Voorstellen uit Brussel radicaal en kosmetisch

ROTTERDAM, 5 okt. Radicaal en kosmetisch. Het voorstel van de Europese Commissie om de landbouwsubsidies met dertig procent te verlagen lijkt veel dramatischer dan het in werkelijkheid is. EG-commissaris Frans Andriessen is in grote lijnen voor zijn Ierse landbouw-collega MacSharry gezwicht. En de Europese boer, hij ploegt voort.

MacSharry wil de landbouwsubsidies in tien jaar tijd, tussen 1986 en 1996, met dertig procent verminderen. Dat is weliswaar aanzienlijk minder dan de zeventig procent die de VS in het kader van de landbouw-onderhandelingen binnen de Gatt (de wereldhandelsorganisatie) hebben geeist, maar lijkt toch een aanzienlijke stap in de richting van een actievere agrarische markt. Althans, op het eerste gezicht.

Want de Europese landbouwsteun is de afgelopen jaren al aanzienlijk gedaald: tussen 1986 en 1989 ging de steun omlaag van 63,4 miljard Ecu's naar 52,8 miljard Ecu's, een daling met 17 procent. Uitgedrukt als percentage van de agrarische produktiewaarde daalde de EG-steun van 50 naar 43 procent. Een en ander blijkt uit cijfers die de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (Oeso) in Parijs onlangs heeft berekend.

Interessant is dat de landbouwsteun die door de Amerikaanse overheid werd verstrekt ongeveer even sterk is gedaald, maar wel op een lager niveau ligt. Washington, dat zich graag opwerpt als de kampioen van de agrarische vrijhandel, verstrekte in 1986 44,7 miljard dollar agrarische steun, en in 1989 39,3 miljard, een daling met 12 procent. Uitgedrukt als percentage van de agrarische produktiewaarde daalde de Amerikaanse steun van 42 naar 35 procent.

De daling van het steunniveau werd mogelijk gemaakt door de prijsontwikkelingen op de agrarische wereldmarkt en kan wat betreft de EG dus nauwelijks op het conto van meneer Mac Sharry worden geschreven. Blijkbaar hoopt de Ierse EG-commissaris nu dat die marktontwikkelingen de komende jaren zullen doorzetten. Het zij hem, en de EG-consument, gegund, maar van een duidelijke verstrakking van het EG-landbouwbeleid is onder deze omstandigheden natuurlijk geen sprake.

Overigens past ook de Amerikanen enige bescheidenheid. De Amerikaanse onderhandelaars in Geneve, waar onder leiding van de Nederlander ir. A. de Zeeuw in Gatt-verband wordt onderhandeld, spreken namens de Republikeinse regering. De besluitvorming over de nationale landbouwpolitiek is echter vooral een zaak van de Democraten - immers, zij beheersen het Congres. De Democraten leren buitenlandse boeren graag de les, maar beschermen de eigen boeren volgaarne met exportsubsidies en invoerbeperkingen.