De herenonderbroek

Ondergoed is een trauma uit mijn kinderjaren. Onze vaders mochten dan carriere maken op de zaak, hard fietsen met wind tegen en zelf kunnen behangen, op maandagmiddag wapperde aan de waslijnen van alle flats in de wijde omtrek de naakte waarheid: de herenonderbroek. Vormeloze eenpersoonstenten, groot en wit, klapperend in de wind. Niet meer dan een lap textiel met kruis en gat, bijeengehouden door een snel verslappend elastiek. De wasdag maakte het manzijn tot een huiveringwekkend onesthetisch toekomstbeeld.

Eenmaal jongen maakte ik de introductie mee van de gekleurde onderbroek van iets modieuzere snit, de 'slip'. Mijn moeder kocht ze voor haar twee zonen in grote hoeveelheden voor een tientje. Het waren eeuwige voordeelaanbiedingen bij De Favoriet, en de kwaliteit was ernaar. Na twee keer wassen was het elastiek uitgerekt, bungelden de broekspijpen en was er van de kleur niet veel over. Wij liepen er nog jaren in.

De kleedkamer van de voetbalclub bood in die jaren na het douchen een palet van zeldzame verschoten tinten. De onderbroeken waren van synthetisch materiaal en je wist dat ze met een lucifer - zzzoefff - in een fractie van een seconde zouden transformeren tot een stinkend hard balletje. De enkeling die een beter gevormde katoenen broek droeg, werd overdreven luid uitgelachen en leed onder bijnamen.

In de loop der jaren kreeg het herenondergoed door de opkomst van de Amerikaanse boxershort (een katoenen wijde onderbroek met pijpen) een fleuriger aanzien, maar vergeleken bij wat er voor dames voorhanden was, bleef het kledingstuk er een beetje bijhangen. Bovendien werd deze geruisloze vorm van herenemancipatie ontsierd door vaak infantiele motiefjes op het textiel: waarom moest onze smaak beledigd door olifantjes, konijntjes en gele papegaaitjes? Zo bleven wij de risee van slaapkamer en kleedhok!

Het trauma treiterde voort, tot ik op mijn verjaardag, twee jaar geleden door een fijngevoelige vriendin verrast werd met een goed gesneden witte herenonderbroek. Het bijzondere school hem in de zijkanten, de heupstroken. Deze waren gemaakt van zeer fijn kant. Kant! Mij werd nog wijs gemaakt dat een mijner initialen erin was geweven, maar later bleek dat de sierlijke H stond voor de Zwitserse merknaam, Hanro.

Mijn belangstelling voor het betere herenondergoed was definitief gewekt. Op de golven van de body-cultuur bleken in Nederland enkele speciaalzaken te zijn verrezen, waar men mooie en onvermoede soorten ondergoed kan verkrijgen: van de boxer tot de tanga, string, singlet en stocking. Spoedig volgde een nieuwe aanwinst in mijn collectie: een groen-rode onderbroek met wit kruis en een brede elastieke band waarop de merknaam Moschino. Helaas lubberden de pijpen binnen een half jaar uit, een minpuntje voor deze grote Italiaanse mode-ontwerper, bekend van de goudkleurige bestekjes op zijn kledij.

De criteria voor goed ondergoed zijn individueel bepaald. Er zijn heren die zweren bij de boxer vanwege de 'losse' draagmethode; andere prefereren de strakke, soms zelfs voorgevormde slip voor meer houvast. Mij zult u bij voorbeeld nooit aantreffen met een 'string' - de onderbroek met een schamel touwtje aan de achterzijde. Onzichtbaar onder de balletmaillot en gewild voor optimaal bruinen aan het strand. Universeel is de wens dat ondergoed 'lekker zit', dat wil zeggen: zonder te worden opgemerkt. Wat dit betreft voldoet katoen, waarin acht procent lycra is verwerkt voor 'de rek', heel goed, al zal de man die zich eenmaal heeft overgegeven aan de streling van een zijden onderbroek niet snel meer terugwillen.

Zeker kennen heren drempelvrees, zo legt de verkoper van de Haagse speciaalzaak Manstore uit, maar na een keer is de schaamte voorbij. Dit is geen sex shop, maar een modewinkel. De helft van de clientele bestaat overigens uit vrouwen die voor hun geliefde iets moois en/of prikkelends kopen. De bodystocking - model herenbadpak-met-pijpen uit vervlogen tijden - is daarbij in opmars. Charmant is bij voorbeeld het rode model van Habella (Zwitsers) a fl.119 met aan de voorzijde drie drukknoopjes die de broek verbinden met het hemd. (Een vriendin noemt dit spottend 'de voorlader'. Over herenondergoed kan blijkbaar nog steeds niet serieus worden gedaan.)

Een stocking kost rond de fl.100, boxers (wijd of strak) tussen fl.50 en fl.110 (een aanrader is de doorzichtige zwarte boxer van Homme a fl.95) en een zijden boxer kost tussen fl.90 en fl.200. De 'gewone' slip doet tussen fl.19,95 en fl.119,00. De meeste speciaalzaken hebben ook zwemkleding, pyjama's, nachthemden en bijpassende pantoffels in het assortiment.

Met onze Jansen en Tilanus-traditie hoeven we geen exclusief ondergoed van eigen bodem te verwachten. De topmerken zijn natuurlijk Italiaans (Valentino, Ventura, Luciano Soprani, Versace), Frans (Yves Saint-Laurent, l'Homme Invisible), Duits (Mey, Habella) en Zwitsers. Sommige merken zijn alleen al de moeite waard vanwege de prachtige dozen en het ritselpapier. l'Homme Invisible heeft als logo een onzichtbare, in doeken gewikkelde, mannenbuste.

Blijft de intrigerende vraag: waarom zo veel geld voor dat wat meestal onzichtbaar blijft? Mijn moeder zei altijd: 'Als je een ongeluk krijgt en in het ziekenhuis belandt, kun je die arme zuster niet confronteren met een onderbroek van een paar dagen'. Conform een andere tijdgeest hoorde ik iemand twintig jaar later zeggen: 'Je weet nooit wie je tegenkomt'.

    • Peter ter Horst