Aerle nog steeds. Vindt u momenteel het aantal blessures in het betaalde voetbal in Nederland schrikbarend?

Die indruk heb ik wel. Maar ik weet niet of er daadwerkelijk meer blessures dan anders zijn. Dat is zo'n punt waar onze club van artsen wat aan zou kunnen doen. We moeten naar een deugdelijke registratie van blessures toe. Afgelopen seizoen hebben we dat bij PSV al gedaan. Toen zijn we geschrokken, want het waren er veel.

Gaan jullie met de nieuwe club ook naar preventieve maatregelen zoeken?

Dan kom je al gauw bij spelregels en arbitrage terecht. Het is frappant dat op een enkeling na trainers en spelers geen moeite hebben met de nieuwe maatregelen om een aantal harde charges te pareren met gele of rode kaarten. Je ziet dus ook dat er nu doelpunten worden gemaakt door spelers die niet meer van achteren worden neergehaald. Daar hoeven wij dus misschien niets meer aan te doen. Ik vind wel dat je de scheidsrechters de kennis moet bijbrengen waarom de ene sliding wel gevaarlijk is en de andere niet. Als een speler in zijn rug wordt aangevallen zonder dat hij weet wat er precies gaat gebeuren en hij staat vast met zijn voeten dan komen er gigantische draaikrachten op zijn gewrichten. Dat is heel gevaarlijk. Het ziet er vaak ernstiger uit als iemand in volle ren wordt neergehaald. Maar als hij het ziet aankomen kan hij met de beweging meegaan. Meestal gebeurt er dan ook niets. Via beelden kun je de scheidsrechters laten zien wat de echt gevaarlijke handelingen zijn. Dat zie ik als onze plicht. Voetbal is niet zo zeer harder, maar wel sneller geworden. Daardoor zijn alle botsingen ook geladen door snelheid. Dus doen zich meer ernstige letsels voor. Natuurlijk wordt er soms ook scherper gespeeld. Dat vind ik op zich niet zo'n ramp. We moeten er ook geen schijterige sport van maken.

Met de grote belangen in het voetbal zullen ook de medici vaak onder druk staan om geblesseerde spelers zo snel mogelijk weer op het veld te krijgen. Herkent u de situatie?

Die druk kan ik niet ontkennen. Die is soms groot. Niet in de laatste plaats door toedoen van de speler zelf. Neem Eric Gerets. Dat is een ongelooflijk lastige patient, gedreven door het feit dat hij het liefst gisteren genezen wil zijn. Je balanceert als clubarts in het betaalde voetbal weleens op de grens van de mogelijkheden. Daarbij loop je dan de kans dat je de balans in negatieve zin laat doorslaan. Als ik iedereen een half jaar rust kan geven, kan ik iedereen genezen. Daar is niets aan. Maar als het erom gaat of een bepaalde blessure na vijf of na zes weken is genezen en na vijf weken uitgerekend de wedstrijd tegen Ajax op het programma staat, ja, dan spelen er andere elementen mee. Soms moet je risico's nemen. Dan zit je in nood. Maar een ding moet wel altijd voorop staan en dat is het belang van de speler. Als je daaraan gaat tornen begeef je je op glad ijs.

PSV heeft in Romario door diens manier van spelen en positie misschien wel de meest blessuregevoelige speler van de eredivisie.

Hij is voor de clubarts doorlopend een bron van zorg. Hij heeft nu achter elkaar een zeer ernstig enkelletsel en een knieblessure gehad. Hij wordt zo langzamerhand een beetje gesloopt. Daar komt bij dat Romario steeds net niet honderd procent fit het veld inkomt. Daarmee hebben we de laatste weken echt op de rand gebalanceerd. In goed overleg overigens. Hij wilde zelf per se spelen. Maar dan komt hij in een onschuldige scrimmage voor het doel van FC Den Haag weer ongelukkig ten val op zijn knie en precies op de plaats die aan het genezen was. We moeten nu dus zeggen: tot hier en niet verder. Dat is inmiddels gebeurd. Hij moet eerst helemaal genezen. Die twee weken die PSV nu vrij heeft komen ook als een geschenk, medisch gezien dan. Kees Ploegsma (manager, red) zal het na de uitschakeling in de Europa Cup niet met me eens zijn.

Een aspect rondom blessures in het betaalde voetbal is de niet-clubgebonden medicus die die bekende speler wel even zal genezen. Hoe kijkt u daar tegenaan?

Ik erger me kapot aan dat soort mensen. De namen zijn bekend. Ik heb met eigen ogen gezien dat jongens van ons in het spelershome worden benaderd met de mededeling dat het de hoogste tijd is om zich onder behandeling van desbetreffende persoon te stellen. Mensen laten zich zo wel kennen. Voor de spelers is het heel vervelend, want wie moet je nog vertrouwen in die wereld. Wij, mijn collega Karel van den Brekel en ik, maken aan het begin van een seizoen met name de nieuwe spelers duidelijk dat we als dokters van PSV niet Onze Lieve Heer zijn. Dus als ze om welke reden dan ook de mening van iemand anders willen hebben, kan dat. Dan voelen we ons ook moreel verplicht alle benodigde gegevens te verstrekken. Twee jaar geleden hebben we problemen met de blessure van Ivan Nielsen gehad. Daarover hebben we her en der heel wat meningen gevraagd. Dergelijke situaties hebben zich vaker voorgedaan. Soms vind ik het niet zinvol. Dan laat ik dat ook blijken. Maar over het algemeen heb ik er geen problemen mee. Wij zullen er wel invloed op uitoefenen dat zo'n speler naar in onze ogen valide mensen toegaat. Maar ik heb bij PSV niet de ervaring dat de voetballers zich door de eerste de beste malloot laten omturnen.

U krijgt zelf ook spelers van andere clubs bij u. U heeft laatst Gene Hanssen van Roda JC aan zijn knie geopereerd. Hij speelde na negen dagen weer. Hanssen is speler van een tegenstander van PSV. Toch heeft u er geen problemen mee hem te helpen?

Concurrentie speelt onder de clubartsen helemaal niet. Vorig jaar konden Van den Brekel en ik wegens omstandigheden beiden niet mee naar de wedstrijd tegen FC Groningen. Hebben we onze collega bij die club, Peter Hut, gevraagd of hij bij problemen zou willen inspringen. Dat was in orde. Maar later hoorden we dat er de dag voor de wedstrijd een probleem met een van onze spelers was geweest. Toen hebben ze in de regio Groningen wanhopig naar een arts gezocht. Op mijn vraag waarom ze Hut niet hadden gebeld kreeg ik als antwoord: ja, maar dat is toch de dokter van de tegenstander? Een dergelijke gedachte speelt bij ons niet. Daar moeten wij hartelijk om lachen. Ik heb Hanssen van Roda weleens een half uur voor de wedstrijd tegen PSV wat gegeven tegen de koorts. Hij kon gewoon spelen. Echte irritatie geeft zoiets niet bij je eigen club. Je moet er soms wegens de spanning voor een wedstrijd wel voorzichtig mee omspringen. We zijn natuurlijk primair dokter. Van den Brekel en ik zijn ook met opzet niet in dienst van PSV. Dat is niet uit wantrouwen, maar het is goed in onze positie om een zekere mate van professionele autonomie te hebben. Zodat je dingen kunt beslissen zonder dat er een relatie werknemer-werkgever bestaat.

Maar weinige clubs in het betaalde voetbal hebben een echte sportarts in dienst. Het zijn voornamelijk huisartsen, orthopedisten, chirurgen en fysiotherapeuten die in de medische staf zitten. Is dat een nadeel?

Ik heb mijn twijfels over het instituut sportarts. Ik denk, met alle respect, dat het eigenlijk van heel veel niets is. Sportartsen zijn breed georienteerd, maar echte autoriteit en ervaring hebben ze niet. Ze moeten in al die vakken die met sport te maken hebben participeren. Dat is te veel. Dat kan ook niet. Wij huren juist mensen in voor zaken waarvan we geen verstand hebben. In het betaalde voetbal heb je als medicus voor tachtig procent te maken met blessures. Dat is niet iets typisch voor een sportarts, want hij heeft hooguit een jaar stage orthopedie gelopen.

Zou het een ideale situatie zijn als u als arts voor honderd procent in dienst van PSV zou zijn?

Dat is zeker niet ideaal. Ik denk juist dat PSV een beroep op ons doet wegens een zekere mate van kennis en kunde, maar ook ervaring. En ervaring bouw ik niet op met twintig beroepsvoetballers. Die bouw je op in de dagelijkse praktijk. Een van de grootste letsels die je in het voetbal tegenkomt is dat iemand zijn been breekt. Die gevallen krijgen we hier in het ziekenhuis elke dag binnen. Ik zie daarin niet de geladenheid die het voor de voetballerij heeft. Daar is het van: oe, een gebroken been. Als ik een zwaar gewonde van een verkeersongeluk heb opgeknapt heb ik daar vakmatig gezien een veel grotere voldoening van dan dat ik in de knie van een stervoetballer kijk. Dat is voor mij een routineklus. Het voetbal zie ik ook als hobby. Voetballers zijn prettig te behandelen. Ze zijn altijd gemotiveerd. Ze doen er alles voor om te genezen. Je hoeft nooit te douwen. Ze gaan vanzelf.

U bent jaren als arts actief geweest in de wielersport en dan met name bij de ploeg van Peter Post. Hoe kijkt u tegen de kwestie-Theunisse aan?

Gert-Jan was onlangs nog bij me met een blessure. Ik heb erg met die jongen te doen. Hij heeft er zeker recht op dat die zaak tot op de bodem wordt uitgezocht. En als de deskundigen tot de conclusie komen dat de problemen bij Theunisse terug te voeren zijn op een verstoring van zijn eigen testosteron-balans dan denk ik dat hij zo snel mogelijk moet worden gerehabiliteerd. Dan moet dat verhaal de wereld uit. Het zou misdadig zijn als het dan nog zou doorgaan.

Het aspect doping maakt het verschil tussen de takken van sport als voetbal en wielrennen nog veel groter dan het al is.

Dat roepen de wielrenners over zichzelf af. Helaas hebben zij meer in het grijze gebied gebivakkeerd dan de voetballers. Dat heeft met de soort sport te maken. Je kan niet ontkennen dat er in het wielrennen via medicamenten invloed op het prestatieniveau kan worden uitgeoefend. In de duursport is dat bekend. Ik voelde me met name de laatste jaren niet meer thuis in het wielrennen. Er wordt soms heel onheus over mensen gedaan. Als ik nou zie hoe Peter Post wordt afgeschilderd. Dan denk ik van: jullie zitten in je eigen nest te schijten. Dat is slecht voor je sport. De voetballerij kent gelukkig geen dopingcultuur. Eens in de zoveel tijd lees ik wel dat een speler met veel bravoure vertelt wat er in de glaasjes heeft gezeten. Maar dat neem ik niet serieus. Het verschilt of je op de fiets zit en alsmaar rechtuit moet rijden of dat je met veel gevoel een pass over het hele veld moet geven. Daar komen hele andere facetten bij kijken. Dat is niet met een pilletje op te lossen.