Wat wij zien en horen

Zoals kinderen die in de stad wonen uitkijken op een straat met verkeersborden, paaltjes en stoplichten, zo kijken wij uit op een laantje in onze tuin met allemaal paddestoelen. Vliegenzwammen die wel zo groot zijn als ontbijtbordjes of stoplichten die op rood staan, als je het toch met de stad wilt vergelijken.

Ze hebben dikke spikkels die op havermoutvlokken lijken. Verleden jaar hadden we er wel twintig. Ze zijn hier altijd al geweest want onze papa zei dat toen ze hier pas woonden, hij het huis in gestoven kwam terwijl hij riep, 'We zijn rijk! We zijn rijk!' Onze mama dacht dat hij tussen de berken een schat gevonden had. En dat had ik ook, zegt hij. Zoveel vliegenzwammen dat het wel leek of alle kabouters uit het bos aan het frisbyen waren. Soms worden ze bij de grond door insekten aangeknaagd. Dan gaat de steel rotten en tuimelen ze om. Je ziet dan de onderkant met al die plaatjes zoals dat genoemd wordt waar de sporen uitvallen. Het ziet eruit of iemand een boek heel vaak en erg slordig heeft gelezen. Wil je weten wat er op bladzijde vierendertig staat? We zijn zo giftig als de hel. Je moet ze dus niet aanraken en oppassen dat je kleine broertje of zusje niet denkt dat het hongerpunten zijn. Tussen de vliegenzwammen staan ook allemaal berkenboleten. Ze zijn grauw en bol. Boerenlulletjes tussen die prinsessen van vliegenzwammen. Boleten zijn paddestoelen die geen plaatjes aan de onderkant hebben maar buisjes waar de sporen uitvallen. Ze voelen sponsachtig aan en als ze oud zijn is het net of je moeder haar versleten afwassponsjes tussen de bomen heeft verloren. Maar wat zou je moeder nou met een afwassponsje in het bos moeten doen? Zeker de stammen afsoppen. Mooi niet. Dus zijn het boleten. Onze papa heeft een heel oud paddestoelenboekje, nog uit de Tweede Wereldoorlog. Bij die plaatjes staat of je de paddestoelen kunt eten of niet.

Eetbaar en smakelijk, staat bij sommige. Dan krijg je er gewoon trek in en zie je ze al gebakken voor je met een beetje Jane's Krazy Mixed-Up-Salt erover gestrooid. Maar bij enkele paddestoelen staat, schrik niet, Dodelijk giftig, bij andere weer, Waardeloos, of, Ongenietbaar. Dat schijnen wij ook wel eens te zijn, volgens onze ouders. Misschien toch nog beter dan eetbaar en smakelijk. Als we per ongeluk een paddestoel omtrappen vindt onze vader dat we er op z'n minst een stilleventje van moeten maken. En dat hebben we gedaan zoals je ziet. We hebben er dorre dingen bij verzameld om echt de herfst te maken. Uitgeteerde lijsterbessen, een scherm van de venkel met verdroogde zaden eraan en uitgebloeide netels. En we hebben ook nog een paar herfsttijlozen mogen plukken voor het goeie doel. Herfsttijlozen noemen de mensen ook wel herfstcrocussen. Maar het is niet eens familie van de crocus.

Ze komen in Nederland nog wel in het wild voor, op natte weiden, maar ze zijn zo zeldzaam als kersenbonbons op de Afsluitdijk. Bij goeie kwekerijen kan je soms de bollen kopen. Het zijn doorzichtige tere lila-roze bloemen die zomaar opeens uit het mos en het gras opduiken, zonder bladeren, op slappe witte stelen. Bladeren hebben ze zomers al gehad. Dan komen op de plaats waar in de herfst de bloemen verschijnen dikke bossen groene stengels en daartussen zitten wonderlijke groene vruchtdozen met zaden. Dan verdwijnen ze en vergeet je ze. Maar ineens zie je op een herfstochtend allemaal bleke knoppen uit de grond komen en een paar dagen later heb je een heel veldje met lichtende bloemen tussen de afgevallen bruine bladeren.

Nu zullen we een enigszins grappige toestand op Pomona beschrijven. Onze ouders herdenken ieder jaar op 19 september dat het op die datum precies zoveel jaar geleden is dat John Keats dat was een Engelse dichter die een kleine tweehonderd jaar geleden leefde en heel jong overleden is een gedicht schreef dat heet 'To Autumn' en dat zoiets is als een Loflied op de Herfst. Al lang voordat wij geboren waren vierden ze dat met vrienden ergens buiten. In de Buitenmuy of de Nieuwkoopse Plassen. Ze namen dan een paar flessen champagne mee in een plastic zak met ijsblokjes en een paar mooie oude glazen. Terwijl ze zo'n beetje lagen te drinken en naar de zwaluwen te kijken zeiden ze dat gedicht op. Maar sinds een paar jaar doen ze dat met ons omdat we oud genoeg zijn. Toen we vijf jaar waren kenden we hele regels van dat gedicht in het Engels uit ons hoofd. Maar toen konden we veel beter onthouden dan nu. Onze papa zegt dat dat komt omdat onze hersentjes toen nog zo vers waren als lammetjespap, dat we nu zoveel moeten onthouden van school dat de rest wegzakt in onze herinnering. We zouden ergens op een mooi plekje in de tuin gaan zitten en wij zouden ook voor het eerst een klein glaasje champagne krijgen. Onze papa zegt wel eens, ik zou ieder jaar een dag dictator van de wereld willen zijn. Om precies te zijn op 19 september. Dan kreeg iedereen vrijaf en gratis champagne te drinken. Maar ja, onze champagne stond klaar maar het regende pijpestelen. Ze hebben toen maar een plaat opgezet waarop een Engelse acteur dat gedicht voorleest. En onze papa liep steeds naar het raam met zijn glas champagne en dan stond hij maar treurig naar de regen te kijken en de schapen die erin stonden. En toen gingen ineens al die schapen zich schudden. 'Kom gauw kijken, ' riep hij. 'Schapen van glas!' Het is echt of ze helemaal van glas zijn. Je hebt een eens zo dik schaap van druppels. Maar even. En onze papa zei: 'Waarom heeft die lieve jonge dichter geen loflied geschreven op een schaap van regendruppels.' Toen moesten we allemaal lachen.

Weten jullie waarom kippen eieren leggen? Als ze ze gooien breken ze.

(wordt vervolgd)