'Entfuhrung' bij reprise sterk verbeterd

De nieuwe produktie van Mozarts Die Entfuhrung aus dem Serail bij de Nederlandse Opera was in mei 1988 een treurig dieptepunt in de moeilijke tijd na het vertrek van Jan van Vlijmen. De enscenering van Helmut Polixa was heel onbeduidend in een opmerkelijk maar ook hinderlijk gebruikt geometrisch decor. Hij schafte wel wat cliche's af, maar gaf er niets voor terug. De vocale cast was over het algemeen slecht bezet. En dirigent Hartmut Haenchen liet te weinig blijken van de precieuze Mozartstudie waarvan hij in het programmaboek verslag deed.

Maar zie en hoor: nu Die Entfuhrung gisteravond terugkwam in het Amsterdamse Muziektheater is aan dat alles veel verbeterd. Kwalitatief ligt het zwaartepunt nu bij het muzikale deel, waarbij de bijdragen van Hartmut Haenchen en het uitstekend spelende Nederlands Kamerorkest het meest opvallen. Haenchen dirigeert met zorgvuldigheid en fantasievolle attentie, brengt een telkens wisselende instrumentale expressie aan, heeft aandacht voor frasering en verlevendigende details, werkt effectief met dynamiek, vertragingen en rusten: alles bijeen een voortreffelijke Mozart-vertolking.

De zangerscast is grotendeels vernieuwd, alleen Kenneth Cox, destijds als Osmin de beste, is gebleven. Sally Wolf is nu een fraai zingende Konstanze bij wie het in Martern aller Arten iets aan fel gestoken coloratuur ontbrak, maar die met haar Traurigkeit-aria een verheffend hoogtepunt bereikte. Susan Roberts (Blonde) doet niet voor haar onder. Bij Bruce Ford (Belmonte) is slechts een enkele keer te horen dat zijn hoge noten expressie ontberen en Adrian Thompson is vocaal een goede Pedrillo, met verleidelijke pianissimi.

Jammer is alleen dat de spreekrol van Bassa Selim niet zoals de vorige keer wordt gespeeld door Oliver Tobias. Fysiek was hij een blonde jonge god en het was toen moeilijk voor te stellen waarom Konstanze zijn liefde toch afwees, of het moest zijn dat hij af en toe wel erg bevelerig schreeuwde. Jurg Low doet dat helaas ook weer, zij het wat minder. Op Pedrillo na acteren de zangers nu meestal geloofwaardiger en hun karakters krijgen profiel.

Daardoor wordt eindelijk de kern van Polixa's opvatting over Die Entfuhrung zichtbaar. Niet het verhaal over Belmonte's ontvoering van de door Bassa Selim als slaven gehouden Konstanze, Blonde en Pedrillo interesseert de regisseur, ook niet Selims humaniteit, maar de twee driehoeksverhoudingen. Konstanze zingt dat ze niets in Bassa Selim ziet, maar geilt hem ondertussen wel op. Blonde doet hetzelfde met Osmin.

Bij beide dames is het geen vraag of ze dat uitsluitend doen uit kille berekening met alleen zelfbehoud als doel. Wanneer hun 'officiele' minnaars Belmonte en Pedrillo terecht twijfelen aan de liefde van de vrouwen, worden zij door hen zo voorgelogen dat ze zelfs een schuldgevoel krijgen. Aan het slot zijn bij Polixa alledrie de mannen het slachtoffer van die vrouwelijke wispelturigheid. Bassa Selim weet het, Belmonte en Pedrillo niet en het is maar de vraag wat erger is.

Het destijds zo willekeurige geschuif met de panelen is nu gemotiveerd en het toen zinloze gedwaal van de personages is verdwenen. Maar ondanks alle verbeteringen blijft deze Entfuhrung mij toch te kaal en te leeg.

Voorstelling: Die Entfuhrung aus dem Serail van W. A. Mozart door de Nederlandse Opera en het Ned. Kamerorkest o.l.v. Hartmut Haenchen. Met: Jurg Low, Sally Wolf, Susan Roberts, Bruce Ford, Adrian Thompson en Kenneth Cox. Decors en kostuums: Kathrin Kegler regie: Helmut Polixa. Gezien: 5/10 Muziektheater Amsterdam. Herhalingen: 8, 11, 13, 16, 18, 21, 23, 26/10.