Gejaagd

Nog nooit was bij mij de telefoon gegaan. Met een headhunter aan de lijn. Je leest wel eens over deze goudvinders in schaars verleende vraaggesprekken. Gezeten achter een leeg bureau leggen zij dan minzaam uit dat zij heel gewone jongens zijn. Maar een ding wordt wel duidelijk: als je iemand moet tegenkomen op weg naar succes in de grote mensen-wereld, dan is het de headhunter. Wie niet in zijn kaartenbak voorkomt heeft nog veel te doen.

Vandaar mijn opluchting toen het deze zomer eindelijk gebeurde. Heel Nederland lag ergens te lijden in de hitte. De middag was al gevorderd toen het eerste telefoontje van de dag zich aandiende. Een nette vrouwenstem, die meldde dat zij van XYZ, internationaal bureau voor executive search was. Het kan ook top recruitment zijn geweest.

Zij vroeg of het goed was dat zij mij met de heer Piep Piep zou doorverbinden. Ik kende hem niet, maar gevaarlijk leek het ook niet. De inmiddels vertrouwde digitale doorverbindstilte trad in. Een minuut of wat. Na wat omzwervingen kwam de telefoniste van het bureau in het spel, en vlak daarna de man die mij wilde spreken zelf. 'Hee, nu ben ik twee keer met u verbonden', constateerde hij licht verwijtend.

Omdat ik die stelling niet direct kon beoordelen onthield ik mij van commentaar. 'Ja, wij kennen elkaar nog niet, maar een grote klant van ons is met een belangrijk nieuw blad bezig, voor heel Europa, en daar zoeken zij een hoofdredacteur voor. De directeur van de verantwoordelijke divisie vroeg zich af of dat iets voor u was. Of wij dat eens wilden polsen. Ik heb begrepen dat u bij de NRC hebt gewerkt? Of nog werkt... '

Nog steeds ja, lichtte ik toe, om enige orde in de conversatie te houden.

'Ja, ik weet helemaal niet of dit iets voor u is, maar het is niet gering. Het moet echt een topblad worden voor top-leiders en hun top-adviseurs. Het is een miljoenenproject.'

Hoe heet de uitgever, vroeg ik. .., even kijken of ik de papieren kan vinden. Ik ben net vanmorgen terug van vakantie en vond een faxje van die directie met een knipsel over u. Vandaar dit belletje, om zo te zeggen a l'improviste. Nee, ik kan het zo gauw niet vinden, maar het is een topbedrijf in Europa, absolute marktleiders, en dit blad is uniek, het eerste in zijn soort. Kijk, het enige waar het nu om gaat is of u in principe belangstelling heeft om er eens verder over te praten. Dan kunnen we altijd nog zien.'

Gedreven door nieuwsgierigheid, en een tikkeltje gestreeld toch nog door een talentenjager te zijn ontdekt, stemde ik in met een afspraak de volgende dag in de bar van een grotestadshotel. Heel discreet. 'Vraag maar naar mij, ze kennen me daar wel.'

Net het grote nieuws aan de poezen verteld, toen de telefoon weer ging. Het was de nette secretaresse weer, of het een uurtje eerder kon, meneer Piep moest dringend naar de fysiotherapeut en die kon alleen op het tijdstip dat hij met mij had afgesproken. Goedig stemde ik toe, je wil het welbevinden van de medemens niet in de weg staan, ook als hij ongevraagd je pad kruist.

Het was twee en dertig graden de volgende middag. Toch iets met een das aangedaan. Het ging ten slotte om een top-ontmoeting. In de bar zo te zien geen hoofdjager. Alleen een heer die in het Amerikaans vroeg of ik Parker was, maar je kan niet alles voor iedereen tegelijk zijn, dus ik ontkende. En ging een beetje voor het raam staan wachten, kijkend naar de mensen buiten in korte broek. Zij wel.

Vijf minuten, tien minuten, vijftien minuten gingen voorbij. Dan begin je je af te vragen of je prijs daalt als je dat pikt. Is het om je op de proef te stellen? Net als ik overweeg zijn secretaresse maar eens te bellen, zie ik op straat een zilvergrijze BMW stationcar met buitenlands nummerbord tegen de verkeersregels in een parkeerhaven in schieten. Dat zou hem kunnen zijn.

Een stem achter me maakt geluid zonder woorden voort te brengen. Ik draai me om. 'Marc?', vraagt de gearriveerde, een taskoffer op een fauteuil neerploffend. Zijn jasje volgt in de zelfde zwaai. 'Piep Piep, ja, ik ben te laat, ik heb geen excuus, ik ben gewoon te laat. Ga zitten. Kennen we elkaar niet?' Uit zijn valies haalt hij een miniatuur cricketbatje te voorschijn. 'Gisteren even in Londen geweest.'

Eventuele connecties worden efficient verkend, gemeenschappelijke kennissen, zusters en studiejaren vastgesteld. Hij heeft intussen de gegevens van zijn opdrachtgever bij de hand. Een topbedrijf, zware veelkleurendruk, alle Europese vlaggen op de brochure.

Iedere zin maakt het duidelijker: het gaat hier om absoluut topniveau. 'Waar je wilt gaan zitten met je kantoor maakt niet uit. Dit gebeurt toch in heel Europa. En de lezers zitten overal. Dit is echt nieuw. Wat verdien je nu? O, dat kan geen probleem zijn. Op zo'n begroting valt het salaris van een hoofdredacteur in het niet. Begrijp me goed, het moet gewoon first class zijn. Dat is waar de client op hamert: kwaliteit, kwaliteit. Het belangrijkste is dat je dat uitstraalt.'

De hoofdjager heeft niet veel tijd. Hij moet nog naar het buitenland, na de fysiotherapeut. Die wil hij niet laten wachten. 'Kijk, normaliter bereiden wij dit soort zaken op onze zorgvuldige XYZ-manier voor. Maar nu ben ik net terug van vakantie en vond dat faxje met het verzoek of ik er even in wilde duiken. Er is een beetje haast bij, het geval gaat... , es even kijken, nou ja het moet in ieder geval snel van start. Je kunt bij wijze van spreken zo beginnen. Als je belangstelling hebt regel ik dat je volgende week de directie ziet. Zorg dat ik maandag je cv op een A-viertje heb. Fax het maar even, dan is het er zeker op tijd. Heb je geen fax? Nou ja, het kan ook met de post..'

Buiten stuurt hij zijn bolide met spoed de wereld in. Door een toeval kan hij het parkeerterrein verlaten zonder tegen het eenrichtingsverkeer in te rijden. Ik ben blij dat ik met de fiets ben.