Het echte afzien in oostelijk Duitsland

De DDR heeft uitsluitend door de sport naam gemaak. Door middel van een extra zware jeugdselectie, door onderzoek, door het inzetten van duizenden trainers en het gebruik van geperfectioneerde apparatuur konden kampioenen en Olympische medaillewinnaars op bestelling worden gemaakt. De Duitse eenwording zal hier definitief een eind aan maken.

Het Traditionsraum van de Kinder- und Jugend-Sportschule 'Fritz Lesch' in Frankfurt an der Oder ligt op de hoogste verdieping van een groot moderngebouw. Van buiten lijkt het op een normale scholengemeenschap. Directeurdr. Rudolf Ramm begint trots zijn rondleiding bij een muur die vol hangt metfoto's van oud-leerlingen: de meervoudige wereldkampioen wielrennen Falk Boden, andere wielerkampioenen, de bekende kogelstoter Udo Beyer, diens broer de handbalinternational Hans-Georg, zijn zus de atlete Gisela, de Olympische bokskampioen Henri Maske, judo- en turnkampioenen, voetbalinternationals, en ook ene Frank Kirscht. Kirscht, die weliswaar een redelijk speerwerper was, maar zich vooral als kristallograaf verdienstelijk maakte - hij kreeg de Nationalpreis van de DDR - vormt het bewijs dat deze school niet alleen succesvolle sportlieden heeft voortgebracht.

Buiten rijden een tiental jongetjes voorbij van om en nabij de tien jaar. Echte racefietsen, valhelm op, wielershirt aan. Ramm, afgestudeerd aan de Pedagogische Hochschule te Potzdam en sinds 1982 directeur van de school, kijkt vaderlijk de rennertjes na. Ze zijn lid van de ASK Vorwarts en zouden, indien hun talent en gezondheid toereikend is, volgens het oude DDR-sportsysteem over drie, vier jaar naar de KJS kunnen gaan om zich verder te bekwamen. Maar door de eenwording is die kans kleiner geworden.

Strenge eisen

De leerlingen van de KJS kwamen uit alle delen van de DDR. Kinderen vanaf dertien jaar met talent voor handballen, wielrennen, worstelen, boksen, voetballen, judo en schieten werd gevraagd het Fritz Lesch-internaat te bezoeken. Sportscholen voor andere sportonderdelen zijn verspreid over de hele DDR. Aan de jongens en meisjes werden strenge eisen gesteld. Ramm: ' Kinderen die familie in het Westen hadden werden niet toegelaten. Daarnaast moest uit testen blijken dat ze lichamelijk kerngezond waren en over de juiste mentaliteit beschikten om zestig uur per week schoolwerk te doen. Want alleen kinderen met een wil kunnen de combinatie sport en onderwijs aan. Het schoolonderwijs staat op hetzelfde niveau als normaal onderwijs. Als daar nog eens verplichte sporttraining bijkomt legt dat een enorme belasting op de kinderen.'

Gemiddeld zestig procent haalde het eindexamen. De rest viel om verschillende redenen af. Of hun ontwikkeling in de sport stagneerde (' dat was toch het belangrijkste, ' aldus Ramm), of ze werden op medische gronden verzocht te stoppen, soms waren de schoolprestaties te zwak en een enkele keer was heimwee een te groot obstakel. ' Het was zwaar', weet Ramm. ' Maar niet te zwaar. We hadden goed opgeleide trainers en pedagogen in dienst. Als de opleiding te zwaar was geweest, waren er niet zoveel goede sportlieden in de DDR geweest. Want een gekweld, gedwongen mens verricht geen topprestaties. Er was voortdurend discussie in de DDR-sportwetenschap of kinderen niet te jong werden opgeleid. Een paar jaar geleden werd de opleiding enigszins gecorrigeerd en kwam de nadruk meer op de persoonlijkheidsstructuuur te liggen.'

Er waren veel probleemkinderen. Ramm: ' Soms voelden kinderen zich door hun ouders gedwongen naar een KJS te gaan. Daarom probeerden we de scholieren zoveel mogelijk plezier in het sporten te geven. Na twee, drie jaar zag je de meesten dan opbloeien. Ik heb altijd geprobeerd de zijde van de kinderen te kiezen.

We hebben gevallen meegemaakt van kinderen die dreigden van school af te moeten omdat men had ontdekt dat hun familie politiek op de verkeerde lijn zat. Daar heb ik nooit aan toe willen geven. Ze mochten op school blijven, al werd hen de toegang ontzegd tot de trainers en de acommodaties die van de legersportclub Vorwarts zijn. Vaak lukte het me ze na een jaar toch weer op de training te krijgen. En ook uit hen zijn wel succesvolle sportlieden gegroeid.'

Toekomst

De toekomst van de KJS-scholen is uiterst onzeker. Ramm heeft aan het einde van het vorige studiejaar een aantal sportleraren moeten ontslaan. Een kwestie van geld. De staat nam de kosten voor de sport-acommodaties en trainers en een groot van het onderwijs voor zijn rekening. De ouders van de kinderen betalen slechts 35 mark per maand voor internaat en verzorging. Vanaf 1 november worden de kosten verhoogd tot 130 mark. Bovendien moet de sportkleding dan zelf worden betaald. Vroeger kwam dat voor rekening van de sportvereniging die samenwerkte met de KJS. Ramm is bang dat veel ouders dat bedrag niet kunnen opbrengen. Veel worden door de eenwording bovendien werkeloos. ' We zullen wegen moeten vinden om ook de minst bedeelden in de gelegenheid te stellen zich te ontwikkelen. Want het mag natuurlijk niet zo zijn dat alleen de rijken kansen krijgen. In het DDR-systeem was toch sprake van gelijke kansen. Daar kun je moeilijk van spreken in het kapitalisme dat ons nu te wachten staat.'

Nicole (17) speelt handbal, Roland (18) en Enrico (19) doen aan worstelen. Het drietal zit al vijf, zes jaar op de KJS van Frankfurt. In het kamertje van Nicole, waar naast posters van Amerikaanse pop-en filmsterren medailles en vaantjes op de muur zijn geprikt, heerst een sombere stemming. Dat is niet de schuld van Nicole, want die heeft zich niet laten ontmoedigen door de omwenteling. ' Ik heb nu een ander doel. Ik wil nu zo goed leren handballen dat ik een contract bij een Westduitse Bundesliga-club kan krijgen. Dan kan ik zelfs nog geld met handbal verdienen. Vroeger richtte ik me op de toekomst bij een Oberliga-club en het nationale team. Ik wilde de beste van de DDR worden. Nu is mijn horizon verruimd. Ik zal nu nog harder moeten trainen. Mijn angst is alleen dat we straks geen handbaltrainer meer hebben, omdat hij wordt ontslagen. Hopelijk krijgt de club een sponsor. Maar welk bedrijf heeft er geld over om een sportclub te steunen?'

Roland, een jongen wier armen door jarenlange trainingen in de krachthonken van ASK Vorwarts de omvang van spoorbielzen hebben aangemomen, heeft echter alle moed verloren. Hij meent dat voor worstelen in het nieuwe bestel geen toekomst is. ' Die Westduitsers zijn gewoon beter.' Eigenlijk heeft Roland het nooit zo naar zijn zin gehad op de KJS. ' Het is verschrikkelijk zwaar. 's Morgens naar school, 's middags trainen en als je wilde 's avonds ook en dan daarna nog eens studeren.' Roland komt uit een stadje 150 kilometer van Frankfurt. Zijn ouders stuurden hem op zijn zesde naar een worstelclub omdat ze hem een vechtersbaasje vonden. Na school zal hij toch een ander beroep moeten leren. ' Sport is verloren tijd geweest.'

Enrico is een betere worstelaar dan Roland. Hij heeft weleens een prijsje behaald op kampioenschappen. ' Misschien kan ik nog tot de top doordringen. Ik heb er te veel voor gedaan om nu meteen te stoppen. Ik ben er trots op dat ik het zo lang heb volgehouden. Om me heen heb ik veel jongens zien afhaken. Ik kende een jongen die heel goed was, met iedereen goed kon opschieten, op school goede cijfers haalde, maar aan de spanning kapot ging omdat zijn vader problemen had met de autoriteiten.'

Als het drietal op verzoek van directeur Ramm een rondleiding geeft door de tientallen trainingszalen, krachthonken, zwembaden en lokalen voor culturele doeleinden, wijst Enrico op de kolossale overdekte wielerbaan waar talrijke baanrenners werden opgeleid tot Olympische- en wereld-kampioenen. ' Dat is waarschijnlijk het enige hier in Frankfurt waar ze in West-Duitsland belangstelling voor hebben. Zo'n fantastische hal hebben ze daar niet.'

Enrico: ' In mijn dorp is al een zwembad gesloten. Er is geen geld om de clubs van de ondergang te redden. Veel ouders kunnen het verhoogde inschrijfgeld voor de KJS niet betalen. Ik heb een broertje die hier op school aan voetballen doet. Gelukkig is dit mijn laatste jaar, anders hadden mijn ouders het niet meer voor ons beiden kunnen betalen.'

Vanaf 1 november heten de Kinder- und Jugend Sportschulen Spezialschulen fur Sport. Ze worden niet alleen democratischer maar ook ruimer van opzet. In Frankfurt komen er twaalf sportopleidingen bij. ' Of het lukt hangt niet alleen van geld en personeel af', zegt directeur Ramm. ' De nieuwe bondsregering wil het liefst alles uit het verleden vergeten. In Oberhof gaat de KJS misschien dicht. Die richtte zich vooral op wintersport en langlaufen, rodeln en skispringen hebben weinig kans. Ze willen er nu een hotel voor wintersporters van maken. Dat brengt geld op.'

De KJS staat sinds 1 september open voor leerlingen die geen speciale sportopleiding wensen. De acommodatie leent zich volgens Ramm ook goed voor gehandicapten die aan sport willen. ' We hebben alles: fysiotherapeutische apparatuur, medische diensten, goed geoutilleerde sportzalen en een zwembad. Vroeger waren we gesloten voor de mensen uit de stad. Het zou toch zonde zijn als deze voorzieningen allemaal verloren gingen. Geld, ik heb nooit beseft dat het zo belangrijk was. We zullen alles moeten verkopen als de nood het hoogst is. Elke gek die geld heeft, kan met ons doen wat hij wil.'

De gevolgen van de eenwording nemen desastreuze vormen aan. Bijna iedereen die in dienst van de Deutsche Turn und Sport Bund was, verliest per 31 december zijn baan. Slechts een handjevol bestuurders krijgt zitting in de gezamenlijke Deutse Sport Bund. De zwembond telde 250 trainers, slechts zes krijgen een functie in de gezamenlijke Duitse zwembond. De atletiekbond had 592 trainers in dienst, slechts vijftig kunnen rekenen op een baan. De anderen moeten vechten voor een functie als districtstrainer, sportleraar bij een geprivatiseerde club of beginnen een fitness-studio. Van de DTSB waren 2,6 miljoen Oostduitsers lid, 152.000 waren in dienst als trainer. Hun toekomst is uiterst onzeker.

Sportclubs gaan hun acommodaties verkopen, omdat ze zich zelf niet meer kunnen financieren. Voorheen waren het bedrijfsverenigingen. De meeste leger- en politieclubs worden burgerverenigingen. In de nieuwe structuur zullen ze lidmaatschapsgeld moeten heffen en sponsors moeten zoeken. ' Een ideaal terrein voor speculanten', veronderstelt Volker Kluge, chef sportredactie van Junge Welt en (voormalig) voorlichter van de DTSB. ' Sporthallen worden markten, tentoonstellingsruimten en opslagplaatsen. Acommodaties die eigendom van de DTSB waren gaan nu naar de DSB. Tenminste als men vindt dat ze te gebruiken zijn en niet te veel geld aan onderhoud kosten.'

Van de prestigieuze sportacommodaties die de DDR-sportlieden ten dienste stonden blijven slechts drie in gebruik: het Forschungsinstitut fur Korperkultur und Sport in Leipzig, het door het Internationaal Olympische Comite erkende dopinglaboratorium in Kreischa en de Forschungs- und Entwicklungsstelle fur Sportgerate in Berlijn. ' Onze wetenschap wordt gebruikt', zegt Kluge verbitterd. ' Onze trainers worden op straat gegooid; hoewel de BRD-trainers misschien slechter zijn. De besten zullen niet per definitief aan het werk zijn. Wij sluiten aan, wij zijn de verliezers omdat wij het geld niet hebben. We moeten dankbaar zijn. Maar we komen wel altijd op de tweede en derde plaats. Het is als na een oorlog. Als je verliest moet je de winnaar volgen.'

Kluge verwijst naar de Hochschule fur Sport- en Korperkultur in Leipzig. ' Die wil men behouden als tweede sporthogeschool naast Keulen. Maar men is overeengekomen dat als je in Leipzig als sportleraar afstudeert, je niet meer dan een B-licentie krijgt. Voor een A-licentie moet je verder studeren in Keulen. Slechts in enkele gevallen wordt voor mensen die in Leipzig studeerden een A-licentie verstrekt, als eerbewijs.'

Het meest prestigieuze sportcentrum

Voor het misschien meest prestigieuze sportcentrum van Oost-Europa is nog geen bestemming gevonden. In de bossen aan de Liebenbergersee ligt op 35 kilometer van Berlijn de Zentral Sportschule Kienbaum. Op een terrein van 52 hectare is een sportcentrum gebouwd met drie atletiekacommodaties (een 280 meter lange overdekte hal voor sprinters en polsstokspringers), een grote en een kleine turnhal, drie speelzalen voor volleybal en handbal, een overdekt 25 meter zwembad, een asfaltbaan van 2,5 kilometer voor wielrenners, wegatleten, langlaufers en schaatsers, een kanobaan op het meer, een school, een bioscoop, winkels, twee internaten met in totaal tweehonderd bedden, en twee zogenoemde 'Baro-kammer'. Buiten het centrum zijn flats met negentig woningen gebouwd voor de 129 medewerkers (van slagers en bakkers tot verwarmingsmonteurs en maatschappelijk werkers, van timmerlieden tot artsen en laboratoruim-analisten). Een compleet dorp. Tot 1952 diende een deel van het instituut als herstellingsoord voor regeringsambtenaren.

Over Kienbaum werd altijd geheimzinnig gedaan; vooral sinds in 1977 buitenlanders en DDR-burgers zonder toestemming van de DTSB de toegang werd ontzegd. De wildste verhalen deden de ronde toen vorig jaar bekend werd dat in het centrum een bunker was gebouwd, waar atleten kunnen trainen onder omstandigheden die vergelijkbaar zijn met op die van tweeduizend tot vierduizend meter hoogte.

Het hek van het centrum staat tegenwoordig uitnodigend open. Voor de deur naar de bunker is een druk op de bel voldoende om binnen te mogen. Via een sluis wordt de hogedrukkamers bereikt. Er zijn twee kamers, een van 18 bij 18 meter en een van 18 bij 12 meter. In de bovenste zijn zo'n dertig hometrainers en een paar loopbanden, die worden geflankeerd door monitoren en televisie-toestellen waar de sporters tijdens hun training ter afleiding een tekenfilm, een speelfilm of een popconcert kunnen bekijken. Beneden is een waterbekken voor de roeisport. De apparatuur is indrukwekkend. ' Er staat wat we nodig hebben. Maar in de Bondsrepubliek beschikken ze misschien wel over betere apparatuur', bagatelliseert Barthelmes.

Waarom is deze bunker gebouwd?

Barthelmes: ' In de DDR zijn geen hoge bergen. Het is bekend dat het lichaam op grote hoogte bloedlichaampjes opbouwt, waardoor meer zuurstof kan worden opgenomen. Als we met onze sportmensen op hoogtestage wilden, moesten we naar het buitenland. Toen we twintig jaar geleden niet over voldoende financiele middelen beschikten om naar Mexico of Ethiopie te reizen, werd het idee geboren de omstandigheden na te bootsen. De bouwkosten, zestienmiljoen Ost-Marken, wegen niet op tegen de kosten van de reizen die ploegen naar het buitenland zouden moeten maken.

In de Bondsrepubliek wisten ze al jaren van het bestaan van de bunker dank zij verhalen van gevluchte trainers en sportartsen. Maar de Westduitsers hadden zo iets niet nodig. Die gingen gewoon op hoogtestage in Mexico of in de Pyreneeen.'

Het sportcentrum Kienbaum, inclusief 'Baro-kammer', is nu open voor iedere sportman. Deze week meldden zich zeventig Duitse roeiers om zich voor te bereiden op het wereldkampioenschap dat binnenkort in Australie wordt gehouden. Vorige week maakten Zwitserse turnsters gebruik van de acommodatie. Het lijken de laatste stuiptrekkingen. Barthelmes: ' De Deutsche Sport Bund is hier geweest om te kijken of het instituut kan blijven bestaan. 'Fantastisch', riepen de heren. Maar ze gaan ervan uit dat Westerse sportmensen niet lang in zo'n centrum opgeborgen willen zitten. Die willen individueel trainen.'

Barthelmes (63) studeerde dertig jaar geleden af aan de Hochschule fur Sport und Korperkultur in Leipzig. Als het centrum 31 december wordt gesloten, gaat hij met vervroegd pensioen. ' Ik heb de leeftijd. Maar wat met die 190 medewerkers?' Er is een kleine kans dat het centrum een bestemming krijgt als revalidatie-instituut. Dan kan een deel van het personeel blijven. Maar Barthelmes gelooft dat het complex daarvoor te groot is.