'Oogappels van agitatie' overleven door Westduitse ruzie; Oude DDR-omroepen nog intact

BERLIJN, 6 okt. De DDR moge zijn heengegaan, haar omroepsysteem staat nog overeind. Door het touwtrekken tussen de Westduitse publieke omroepen onderling is tot nu toe nog niet verdwenen wat, naar iedereen zei, zo snel mogelijk moest verdwijnen: de centrale, vanuit Berlijn geleide radio- en televisiebedrijven van de DDR, eens oogappels van het apparaat voor agitatie en propaganda.

Een poging van de laatste DDR-regering, wettelijke voorzieningen te treffen voor de ontbinding van de DDR-televisie, die zich sinds de 'Wende' in de DDR 'Deutsche Fernsehfunk' (DFF) noemt, en het van de televisie volstrekt gescheiden radiobedrijf, strandde op het vermoeden bij een meerderheid in de Volkskammer, dat de regerende CDU een te stevige vinger in de omroeppap wilde.

Een aanbod van de ARD, waarin de omroepinstanties in de verschillende westduitse bondslanden samenwerken, om op de dag van de Duitse eenheid althans het eerste televisiekanaal van de DFF te vervangen door het eerste, landelijke programma van de ARD, strandde daarentegen weer op weerstanden bij de DDR-minister van omroepzaken. Daarover moeten de vijf nieuwe bondslanden maar beslissen, vond hij, omdat bij hen naar Westduits voorbeeld de omroepbevoegdheden komen te liggen. Die bondslanden bestaan evenwel alleen nog maar op papier, totaan de eerste landsparlement-verkiezingen op 15 oktober.

En zo heeft de mediaconsument in Berlijn tot nader order een ongekend overdadig etheraanbod, twee keer vier FM-radioprogramma's uit de beide Duitslanden, drie Westduitse publieke televisieprogramma's en twee Oostduitse. In die delen van de voormalige DDR waar men vroeger geen Westduitse zenders kon ontvangen, is dat na de Duitse vereniging nog steeds het geval in de stad Dresden bijvoorbeeld, die daarom nog steeds zijn oude bijnaam 'Tal der Ahnungslosen' verdient.

Inmiddels functioneren in Berlijn ook de drie televisie- en vijf radiozenders van de bezettingsmachten vrolijk verder. En dan is er nog de RIAS, een van de meest curieuze overblijfselen van de Koude Oorlog in het Duitse medialandschap. Deze Radio in American sector was oorspronkelijk een Amerikaanse propagandazender voor de Sovjet-zone, de latere DDR, een Duits equivalent van wat Radio Liberty en Radio Free Europe waren voor de Sovjet-Unie en de rest van Oost-Europa. Nog altijd heeft de Amerikaanse overheid een stevige invloed in het stichtingsbestuur van RIAS, maar voor de kosten van meer dan vier uur televisie en 48 uur radio per dag draait sinds een paar jaar de Westduitse belastingbetaler op.

Kleine coup

Vorige maand probeerden de medewerkers van RIAS met een kleine coup hun toekomst veilig te stellen: plotseling was een van de radioprogramma's van RIAS in heel de DDR via FM te horen, en niet alleen maar in Berlijn. Een en ander bleek het resultaat van een geheime afspraak tussen de directeur van RIAS en de intendant van de DDR-radio, en ging ten koste van de 'Jugendradio DT'64', voorheen de radiozender van de communistische jeugdbeweging FDJ.

Jammer genoeg voor RIAS heeft nu juist Jugendradio DT'64 veel enthousiaste luisteraars in Leipzig en Dresden, die met duizenden de straat opgingen. Het DDR-ministerie voor omroepzaken verbood de onderhands gesloten transactie, en de jeugdzender kreeg zijn FM-frequenties terug.

Sinds een paar dagen is te horen hoe Jugendradio DT'64 denkt te overleven: er zijn steeds meer programma's in samenwerking met de Westduitse commerciele zenderketen FFN te horen. Dergelijke commerciele contacten zijn, in de hoop de eigen werkgelegenheid te redden, ook gelegd door andere resten van de DDR-radio.

Over de bevoegdheden van de toekomstige vijf landsregeringen in Oost-Duitsland lijkt niemand zich in dit verband veel zorgen te maken. In verband met de voorshands bescheiden inkomens van de Oostduitsers heeft de laatste DDR-regering de omroepbijdrage overigens in deze streken een nieuw verschijnsel vastgesteld op niet meer dan negentien D-mark per jaar, geen bedrag waarvan een landsregering veel publieke omroep kan maken.

Dat geldgebrek vormt ook de hoop van de Oostduitse televisie DFF. In sommige uitzendingen is duidelijk te merken dat DFF de 'Wende' heeft overleefd met een minimum aan zuivering in de eigen gelederen. De nieuwslezeres die vorig jaar nog de warme steun van de DDR-arbeidersklasse voor de onderdrukking van de 'anti-communistische raddraaiers' op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking vertolkte, las tot juli van dit jaar nog steeds het nieuws voor.

Bij DFF was men een warm voorstander van de overname van het eerste ARD-programma op het eerste DFF-kanaal. De vijf bondslanden zullen, zo gokt men, straks in ieder geval geen geld hebben elk hun eigen 'derde programma' te maken. Dat kan dus mooi in Berlijn geproduceerd worden, als voortzetting van het huidige DFF-2.

De overgave van DFF-1 aan de ARD strandde op verzet van de andere grote Westduitse publieke omroep, de ZDF, die niet wil dat de ARD uitzendt in Oost-Duitsland voordat zij ook present kunnen zijn. Daarvoor moet eerst een derde, heel Oost-Duitsland bestrijkend zenderpark worden aangelegd, en dat duurt even.

Tot hun eigen verwondering zien de medewerkers van RIAS-tv hun onmiddellijke toekomst veilig gesteld: ARD en ZDF gaan met ingang van volgende maand het Berlijnse ontbijtprogramma plotseling over al hun zenders in heel de Bondsrepubliek uitzenden, als een nieuw wapen tegen de ontbijtprogramma's van de commerciele zenders RTL-Plus en SAT1.

En de Oostduitse kijker? Die haalt, zoals elke wandeling door de onbekabelde ex-DDR leert, op grote schaal Astra-schoteltjes in huis om naar de commerciele Westduitse zenders te kijken. Na zoveel jaar ideologische rechtzinnigheid en officiele kuisheid blijkt vooral de striptease-quiz van RTL-Plus, Tutti Frutti, zich tussen Elbe en Oder in een verpletterende populariteit te kunnen verheugen.

    • Raymond van den Boogaard