Moskou zoekt bemiddelaarsrol in de Golfcrisis

MOSKOU, 6 okt. De Sovjet-Unie hoopt samen met Frankrijk een dominante rol te spelen in de Golfcrisis. Beide mogenheden 'consulteren' elkaar, volgens het Sovjet-ministerie van buitenlandse zaken, nu 'nauwgezet' over de wederzijdse diplomatieke stappen. Het was dan ook geen louter toeval dat dezer dagen zowel president Mitterrand van Frankrijk als een hoge Russische delegatie namens president Gorbatsjov door het Midden-Oosten reisde.

'Het beleid is niet geharmoniseerd, maar we werken wel in nauw overleg met elkaar', aldus een woordvoerder van Sovjet-minister van buitenlandse zaken Sjevardnadze. Gorbatsjov sprak donderdag de verwachting uit dat oorlog kan worden voorkomen.

De rol van de Sovjet-Unie in dit diplomatieke offensief is gericht op de PLO en Irak. Gisteren heeft Gorbatsjovs adviseur Jevjeni Primakov, als lid van de 'presidentiele raad' verantwoordelijk voor het buitenlands beleid, gesproken met Iraks leider Saddam Hussein, diens vice-premier Taha Jassin Ramadan en minister van buitenlandse zaken Tariq Aziz. Dezelfde dag sprak hij in Bagdad bovendien voor de tweede maal deze week met PLO-leider Yasser Arafat.

Eerder had hij zich met een 'speciale boodschap' van zijn staatshoofd in Amman bij koning Hussein van Jordanie gevoegd. De inhoud daarvan is niet officieel bekend gemaakt. Maar het ministerie van buitenlandse zaken in Moskou heeft wel laten doorschemeren dat de Sovjet-Unie 'positief' staat tegenover de suggestie van Mitterrand om niet meer onvoorwaardelijk vast te houden aan de terugkeer van de emir van Koeweit, sjeik Jaber al-Ahmed al-Sabah, mits Irak bereid is zich geheel terug te trekken, en vervolgens om het Israelisch-Arabische conflict en de burgeroorlog in Libanon stapsgewijs in een politieke oplossing van de Golfcrisis te integreren.

De officiele verklaring voor de reis van Primakov is overigens van andere aard. Volgens het departement van buitenlandse zaken is hij alleen in Bagdad om de terugkeer van de resterende 5.174 Sovjet-burgers te regelen. De directe aanleiding zijn de omstandigheden waarin de Sovjet-burgers nu in Irak moeten leven. Vorige week beschreef een ingenieur, die werkzaam is op een civiel bouwproject ergens in het zuiden van Irak, in een brief aan de Opperste Sovjet van de Russische federatie, hoe de toestand voor hem en zijn driehonderd landgenoten daar is: in de winkels en op de markt weigert men hen te bedienen en op straat lopen vijftienjarige jongetjes met automatische machinegeweren van het type AK-47 'originele manieren uit te denken om grappen uit te halen'. 'Help ons hier weg te komen', aldus de briefschrijver. De Sovjet-burgers 'zijn onze eerste zorg', zei minister Sjevardnadze.

De regering in Bagdad eiste tot nu toe naleving van de contracten op basis waarvan de Russen in Irak werkzaam waren. Ze mochten pas weg als de arbeidsovereenkomsten waren afgelopen. Bovendien vertraagt Irak de terugkeer van de Russische burgers, aldus Sjevardnadzes ministerie, door geen medewerking te verlenen aan de noodzakelijke formele procedures.

Slechts tweeduizend van de in totaal zevenduizend Sovjet-burgers konden tot nu toe naar huis gaan, maar dat waren merendeels vrouwen en kinderen en ongeveer 150 militaire adviseurs die ook geen verplichtingen meer hadden. Maar Primakovs reis heeft toevallig wel plaats in het licht van een weinig luidruchtige maar wel steeds intensievere diplomatie van de kant van de Sovjet-Unie. De Sovjet-Unie heeft vanaf het eerste moment meegedaan aan het optreden van de Veiligheidsraad, maar er wel steeds de nadruk op gelegd dat militair ingrijpen moest worden voorkomen. De aanvallen op de 'Iraakse agressie', zoals bijvoorbeeld uitgesproken door Sjevardnadze in zijn recente rede tot de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties waren scherp maar verbaal.

Zonder dat het met zoveel woorden gezegd wordt, zoekt de Sovjet-Unie de rol van bemiddelaar. In het officiele woordgebruik van Moskou heet het dat de behandeling van de Golfcrisis een 'toetssteen' kan worden voor de diepgang van de 'nieuwe internationale orde'. Maar de Sovjet-Unie wil in het nieuwe 'partnerschap', zoals het wordt genoemd, vooral niet gepasseerd worden.

Tegelijkertijd heeft de Sovjet-Unie van de crisis gebruik gemaakt om zijn bondgenoten-politiek versneld te wijzigen. Wat maanden had kunnen duren, voltrok zich nu in zes weken. Met Saoedi-Arabie werden voor het eerst sinds 1938 diplomatieke betrekkingen aangeknoopt. Hetzelfde gebeurde deze week met Bahrein. En het herstel van volledige diplomatieke betrekkingen met Israel is nog slechts een kwestie van tijd.

Sinds medio jaren zeventig, vooral na de breuk met Egypte in 1972, koerste Moskou meer en meer op landen als Irak en vooral Syrie. Uit dat jaar ook dateert het vriendschapsverdrag met Irak, dat heeft geleid tot grootscheepse wapenleveranties van de Sovjet-Unie. Binnen de regeringselite bestond over die keuze echter ideologisch gezien allerminst overeenstemming. Voor de haviken was zij gericht tegen het 'zionistische imperialisme', kortom, een principiele keuze.

Maar voor de meer geo-politiek geinteresseerden in de partij en het staatsapparaat was zij een min of meer gedwongen stap. Ten dele was die ingegeven door het fiasco van de buitenlandse politiek van de Sovjet-Unie jegens Egypte. Na de val in 1979 van de sjah in Iran werd dit beleid ook nog eens beinvloed door angst voor overslaan van de islamitische revolutie naar de zuidelijke Sovjet-republieken. De vrees, die stafchef generaal Michail Moisejev vorige week voor zijn bezoek aan de VS etaleerde voor een Iraans-Iraakse coalitie, die het Golfconflict tot een 'wereldoorlog' zou kunnen doen uitgroeien, paste in deze lijn.