Berichten in code

WIE HEEFT DE 'decoder' gezien? De taal van de buitenlandse en die van de geheime dienst hebben een overeenkomst: zij moeten worden gedecodeerd alvorens te kunnen worden gelezen. Met betrekking tot de rede die president Bush maandag uitsprak voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties is de decodering ter hand genomen door de New York Times. De krant gaat er van uit dat Bush inderdaad in code sprak toen hij het had over openingen die zich zouden kunnen voordoen na Iraks onvoorwaardelijke vertrek uit Koeweit.

De president opperde onder meer dat Irak en Koeweit 'hun geschillen blijvend zouden bijleggen'. De Times: dat betekent het oplossen van het langademige dispuut over het beheer van de olievelden aan de grens (van Koeweit en Irak) en de zeggenschap over strategische eilanden (in de Golf). De krant is er niet zeker van of de code niet ook een verwijzing verbergt naar onderhandelingen over de toekomstige regering van Koeweit (president Mitterrand sprak eerder over het verzekeren van de democratische rechten van de Koeweiti's). Enkele weken geleden al zei een Amerikaanse onderminister dat wat tussen beide landen op tafel lag voor de invasie, weer ter tafel zou kunnen komen na een terugtocht van Irak.

Vervolgens riep Bush 'de staten in de Golf' op 'zelf te werken aan nieuwe afspraken ten behoeve van de stabiliteit'. Hiermee worden drie dingen beoogd, meent de Times. Chemische wapens moeten worden vernietigd en hun produktie onmogelijk gemaakt, de verbreiding van nucleaire technologie dient aan banden te worden gelegd en over de omvang en de samenstelling van de strijdkrachten zal moeten worden onderhandeld. Zowel de chemische als de nucleaire sector zal onder internationale controle moeten komen. De Israelische capaciteit op beide gebieden zal bij onderhandelingen moeten worden betrokken.

Ten slotte deed de president een beroep op 'alle staten en volkeren in de regio om het conflict te beslechten dat de Arabieren en Israel verdeeld houdt'. Dat betekent volgens de Times twee dingen: Een einde aan de tegenwoordige staat van oorlog en erkenning van Israel door Arabische staten alsmede een bevestiging van Amerika's verbondenheid met de bevordering van rechtstreekse onderhandelingen tussen Israel en de Palestijnen.

DE

NEW YORK - TIMES ziet een 'fit' tussen de drie gedecodeerde boodschappen. Een terugtrekking van Irak uit Koeweit alleen zal het evenwicht in de Golf niet herstellen. Evenwicht vereist beperking van het vermogen tot oorlogvoeren in de regio. Israel zal een beperking van zijn militaire vermogens slechts willen overwegen als onderdeel van een algemene vredesregeling voor het Midden-Oosten. De Arabieren zullen er niet aan willen beginnen zolang Israel de handen vrij houdt. De Times veronderstelt dat de president zich nu voldoende in zijn kaart heeft laten kijken om de last van de volgende diplomatieke stap op de schouders van Saddam Hussein te hebben geladen.

De eerste boodschap van de president beperkt zich tot de Golfcrisis, de tweede is ermee verbonden maar heeft een ruimere actieradius, de derde probeert het momentum van een eventuele beeindiging van de crisis te gebruiken ten behoeve van een het gehele Midden-Oosten omvattende vredesregeling. De president ging in zijn rede nog een stap verder: 'Ik zie een wereld steunend op het nieuwe model van Europese eenheid dat bezig is te ontstaan. Niet slechts Europa, maar de gehele wereld, een en vrij'. De nieuwe eensgezindheid met Moskou en ook met Peking inspireert Bush tot wat een visie mag worden genoemd.

DE JONGSTE Amerikaanse opstelling sluit aan bij de Amerikaanse diplomatie van kort voor Iraks inval in Koeweit op 2 augustus toen ambassadeur April Glaspie Saddam Hussein verzekerde dat haar land geen mening had over het grensgeschil met Koeweit. Maar er is een belangrijk onderscheid: de Verenigde Staten staan niet langer neutraal tegenover de militaire macht die Irak heeft opgebouwd. Daaraan zal een eind moeten worden gemaakt. Dat Israel vervolgens in beeld komt, is niet vanzelfsprekend Irak heeft zijn wapens offensief gebruikt en uitsluitend tegen islamitische buren, het is de militaire confrontatie met Israel altijd uit de weg gegaan. Maar als niet te veronachtzamen machtsfactor in het Midden-Oosten zou Israel zich niet aan een wezenlijke en algemene vredesregeling mogen onttrekken.

Bush heeft zijn rede aan een 'redelijke' tegenstander geadresseerd, een tegenstander die voor en tegen afweegt, die weet heeft van nemen en geven, een die tot het compromis bereid is als de prijs te hoog wordt. Het is het beeld van Saddam Hussein zoals dat voor 2 augustus buiten Israel overal bestond, het beeld van een man die dreigde, die de inzet verhoogde om een beperkt doel te bereiken, een doel dat weliswaar pijnlijk was voor de emir van Koeweit, maar daarmee de rest van de wereld kon leven. De verovering van geheel Koeweit was dan een stap te ver, een misrekening. De boycot door de Verenigde Naties en de machtsconcentratie van de Verenigde Staten moeten in Bagdad de boodschap bezorgen dat Saddam Hussein zich inderdaad heeft vergist toen hij Glaspie zei: 'Uw samenleving accepteert in een oorlog niet het verlies van tienduizend mensen'.

DE REDENERING van redelijkheid vervolgend kan het spel niet met een 'zero-sum' eindigen. Er moet voor Irak iets te winnen zijn. Tegenover een terugtocht uit Koeweit staat het weer 'op de tafel' komen van Iraks bekende territoriale eisen aan het emiraat, tegenover het opgeven van Iraks militaire overmacht zou komen te staan een gecontroleerd en internationaal verzekerd machtsevenwicht waarin antagonistische staten als Irak, Iran, Syrie, Saoedi-Arabie en Israel worden opgenomen. Saddam Hussein zou zich er niet zonder enige grond op kunnen beroepen dat hij na de overrompeling van Koeweit de problematiek van het Midden-Oosten als een geheel aan de orde heeft gesteld en dat anderen hem nu volgen.

Bush, Mitterrand en inmiddels ook de Britse regering hebben een aanloop genomen tot een grote sprong voorwaarts, maar of zij een nieuw record zullen vestigen moet worden afgewacht. Er zijn te veel verschillende factoren in het spel en de onderlinge argwaan is te diep dan dat een afruil als hier geschetst kansrijk zou mogen worden genoemd. Bovendien is het in een dergelijke constructie niet al te moeilijk Israel de zwarte piet in handen te geven. In de gemaakte schets rust het diplomatieke bouwwerk als het ware op een punt en die punt heet Israel, hoe vaak men ook herhaalt dat agressie niet mag lonen.