Controle op pers verslapt in Indonesie

JAKARTA, 6 okt. De Indonesische regering wil de media meer speelruimte geven, maar de meningen in het kabinet zijn verdeeld over toepassing van de bestaande perswet. Admiraal buiten dienst Sudomo, coordinerend minister van politieke en veiligheidszaken, heeft aangekondigd dat de regering geen gebruik meer wenst te maken van haar recht om de publicatievergunning van kranten in te trekken, een strafmaatregel die de laatste jaren twee dagbladen trof.

Daarop liet minister van informatie Harmoko weten dat hij vasthoudt aan dit recht zolang de perswet niet is veranderd. Intussen maken Indonesische kranten van de nieuwe openheid gebruik om de zaak breed uit te meten.

Begin deze week meldde minister Sudomo dat de pers opnieuw meer ruimte krijgt. Een vergadering van alle bewindslieden die veiligheidsaangelegenheden in hun portefeuille hebben, had zich gebogen over de vraag 'hoe uitvoering te geven aan de wens van president Soeharto om de vrijheid van meningsuiting te garanderen'. Tijdens die bijeenkomst, die eind vorige week plaatshad, stelde procureur-generaal Singghi voor om maatregelen tegen kranten die de perswet overtreden over te laten aan het Openbaar Ministerie. De aanwezige ministers namen dit voorstel over en besloten dat de regering voortaan geen gebruik meer zal maken van haar recht om de publicatievergunning van kranten in te trekken.

De dreiging van een publicatieverbod had redacteuren en uitgevers onnodig bang gemaakt en dat was niet goed voor de vrijheid van meningsuiting, zei Sudomo. Volgens Sudomo is alleen de hoofdredacteur verantwoordelijk voor publicaties die, in de woorden van de minister, 'strijdig zijn met de code van de Vereniging van Indonesische Journalisten (PWI), opruiend werken of publieke onrust en nationale instabiliteit veroorzaken'. Voortaan is het aan het Openbaar Ministerie en niet aan de minister van informatie om in zulke gevallen op te treden, aldus Sudomo.

De minister van informatie, Harmoko, was overigens zelf niet aanwezig toen het besluit viel. Die woonde op dat moment in de Cubaanse hoofdstad Havana een conferentie bij van 'Niet-Gebonden Landen'. Toen hij, voorafgaande aan de kabinetszitting van 3 oktober, werd aangesproken door journalisten, zei Harmoko dat de wet hem nog steeds het recht geeft publicatievergunningen in te trekken. 'Als een krant bijvoorbeeld marxistisch-leninistische denkbeelden verspreidt, zal ik niet aarzelen om van dat recht gebruik te maken', aldus de minister. Hij voegde er aan toe dat alleen het parlement de bewuste wet kan amenderen. Een raadselachtig glimlachende Sudomo liet de verslaggevers weten dat hij de kwestie met minister Harmoko zou bespreken.

Intussen heeft de Indonesische pers zich op de controverse gestort en is te rade gegaan bij een aantal rechtskundigen. Harmoko blijkt ongelijk te hebben. In 1982 werd een nieuwe perswet van kracht ter vervanging van een wet uit 1966. De oude wet gaf de minister van informatie de bevoegdheid kranten een publicatieverbod op te leggen. Dat wordt in de nieuwe wet uitgesloten. De perswet van 1982 bepaalt dat alle gedrukte media een publicatievergunning nodig hebben. Daarvoor moet een krant aan twee voorwaarden voldoen: de redactie moet de staatsideologie Pancasila onderschrijven en de uitgever moet twintig procent van de aandelen afstaan aan het personeel. Zodra de vergunning is verleend kan die niet meer worden ingetrokken want in dezelfde wet staat dat 'Indonesie geen perscensuur kent' en dat 'kranten niet kunnen worden gesloten'.

Op 31 oktober 1984 vaardigde het Departement van Informatie echter een ministeriele bepaling uit waarin staat dat de publicatievergunning wel degelijk kan worden ingetrokken. Daarmee verschafte de minister zichzelf een extra wapen. Hij kon voortaan druk uitoefenen op kranten door te dreigen met intrekking van hun vergunning. Dat dreigement is tot tweemaal toe uitgevoerd. In 1986 maakte de regering een einde aan de verschijning van de landelijke avondkrant Sinar Harapan, het op een na grootste dagblad van Indonesie. In 1987 onderging het dagblad Prioritas hetzelfde lot. Deze krant, die nauwelijks een jaar op de markt was, verloor zijn vergunning omdat hij met 'insinuerende en tendentieuze berichtgeving verwarring zaaide onder het publiek'. Beide kranten verschijnen inmiddels onder een andere naam, maar dit was pas mogelijk na ingrijpende personeelswisselingen aan de top.

Ook de steeds zelfbewuster Kamer van Volksafgevaardigden (DPR), het Indonesische parlement, verheft zijn stem. Afgevaardigden van alle drie de toegelaten partijen hebben verklaard dat 'een wetswijziging niet nodig is'.

Eind augustus kondigde minister Sudomo een eerste stap aan op de weg naar persvrijheid in Indonesie. De regering zou toen hebben besloten redacties niet langer telefonisch te instrueren om bepaalde onderwerpen uit de krant te houden. Deze beruchte gewoonte werd nog onlangs verdedigd door Harmoko als 'een middel tot communicatie tussen de autoriteiten en de redacties, die op die manier hun gegevens konden controleren'. Eind augustus werd eveneens besloten om kritische artikelen over Indonesie in buitenlandse kranten niet langer voor verspreiding met inkt zwart te maken.

Nu de 'veiligheidsministers', die samen met president Soeharto en de legertop de feitelijke macht uitoefenen in Indonesie, genoegen lijken te nemen met een minder sterke greep op de pers, zakt de grond langzaam weg onder de stampende voeten van Harmoko.

    • Dirk Vlasblom