BIOGRAFIE

'Enkel en alleen door de kracht van werk ben ik in staat om mijn aangeboren melancholie tot stilte te brengen. Maar de oude aard komt steeds maar weer naar boven; de aard die niemand kent, de diepe wond die altijd verborgen blijft.' Met dit citaat begint Sartre zijn studie over de man die beroemd werd door het boek over de naar liefde en avontuur hunkerende hoofdpersoon: Madame Bovary. Op de vraag hoe je zo'n studie het best kunt beginnen, luidt Sartres antwoord eenvoudig dat het er niet zoveel toe doet hoe je begint, als je maar begint met een probleem. Hij stelt zich de vraag wat de woorden van Gustave Flaubert over zichzelf precies te betekenen hebben. Kan een wond ook al aangeboren zijn? In ieder geval leidt Flaubert ons met zijn woorden naar zijn 'prehistorie', want daar ergens moet toch de oorsprong van de 'altijd verborgen wond' liggen.

Volgens Norman Denzin, de schrijver van dit nogal teleurstellende boekje, is dit geen slecht begin. Tegenwoordig is Denzin hoogleraar in de sociologie aan de universiteit van Illinois. Behalve een zeventigtal artikelen in gerenommeerde vaktijdschriften heeft hij ook behoorlijk wat boeken op zijn naam staan, zoals bijvoorbeeld over het begrijpen van emotie. De meeste bekendheid geniet hij echter door zijn boeken over mensen met een alcoholprobleem, met titels als The Alcoholic Self en The Recovering Alcoholic. Nu gaan drankmisbruik en diepgang meestal niet zo goed samen, al dragen de meeste levens van degenen die de fles niet kunnen laten staan, onmiskenbaar de sporen van verdriet en verval. Wie zich probeert te bekwamen in het bestuderen en begrijpen van iemands levensverhaal en zich hierbij vooral stort op het leven van een alcoholist, loopt een vlotte kans om een pover cliche voor een rijk geschakeerd verleden aan te zien.

Het is het gebrek aan diepgang waardoor twijfel rijst over de vraag of Denzin zelf eigenlijk wel bekend is met de finesses van de biografie van de individuele doorsnee-mens, laat staan met de biografie waarin men probeert bepaalde ontwikkelingslijnen inclusief verklaring en betekenis van bepaalde gebeurtenissen in iemands leven te schetsen. Alleen een biografie van het laatste soort kan met recht interpreterend worden genoemd. Dat neemt niet weg dat in dit boekje soms een aardige karakteristiek te vinden is, zoals de beschrijving van een Engelsman. ' The Englishman does not want to be upset, to be reminded that there are personal tragedies all over the place, that he is not really happy himself; in short he refuses to be put off his golf.' In tegenstelling tot Flaubert, die zijn werk gebruikte als vlucht voor zijn verdriet, wil de Engelsman geen gezeur aan zijn hoofd: hij zoekt voornamelijk vergetelheid in de sport. Grappig is ook dat in sommige Scandinavische en Oosteuropese landen nationale wedstrijden in het schrijven van een autobiografie worden gehouden. Deze publieke vorm van zelfexpressie geeft volgens socioloog Denzin een prima beeld van het leven van bepaalde mensen in een bepaalde tijd, wat betreft hun gezin, opleiding en beroepsontwikkeling. Achteraf blijken de meeste mensen uitstekend in staat te zijn om de cruciale momenten in hun leven aan te wijzen.

Verder poneert Denzin dat veel van deze mensen zichzelf als waardeloos in de ogen van anderen beschouwen, en een autobiografie gaan schrijven uit de behoefte meer betekenis te krijgen. Maar ook om te bewijzen dat het negatieve helemaal niet terecht is.

Een biografie heeft echter niet genoeg aan algemeenheden. Je moet ook eens de diepte in durven gaan, zoals Sartre dit deed. In 'Making sense of an individual's life', dat het beste gedeelte van het boek is, schrijft Denzin dat Sartre te werk ging volgens een goed uitgewerkt plan, waarin hij verschillende aspecten van Flauberts leven behandelt, waarin hij aan de verschillende gezinsleden aandacht besteedt, maar ook aan de relatie tussen vader en zoon, het bestaan van twee ideologieen, het imaginaire kind en de ontwikkeling van dichter tot kunstenaar. Het is interessant dat Sartre hier het probleem van de waarheid stelt, want hoe weet je nu zeker wanneer Flaubert de waarheid over zichzelf schrijft?

Volgens Sartre is het allemaal heel simpel: de waarheid is bij Flaubert te vinden in fictie. Wat Flaubert in de eerste persoon schrijft over zijn leven kun je beter maar niet geloven; pas in zijn fictieve verhalen verraadt hij zichzelf.

Veel meer dan een beknopte bespreking van de verschillende methoden om levens te beschrijven, biedt dit boek jammer genoeg niet, en daar gaat weinig inspiratie van uit. Het adjectief 'interpretive' blijkt bovendien misleidend, want in feite slaat dit maar op een klein deel van het boek. Het wachten is dus op een boek met een soortgelijke titel dat wel aan de verwachtingen voldoet.