De natie

Het CDA bestaat tien jaar deze maand. Zeggen ze. Vertel mij wat. Volgens mij bestaat het CDA al zowat vijfentwintig jaar. Ik had er zelf indertijd zo ongeveer de primeur van. Hoe komt een journalist aan een primeur? Mijn zwager zaliger nagedachtenis dreef een sigarenzaak te Hoorn en was er actief in het roomse leven, dus ook in de Katholieke Volkspartij. Hij stuurde mij de aankondiging toe: op 15 oktober 1965 vergaderen de Hoornse afdelingen van de drie christelijke partijen over samengaan. Dus ik naar Hoorn.

Vijfentwintig jaar later ga ik weer naar Hoorn. Er is een bokbierfestival en een rommelmarkt. Drie voortrekkers van toen ontvangen mij in een huiskamer. De populaire notie, dat het CDA bedacht is om het tij van stemmenverlies te keren, blijkt meteen al onjuist. Het initiatief ging uit van de KVP. Die was in Hoorn in '62 groter geworden dan de PvdA en sterker dan ooit. Volgens Willem Lips lag bij een samenbundeling van krachten met de protestanten de absolute confessionele meerderheid voor het grijpen. Maar Jan Onstenk zegt meteen bestraffend dat het vooral om de christelijke idealen ging. 'Uw Rijk kome, Uw wil geschiede', zei hij toen. Maar op 15 oktober 1965 wilde dat nog niet vlotten.

Ik herinner het mij nog goed. De CHU en de ARP kwamen bijeen in twee zaaltjes van hotel De Doelen. De CHU was het eerste klaar, niet uit een vermeende traditie ('Ze dronken een glas en deden een plas en lieten de zaak zoals die was') van gemakzucht, maar omdat de zaak volgens Albert de Graaf vooraf 'goed doorgesproken' was. Dat was wel nodig ook, want er leefden in christelijk-historische kring nog veel 'anti-roomse gevoelens'; hij als onderwijzer werd geacht de kinderen in te prenten dat katholieken uit waren op 'het grijpen van de macht'. Opmerkelijk genoeg aanvaardde de CHU het samengaan met algemene stemmen.

Zelf zat ik bij de vergadering van Nederland en Oranje, de anti-revolutionaire kiesvereniging. 'De heer Kieft waarschuwde tegen de invloed van de Paus en de macht van Rome', bericht mijn verslag. Zo mocht ik het horen. Een ander meende dat met katholieken niet viel samen te werken; dat had ik thuis ook geleerd. Maar toen een verslaggever de christelijk-historische instemming kwam melden, ging ook de ARP unaniem akkoord. Ik volgde zijn voorbeeld en begaf mij rap naar De Roskam, waar de KVP vergaderde. Mijn heuglijke tijding viel echter niet in goede aarde. Het fusievoorstel werd er met onverholen wantrouwen bejegend. Eerst had men de protestanten met hun 'anderhalve raadszetel' al aan een wethouderspost geholpen en nu zou de KVP hen 'helemaal onder haar vleugels nemen'? Men waarschuwde tegen 'blokvorming' en (in Den Haag was juist het roomsrode kabinet-Cals aangetreden) tegen schade aan de 'openheid naar links'. En toen iemand opperde dat christelijke gemeentepolitiek niet eens bestond, werd voorzitter Jan Onstenk er compleet 'moedeloos' van, al zegt hij nu zelf: 'Christelijke politiek, daar kun je vraagtekens bij zetten.'

Die avond wist hij er alleen een machtiging uit te slepen om door te gaan op de ingeslagen weg en vier maanden later, op 18 februari 1966, koos de KVP alsnog 'met grote meerderheid', 27 tegen 6 stemmen, voor een gezamenlijke lijst bij de aanstaande raadsverkiezingen. Alleen de zondagskermis was een splijtzwam, maar die werd tot 'vrije kwestie' verklaard en zo vond men elkaar onder de naam Samenwerkende Christelijke Partijen. Het CDA is waarlijk 'aan de basis' ontstaan. Dat werd trouwens 'bovenin absoluut niet gewaardeerd', herinnert Albert de Graaf zich. De christelijk-historischen werden in het hoofdkwartier van de Unie aan de Wassenaarseweg 'bij de freule op het matje geroepen', de anti-revolutionairen vernamen van hogerhand dat hun stap 'te voorbarig' was en ook de katholieken kregen volgens Willem Lips een 'standje' uit Den Haag.

Maar in Hoorn 'groeide men naar elkaar toe' en snel ook. De kandidatenlijst werd in '66 nog met zorg naar evenredigheid samengesteld, vier jaar later werd alleen maar gekeken naar 'deskundigheid' en niet 'uit welk nest' iemand kwam. Het moet Albert de Graaf van het hart dat het 'bloedgroepengedoe' bij de opvolging van Braks twee katholieke staatssecretarissen tegen een protestantse minister beschamend is, als je weet dat ze daar in Hoorn al twintig jaar geleden niet meer aan deden. De meerderheid werd overigens nooit gehaald. De onvrede in katholieke kring leidde tot afsplitsing van de vertegenwoordigers van 'de arbeiders' en 'de middenstand' en die werden beiden verkozen, zodat de SCP maar zes zetels haalde, net zoveel als de KVP voordien had. En toen in '70 de breuk geheeld was, had de neergaande lijn in het confessionele electoraat zich al ingezet. In de jaren zeventig werd Hoorn 'overloopgemeente' en die overlopers uit Amsterdam 'zijn nou niet bepaald christenen', weet Albert de Graaf.

Mijn gastheren hebben geen van drieen veel aan de pet met de partij, waarvan ze pioniers waren. Jan Onstenk keerde de confessionele politiek al lang geleden de rug toe en stemde zelfs nog eens op de Hoornse provo's (lijst Platte Thijs), Willem Lips bedankte vanwege de vrijlating van 'die twee boeven uit Breda' en Albert de Graaf vindt het CDA maar een liberale partij, niet echt christelijk.