Hollands Dagboek

Christa von der Gablentz, geboren 7 mei 1938 in Berlijn. Ze studeerde Rechten en begon in 1961 met een baan in de diplomatieke dienst, voornamelijk op posten in Frankrijk en Nederland. In 1965 trouwde ze met Otto von der Gablentz, de huidige ambassadeur hier en ze woont nu zeven jaar in Nederland. Ze heeft 5 kinderen.

Woensdag 26 september

Otto is ter voorbereiding van zijn toekomstige werkzaamheden naar Bonn vertrokken. 's Morgens om acht uur loop ik met vijf sterke mannen door Huis Schuylenburch. Het is zover, de verhuizing gaat beginnen. Onze spullen heb ik met etiketten in verschillende kleuren gemerkt, al naar gelang de bestemming: opslagruimte, de kinderen, en Tel Aviv. Het oranje etiket is Tel Aviv. Bij mijn plakaktiviteiten moet mijn hart meegesproken hebben. Oranje betekent zeven mooie jaren in dit geliefde land, en zo neem ik die mee. Toen ik dat aan een bevriende psychiater vertelde, moesten wij allebei lachen. ' Freud op zijn best', zei hij. 's Avonds kijk ik bij Veronica naar de korte film over ons. Het zijn vrolijke en harmonieuze beelden tijdens de laatste dagen, op verschillende plaatsen opgenomen. Ik ben tevreden.

Donderdag 27 september

's Middags verlaten wij de huiselijk chaos en vertrekken richting Nieuwspoort. Ter gelegenheid van Otto's zestigste verjaardag, en het afscheid, hebben twintig schrijvers een liber amicorum gemaakt, dat bij de Staatsuitgeverij is uitgegeven. Prins Claus schreef een indrukwekkend, tot nadenken stemmend voorwoord. Mom W. overhandigt de bundel aan een totaal verraste Otto. Bij zijn dankwoord is aan zijn stem duidelijk te horen dat hij ontroerd is. Aan tafel warme gesprekken met de auteurs. Daarop aansluitend in de Ridderzaal de opening van de tentoonstelling 'Hollandse meesters uit Amerika'. Ter illustratie van het lot van een schilderij stapt de door Rembrandt geschilderde Joris de Caulerij in levende lijve uit zijn lijst en houdt zo'n lang betoog dat ik helaas tijd heb om mijn gevoelens te verwerken. Een vriendin geeft me een zakdoek; ik zal dus wel een traan gelaten hebben. In het Mauritshuis heb ik de gelegenheid om overbuurman Hans H. met deze mammoetonderneming geluk te wensen. De dag wordt in kleine kring besloten; het lamsvlees is zo mals als alleen op Texel mogelijk is, de vriendschap is zo groot, dat maar weinig woorden nodig zijn.

Vrijdag 28 september

De verhuizing is achter de rug, veel dank aan alle inpakkers. Alle persoonlijke dingen zijn weg - Huis Schuylenburch is weer een museum. Honderd mensen kon men er tegelijk ontvangen! De echo van mijn eigen voetstappen beangstigt me. Daarom is het prettig dat ik, na een etentje met jongere en oudere vrienden die elkaar allen kennen en waarderen, 's avonds tot rust kan komen bij Anne v. L., onze oudste vriendin op vele posten die mij in al mijn jaren als ambassadeursvrouw met raad en daad heeft bijgestaan. Dankbaarheid voor zoveel vriendschap doet mij rustig slapen.

Zaterdag 29 september

De laatste inkopen in de stad, de groenteboer geeft me een appel, de drogist dropjes en de opticien een etui voor mijn nieuwe leesbril - kadootjes die ik vrolijk meeneem naar de Denneweg waar ik afscheid neem van het antiquariaat waar ik voor Huis Schuylenburch wel eens meubels kocht. Eric Blumenfeld en zijn vrouw komen ons opzoeken. Hij is al tientallen jaren voorzitter van de Duits-Israelische club. Ze hebben ook een huis in Casarea. Geboeid halen we herinneringen op en duiken in de toekomst. Voor de organisatie van de Duits-Nederlandse culturele avond heb ik een lang telefoongesprek met Anne-Wil B. Maar we praten ook over het nieuwe theaterseizoen, haar nieuwe rollen en over 'Shirley'. Een afscheidstelefoontje naar Renate R. Genegenheid en bewondering van mijn kant doen mij vragen: ' Wat kan ik jou nu eens toewensen?' Haar spontane antwoord: ' Wens mij maar al het denkbare goede, ik zal het zelf wel invullen'. Zou ze weten dat ze mij een Leitmotiv voor de komende twee weken meegeeft?

Zondag 30 september

Bij ons is het vandaag dankfeest voor de oogst, een aanleiding om nog een keer voor een dienst naar de vertrouwde Kloosterkerk te gaan, waar een half jaar geleden onze oudste dochter is getrouwd. Wat kunnen tegenwoordig kerken toch nog vol zijn! Met Otto maak ik plannen voor de volgende week.

Maandag 1 oktober

De hele dag aan vriendinnen in Amsterdam gewijd. Nog een keer met Cox H. door de Stadsschouwburg gelopen, vanaf het balcon met nostalgische blikken naar het Leidseplein gekeken, sombere gedachten gewisseld over de DDR, die zij zo goed kent. Genietend van de herfstkleuren loop ik door het Vondelpark en breng een kort bezoek aan mijn lievelingsschilderijen in het Stedelijk. Ook nog een intensief gesprek met Judith B. over Israel, de rol van de vrouw in dat land en mogelijke eigen activiteiten. 's Avonds bij een Chinees etentje probeer ik met weer een andere vriendin de persoonlijk balans van mijn Hollandse jaren op te maken. Het wordt mij duidelijk welke betekenis juist vrouwen hier voor mij gehad hebben, hoe ze mij geholpen hebben.

Liesbeth d. U. is overleden.

In het begin van 1984 zaten we een week lang samen op de schoolbank (Regina Coeli in Vught). Zij leerde Spaans om de 'Dwaze Moeders' van de Plaza de Mayo beter te kunnen begrijpen, ik leerde Nederlands om meer begrip van 'mijn nieuwe land' te krijgen. 'sAvonds hadden we politieke discussies, voor mij in het Nederlands, over controversiele onderwerpen.

Haar mentale strijdlust in het leven en haar moedige worsteling uiteindelijk met haar eigen ziekte heb ik zeer bewonderd.

Dinsdag 2 oktober

In Huis Schuylenburch wordt een tentoonstelling ingericht van moderne schilderijen van de Duitse schilderes Elke v. W. Haar nieuwe stijl heeft mij zo gefascineerd dat ik de verleiding niet kan weerstaan het nu toch wat kale huis voor de gasten van de komende weken kleurig en opwindend op te fleuren. Nog een keer ga ik met An S. door het groen-zilveren maanlandschap van de duinen lopen - natuurlijk zijn de Duitse eenheid en de daaraan verbonden problemen het belangrijkste onderwerp van ons gesprek. In een interview voor de KRO-radio stelt men mij vragen over een zeer netelig probleem van de Duitse eenheid: de verschillen tussen de abortuswetgeving in Oost en West. Ik geef uitleg over de bedenktijdregeling en ineens kan ik niet meer anders: ik houd een strijdbaar, persoonlijk en weinig diplomatiek pleidooi voor de bedenktijdregeling, zoals die hier natuurlijk in dit verstandige en realistische Nederland al lang geldt. 's Avonds zitten Otto en ik aan het scherm gekluisterd, de uitzendingen van de 'Nacht der Deutschen Einheit' zijn soms zeer goed.

Woensdag 3 oktober

Een gedenkwaardige dag breekt aan: het Ontzet van Leiden, Dag van de Duitse Eenheid, en Johanna's eenentwintigste verjaardag. Johanna is de enige in de familie die niet zo blij is met die Eenheid, omdat er nu natuurlijk aan haar persoontje weinig aandacht wordt geschonken. Het heeft mij altijd geirriteerd wanneer men mij op mijn verjaardag vroeg: ' En hoe voel je je nou?' Vandaag op 3 oktober voel ik me als een mens die een nieuwe carriere begint. Ik verheug me op de kansen en de uitdagingen en ik ben vastbesloten al mijn krachten en vermogens in te zetten. Het is mijn eerste werkdag, ik open mijn koffertje vol met zorgen en problemen en ga direkt aan het werk. Otto heeft vanmiddag enkele Nederlanders uit het openbare leven uitgenodigd, als vertegenwoordigers van alle Nederlanders die hij wil bedanken voor hun inzet en steun waarmee ze er aan hebben bijgedragen dat er nu een europees verenigd Duitsland ontstaat. Onze vroegere DDR-collega's hebben wij ook gevraagd. Herr Nestler bezoekt ons nu als een gewone burger. Dat wij uitgerekend op de eerste dag van 'de Duitse Eenheid' 's avonds door minister Van den Broek voor een officieel diner op het Catshuis zijn uitgenodigd is natuurlijk zuiver toeval. Toch kan ik een glimlachje niet onderdrukken, en ervaar het als een mooi slot van de dag. Ontspannen verkeren we tussen vele mensen waarmee we ons de laatste jaren door talrijke discussies en gesprekken zeer verbonden zijn gaan voelen. In de zaal waar vroeger het Nederlandse kabinet vergaderde ervaren we dankbaar dat er in de nauwe Duits-Nederlandse betrekkingen ook veel persoonlijke vriendschap schuilt. Op weg naar huis denk ik er over na hoe de gebeurtenissen zich opstapelen: vandaag dus, en dan twee afscheidspartijen op 4 en 9 oktober, en een verjaardagsfeestje voor Otto op 12 oktober. Meer en intensiever kan haast niet. En dan overtroeven de historische gebeurtenissen ons nog. En we hadden alles nog zo zonder die toestanden gepland!