Regisseur Roman Kozak en het post-perestrojka-theater in Arnhem; De dronkaards scheppen de woorden

ARNHEM, 6 okt. In het begin van de jaren zeventig was er in Moskou een voorraad aan Cinzano-flessen, voldoende voor twee jaar drinken. Het was de enige drank die voorhanden was. De schrijfster Loedmilla Petroesjevskaja wijdde een toneelstuk aan het aperitief: Cinzano, met als ondertitel 'Een Italiaanse vermouth zonder pauze'.

Het is een explosief toneelstuk voor drie acteurs, vrienden van elkaar. Ze zijn elkaar geld schuldig, hebben vrouwen en vriendinnen, kinderen en ouders. Met elke band zouden ze willen breken, hadden ze daartoe de macht en de wil. Op een vrijdagavond in de jaren zeventig, maar het zou evengoed nu kunnen zijn, treffen ze elkaar om gedrieen gelukkig en vrolijk te worden van Cinzano, brood en kaas. Ondanks de titel behelst de voorstelling niet het alcoholisme, maar wel het verlangen naar blijdschap, verzoening en vriendschap.

Het gezelschap van regisseur Roman Kozak (1957) noemt zich met recht 'De Vijfde Studio van het Moskou's Kunsttheater'. Zij streven toneelspel na dat in de traditie van Stanislavski staat, met alle nadruk op gevoelens en inleving. Stanislavski is in Rusland niet uit de gratie, in tegenstelling tot Nederland waar er bijna een doem ligt op zijn methode van regisseren.

Over het stuk en zijn herinneringen aan Cinzano vertelt Roman Kozak: 'Wij drinken de aperitief niet op zijn westers, geen kleine teugen maar volle glazen achter elkaar, we drinken het goedkoop en woest. Als bier. Niet om eraan verslaafd te raken, maar een fles Cinzano was voor ons een middel om te overleven. Dat element schuilt nadrukkelijk in de voorstelling: de moeder van een van de vrienden is zojuist doodgegaan, de anderen weten dat niet, pas aan het slot komen ze erachter en intussen hebben ze feest gevierd. Hun manier van overleven.

'Dat feest ontaardt trouwens in een gevecht tegen elkaar en met elkaar. Ze bestrijden elkaars afhankelijkheid van thuis, van hun vrouwen en hun werk, en tevens weten ze dat ze allemaal tot hetzelfde leven zijn gedoemd. Het is een verhaal over vaders, en hoewel het in 1971 is geschreven en jarenlang slechts ondergronds gelezen kon worden, had het evengoed van nu kunnen zijn. Het gaat over de plaats van mensen in de geschiedenis; en aangezien de Russische geschiedenis somber is, zoeken de mensen naar bevrijding van die zwaarte. Dat kan door drank. Onze speelstijl is direct en geemotioneerd, aansluitend bij Stanislavski. Hij is bij ons geen mummie. Stanislavski is veel te rijk om aan voorbij te gaan.'

De schrijfster slaat alcoholisten zo hoog aan dat zij hen 'scheppers van woorden' noemt, 'net als kinderen'. De voorstelling heeft ontegenzeggelijk enorme vaart, uitmondend in een grootse apotheose waarin een van de spelers al zijn opgekropte energie botviert op een drumstel. De acteurs spelen in een kaal decor. Een losgerukte telefoon en een uit de tram gesloopte stoel zijn de enige attributen. De huiskamer is geleidelijk veranderd in een arena.

Volgens Roman Kozak is de desolate, wanhopige ondertoon van Cinzano nadrukkelijk verbonden met de bitterheid die het leven in Rusland oproept. 'Zelfs na de omwenteling is Rusland een ziek land. Er is weinig geld, weinig vreugde. Het theater drukt die somberte uit, want iemand die zwaar ziek is, is niet gebaat bij stripverhalen. De perestrojka is veel te hard aangekomen en heeft het leven ontwricht. Er is in ruim zeventig jaar tijds, dus sinds de revolutie van 1917, een type mens ontstaan waar je niet blij mee hoeft te zijn; een mens die nog het meest weg heeft van een dier. Er is geen behoefte meer aan theater, zoals eertijds. Dat is pijnlijk voor ons. Voordat de mens weer meer mens wordt is er nog een lange weg te gaan, waarbij theater aan dat zoeken van de mens richting kan geven.'

Cinzano, simultaan vertaald door Johan Spaans. Arnhem, Schouwburg, 6/10; 20.30 uur.

Tijdens het Arnhemse festival Passage Oost-Europa speelt 'De Vijfde Studio van het Moskou's Kunsttheater' een stuk over het vermaarde aperitief Cinzano. Regisseur Roman Kozak reisde mee met zijn gezelschap: 'De perestrojka is veel te hard aangekomen.'

    • Kester Freriks