DOUGLAS MacARTHUR; Een mythomane militair

Het beeld dat een mens van zichzelf heeft laat zich over het algemeen op een continuum plaatsen dat loopt van minderwaardigheidscomplex tot zelfoverschatting. De groteske vorm van eigendunk die de Amerikaanse generaal Douglas MacArthur er op na hield, is evenwel een categorie op zich. Met veel gevoel voor understatement zou men kunnen stellen dat er sprake is geweest van mythevorming rond zijn figuur. Bij dit proces heeft 'Doug' overigens ruimschoots hulp gehad van een aanzienlijke schare bewonderaars en lakeien. De generaals Ned Almond en George Stratemeyer, beiden lid van MacArthurs staf in Tokio, spanden in dit verband de kroon door hem als respectievelijk 'the greatest man alive' en 'the greatest man in history' te betitelen. Voeg hierbij de publikatie van een groot aantal onbetrouwbare hagiografieen van de generaal en er ontstaat een totaalbeeld dat schreeuwt om nuancering. Gelukkig bestaat er sinds geruime tijd een driedelige standaardbiografie over MacArthur waaraan de Amerikaanse historicus D. Clayton James achttien jaar heeft gewerkt.

Mede gezien het blijvende numerieke overwicht van de onzinboeken is het verheugend dat een collega van James, Michael Schaller, het heeft gewaagd ook een boek te wijden aan Douglas MacArthur waarin korte metten wordt gemaakt met de pretenties van de generaal. Hoe erg het daarmee was gesteld, laat zich prachtig illustreren aan de hand van een enkel voorbeeld. Een klein jaar voor de Japanse aanval op Pearl Harbor publiceerde het Amerikaanse blad Time een artikel van de jonge journalist Theodore White. Het stuk bevatte onder andere een interview met MacArthur die op dat moment als militair adviseur van de Filippijnse regering in Manila verbleef. MacArthur meldde dat hij klaar stond om het opperbevel op zich te nemen van een Amerikaans expeditieleger in geval van oorlog met Japan. Hij vertrouwde White verder toe dat het Japanse leger nog niet eens tweederangs was en dat derhalve de Filippijnen spoedig in staat zouden zijn om de potentiele vijand te weerstaan. Nadat White een concept van het, wat betreft MacArthur uiterst lovende, artikel aan de generaal had opgestuurd werd hij bij hem thuis uitgenodigd. Tijdens dat gesprek kwam MacArthur tot de plechtige conclusie dat zijn lot en dat van Azie onlosmakelijk met elkaar verbonden waren. Overigens heeft ook het artikel van Theodore White, waarin hij MacArthur portretteerde als de beste militaire commandant die het Westen in Azie had, een steentje bijgedragen aan de mythevorming.

WRAAK

De 'grootste' militaire prestaties van MacArthur moesten eind 1940 nog plaatsvinden. Dat lag overigens op dat moment allerminst voor de hand. De toen zestigjarige MacArthur bevond zich namelijk in de nadagen van zijn carriere. Hij had het geschopt tot stafchef van de Amerikaanse landmacht en daarmee had hij zijn vader gewroken. Arthur MacArthur Jr. had zich onderscheiden in de Amerikaanse Burgeroorlog, maar de rang van stafchef was tot tweemaal toe aan zijn neus voorbij gegaan. De kleine Douglas groeide op met de heroische verhalen van zijn vaders verrichtingen. Op dertienjarige leeftijd ging hij naar de militaire academie van San Antonio in Texas alwaar zijn vader in die periode gelegerd was. In 1897 behaalde 'Doug' zijn diploma en vanaf dat moment probeerde zijn moeder, 'Pinkie', voor hem een plaats te bemachtigen op het prestigieuze West Point. Na vier jaar Texas werd Arthur overgeplaats naar Minnesota, maar in plaats van met haar man mee te gaan nam moeder MacArthur haar zoon mee naar Milwaukee. Hier gaf ze Douglas priveles en schreef brieven aan invloedrijke politici teneinde hem op West Point geplaatst te krijgen. Haar pogingen hadden al in 1898 succes. Douglas werd toegelaten en 'Pinkie' nam haar intrek in een hotel in de buurt van de campus waar ze tot zijn afstuderen verbleef. Zijn moeder zou ook in de jaren daarna een dominerende figuur in het leven van Douglas blijven. In 1925, MacArthur was toen vijfenveertig, hervatte Pinkie het lobbyen ten behoeve van haar zoon, die toen mede op haar aandringen bevorderd werd tot generaal-majoor.

In de privesfeer had MacArthur overigens problemen. Zijn eerste huwelijk liep mede vanwege seksuele problemen op de klippen. Deze problemen zouden later ook politieke implicaties krijgen omdat de verhalen die zijn ex-vrouw rondstrooide over zijn impotentie tijdens de Tweede Wereldoorlog door critici van de generaal gretig werden gebruikt. Na zijn scheiding keerde MacArthur in 1928 terug naar de door hem zo geliefde Filippijnen. In eerdere stadia van zijn carriere had hij diverse posten op de eilandengroep vervuld. Ditmaal werd hij er benoemd tot militaire commandant, een functie die zijn vader aan het begin van de eeuw ook had bekleed. MacArthur wilde echter meer. Hij had zijn oog laten vallen op de post van gouverneur-generaal die hij wilde combineren met zijn militaire functie. In door hemzelf geschreven brieven aan bestuurders in Washington, die hij liet ondertekenen door zijn vriend Manuel Quezon, een bekend Filippijns politicus, werd betoogd dat een groot aantal maatschappelijke groeperingen unaniem achter de kandidatuur van MacArthur stonden. Henry Stimson, de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, las in de brieven dat een benoeming van MacArthur zou worden gezien als een 'master stroke of statesmanship and diplomacy, surpassing anything these islands have ever known'. Desondanks werd MacArthur gepasseerd en zou later nog verscheidene malen tevergeefs proberen de post te verkrijgen. De functie van gouverneur-generaal zou een uitstekende opstap zijn geweest voor een politieke carriere die in het Witte Huis had moeten eindigen. Want zoveel is zeker: MacArthur ambieerde het presidentschap zeer.

LAATSTE VLOEK

In 1930 keerde hij naar Washington terug om te worden benoemd tot stafchef van de Amerikaanse landmacht. Zijn ambtstermijn viel in een periode van grote economische depressie en bezuinigingen op de defensieuitgaven. Naar eigen zeggen redde MacArthur in 1933 het leger tijdens een gesprek met president Roosevelt. Die had na zijn aantreden grote bezuinigingen op de Amerikaanse krijgsmacht aangekondigd. Dit betekende onder meer forse personeelsreducties en achteruitgang in salaris en pensioen voor veel officieren. MacArthur ging naar Roosevelt toe om hem te zeggen dat hij met deze voorstellen de veiligheid van het land in gevaar had gebracht. Roosevelt was het hier natuurlijk niet mee eens, maar MacArthur hield aan met de dramatische uitroep dat wanneer de Verenigde Staten de volgende oorlog zou verliezen een jonge stervende soldaat met een bajonet in zijn buik en een voet van de vijand op zijn keel, als laatste vloek voor zijn dood de naam Roosevelt zou uitspugen. De president eiste hierop zijn excuus, maar MacArthur bood in plaats daarvan zijn ontslag aan. Roosevelt wilde hier niets van weten en vertrouwde erop dat MacArthur het probleem samen met het ministerie van financien zou oplossen. Hoewel hij als redder van het leger trots was op zichzelf, moest Douglas toen hij wegging op de trappen van het Witte Huis overgeven.

MacArthur was vijfenvijftig toen de termijn voor de functie van stafchef in 1935 afliep. Aangezien de landmacht nu niet de meest aantrekkelijke posten in petto had voor een terugtredende stafchef, kwam het voorstel om MacArthur tot militaire adviseur van de Filippijnen te benoemen voor hem als een geschenk uit de hemel. Met veel elan begon hij zijn plannen voor een Filippijns leger te verwezenlijken. In deze periode, die zou duren tot medio 1941, verspeelde hij op het laatst zelfs zijn krediet bij zijn Filippijnse vrienden. Niemand geloofde dat de Filippijnen te verdedigen waren tegen een Japanse aanval. MacArthur hield echter stug vol, hetgeen onder meer bleek uit het interview met Theodore White. De Japanse opmars in Azie bracht hem in juli 1941 de benoeming tot commandant van de Amerikaanse troepen in het Verre Oosten op een moment dat hij eigenlijk compleet uitgerangeerd was.

AARZELING

MacArthurs optreden tijdens de Tweede Wereldoorlog was, in tegenstelling tot wat zijn propagandamachine de wereld wilde doen geloven, allesbehalve briljant. Na de Japanners systematisch te hebben onderschat, bleek het door hem gecoachte Filippijnse leger absoluut geen partij toen de aanval kwam. Een aanval die MacArthur in eerste instantie pas had voorzien in april 1946. Tijdens de Japanse opmars in Azie stelde MacArthur zijn voorspelling bij, maar kwam niet verder dan de absolute verzekering dat de vijand niet voor april 1942 de Filippijnen zou binnenvallen. De aanval op Pearl Harbor luidde echter het debacle van de Filippijnen in. Toen MacArthur dit nieuws vernam, sloot hij zich af van de buitenwereld en communiceerde louter nog via zijn stafchef Richard Sutherland. MacArthurs aarzeling ten aanzien van het verzoek van de luchtmacht om met bommenwerpers een aanval op Formosa uit te voeren, betekende de doodsteek voor de Filippijnen. De Japanse luchtmacht had reeds meer dan de helft van de Amerikaanse vliegtuigen op de Filippijnen uitgeschakeld toen MacArthur eindelijk besloot de aanval goed te keuren. Op het moment dat de Japanners Manila naderden, moest MacArthur hals over kop zijn troepen terug trekken op het schiereiland Bataan en nam hij zelf zijn intrek op het eilandje Corregidor in de baai van Manila.

Terwijl MacArthur zijn vechtende manschappen op Bataan slechts enkele keren bezocht en zodoende de bijnaam 'Dug-out Doug' verwierf, begon hij vanaf Corregidor een uitgebreide publiciteitscampagne die zijn vruchten spoedig afwierp. In drie maanden werden meer dan honderdveertig persverklaringen uitgegeven waarvan er vele door MacArthur zelf geschreven werden. Het merendeel van deze verklaringen ging uitsluitend over MacArthur zelf. Zijn officieren en manschappen

kregen nauwelijks erkenning voor hun daden. Het bewust gecreeerde beeld kwam erop neer dat het

MacArthur persoonlijk was die de Japanners frustreerde en hun opmars tegenhield. Aanvankelijk werd hij in Washington nog alom geprezen en geloofde men dat MacArthur echt in staat zou zijn de Japanners te stoppen. In de publieke opinie ontstond zelfs een regelrechte MacArthur-gekte. Doug werd de eerste Amerikaanse oorlogsheld van de Tweede Wereldoorlog.

Pas toen zijn grote nederlaag ook in Washington duidelijk werd, kreeg hij de opdracht naar Australie te gaan om daar te hergroeperen en de tegenaanval voor te bereiden. MacArthur liet zijn oog in eerste instantie op Nieuw Guinea vallen. De eerste overwinning van de Amerikanen kwam tot stand onder leiding van generaal Robert Eichelberger. Die was door MacArthur aan het hoofd van de troepen geplaatst die Buna op de Japanners moesten veroveren. Eichelberger kreeg van zijn baas de opdracht een snelle overwinning te behalen en in geval van verlies niet levend terug te keren. MacArthur beloofde hem bij succes dat hij zijn naam in de publiciteit zou brengen hetgeen hem in een klap een prominente Amerikaan zou maken. Na zijn overwinning moest Eichelberger evenwel een week wachten op zijn medaille. MacArthur werd zo kwaad over berichten in de pers waarin zijn ondergeschikte werd geprezen dat hij dreigde hem te degraderen tot kolonel. Dit alles opdat het publiek alleen de naam van MacArthur zou associeren met de eerste overwinning. Eichelberger schreef zijn vrouw dat het overschaduwen van zijn baas gevaarlijker was dan een Japanse kogel.

BLUNDERS

Het patroon voor de rest van de oorlog en daarna was na Corregidor en Buna bekend. De faam van MacArthur zou door middel van schandelijk publiciteitsmanagement tot mythische proporties uitgroeien. De ernstigste repercussies hiervan kwamen tijdens de Koreaanse oorlog toen MacArthur voorstelde de vijand in Inchon te verrassen. Dit levensgevaarlijke scenario werd tegen beter weten in aanvaard, mede vanwege de reputatie van MacArthur.

De Russische roulette in Inchon pakte met veel geluk nog goed uit, maar ruim een half jaar en een serie blunders later had Truman eindelijk de moed om MacArthur terug naar huis te roepen. Hoe goed de publiciteitsmachine van 'Mac' al die jaren had gewerkt, bleek uit de ticker-tape parade die hem in New York ten deel viel en waarvoor naar schatting zeveneneenhalf miljoen mensen de straat op kwamen.

Douglas MacArthur. The Far Eastern General

door Michael Schaller

320 blz., geill., Oxford University Press 1989, f75, --

ISBN 019503886X