Ter elfder ure getrouwd met een engel

Casanova's laatste geliefde is een vrouw die als een godsgeschenk uit de hemel neerdaalt. De bliksem heeft haar gezonden. Dat doet vurigheid vermoeden, maar de schone slaapt de slaap van Doornroosje. Zij komt uit de hoogte, Casanova zelf uit de diepte van het theater. Bepoederd, steunend op zijn wandelstok, met stofwolken om zich heen, maakt hij zijn entree. Een minnaar uit vroeger tijden, op gezag van regisseur en tekstschrijver Eric de Volder teruggekeerd uit de oude doos.

Er schuilt ongehoord veel symboliek in de voorstelling Casanova door De Tijd op de grens van overdaad. De acteurs moeten moeizaam het evenwicht bewaren op de smalle houten planken die de vloer beslaan. Zo staan ze ook in het leven: voortdurend op de grens van vallen. Casanova's vriend en lotgenoot Frantisek (Bob de Moor) wurgt in de eerste scene de hond van de meester. Het dier blijft als een keihard symbool op het toneel liggen. Aan het slot ontfermt de roemruchte minnaar Casanova zich over het arme dier, terwijl zijn jonge, eeuwig slapende bruid koud en alleen op een planken bed ligt.

Zo, tussen dood en slaap, is deze voorstelling ingeklemd. Casanova, mentaal ziek en lichamelijk een wrak (syfilis), kan slechts met ogen vol schittering en smalle lippen van verfijnde wellust, terugdenken aan zijn jaren van genot. Nu is hij een opgejaagd man, beroofd van al zijn vermogens. Na de geringste inspanning bloedneust hij. Ik geloof niet dat deze voorstelling Casanova en alle beelden die wij van hem hebben ontmythologiseert, zo'n inzet is al te gemakkelijk. Wie gelooft dat ongeneeslijke vrouwenliefhebbers de eeuwigheid in pacht hebben, moet maar eens bij het leven zelf te rade gaan.

De voorstelling verdraagt het niet op haar pure mededeling beschouwd te worden. Daartoe zijn de motieven van dood en liefde te nadrukkelijk, te toneelmatig aanwezig. Er is geen enkele reden Casanova op het spijkerbed van het moralisme te leggen. Wel schuilt in zijn persoon de tragiek van gefnuikte euforie: zijn leven is voorbij, hij is ter elfder ure getrouwd met een engel.

Op behoedzame wijze is de voorstelling historisch vormgegeven en belicht alsof de toeschouwer te gast is op de zolderverdieping van een oud kasteel, waar het verleden nooit sterft. Het craquele van de tijd ligt over elke scene. Lucas Vandervost in de titelrol bouwt zijn personage op uit een eindeloze reeks van gebaren, gezichtsuitdrukkingen, glimlachjes, sluikse blikken. Hij is de dichter van de minimale expressie, waarmee hij tegelijk heel het scala van tegenstrijdige gevoelens van chevalier Casanova uitbeeldt.

Liefde slaat altijd om in pijn: zo'n overgang weet hij te suggereren door een sombere trek om de mond te laten spelen en glans in zijn ogen te brengen. Zijn stijl herinnerde me aan Julien Schoenaerts in de Apologie van Socrates. Dezelfde precisie gecombineerd met een languissante en bijna tedere behandeling van de tekst. Het spel is volkomen naturel en vanzelfsprekend, elk woord en elke gedachte ontstaan op het moment dat wij, de toeschouwers, toekijken. Zo krijgt toneelspelen de kwaliteit die het altijd behoort te hebben: de verrukking van het moment.