Suikerwater

'Kopje thee?' vroeg het dienstmeisje van baron Kandij tot Soetekaauw en schonk maar al vast in. 'Vandaag maar drie klontjes', kraakte de ballonvormige baron, 'ik moet nu toch werkelijk eens iets aan de lijn doen.' Het dienstmeisje schrok: ze had de thee opgegoten in een kopje waarin de gebruikelijke zes klontjes hadden gelegen. De baron had een vreselijke hekel aan verspilling. Wat nu te doen?

Vandaag gaan we zelf suikerkristallen terugwinnen uit een kopje zoet water. We hebben nodig: water, een kopje kristalsuiker, een pollepel, een kopje, een steelpannetje, een fornuis, een paar ondiepe schoteltjes, een potlood, een gewichtje aan een touwtje, als je dat hebt, een vergrootglas.

Giet een half kopje water in de steelpan, voeg een lepel suiker toe en roer totdat alle suiker is opgelost. Voeg nog een lepel suiker toe en roer weer totdat ook die is opgelost. Herhaal dit net zo lang totdat de suiker ook na roeren niet meer oplost. Verwarm het pannetje dan een paar minuten op een laag pitje en voeg opnieuw lepels suiker aan de nu hete oplossing toe. Je zult zien dat de suiker nu wel gemakkelijk oplost. Gooi nu alle suiker uit het kopje in de steelpan en breng die onder roeren aan de kook. De oplossing is nu een beetje stroperig, maar wel helder.

Giet de hete suikeroplossing uit over de ondiepe schoteltjes en kijk met je vergrootglas wat er gebeurt. Er verschijnen weer suikerkristallen uit de oplossing, omdat deze snel afkoelt.

Je hebt gezien, dat je in een half kopje water wel een heel kopje suiker kunt oplossen. Maar daarvoor moest je wel de temperatuur verhogen. Bij gewone (kamer)temperatuur losten er op zeker moment geen suikerkristallen meer in het water op. De oplossing was toen verzadigd. Maar toen je het pannetje verhitte, bleken er opeens nog een heleboel kristallen bij te kunnen. Kennelijk is een koude oplossing gauwer verzadigd dan een warme.

Toen je de warme oplossing af liet koelen, kon de suiker niet langer in oplossing blijven. De oplossing raakte oververzadigd. Een oververzadigde oplossing is heel onstabiel en bij de minste geringste verstoring zal de opgeloste stof (suiker dus in ons geval) uitkristalliseren.

In de proef ging het afkoelen en het kristalliseren heel langzaam en kreeg je maar hele kleine kristallen. Je kunt ook grotere kristallen maken. Dat doe je door een oververzadigde oplossing langzaam af te laten koelen in een doorzichtig glas. Hang in het glas een touwtje met een gewichtje eraan (bijvoorbeeld vanaf een potlood) en zet het glas weg. In de loop van dagen zul je zien dat vanaf het touwtje suikerkristallen gaan groeien die veel groter zijn dan de kristalsuiker die je oorspronkelijk in het water hebt opgelost.