Speelgoedbeesten op tournee; Biografie van A. A. Milne

Op zijn vierentwintigste, in 1906, werd A. A. Milne adjunct-hoofdredacteur van Punch, met een meer dan aardig inkomen en een verzekerde status op feesten en ontvangsten. Hij had aan de universiteit al naam gemaakt als innemende jonge schrijver; nu was hij gearriveerd.

Zijn werk aan Punch werd na acht jaar onderbroken door de Eerste Wereldoorlog, en toen hij zich in 1919 weer aanmeldde ging het niet prettig meer en hij nam ontslag. Het was even een schrik dat hij nu zonder salaris moest rondkomen en zijn vrouw vond het ook jammer van de status, maar nog in hetzelfde jaar begon zijn toneelstuk Mr Pim Passes By aan een reeks van 246 voorstellingen. Al werd niet alles wat hij vervolgens schreef even hartelijk ontvangen, als toneelschrijver en romancier bleek hij zich voorlopig te kunnen redden; en kort nadat een stuk met de titel Success nu juist mislukt was nam hij de schrijversgedaante aan waarin wij hem allemaal kennen.

In 1924 verschenen de kinderversjes onder de titel When We Were Very Young. In de volgende vier jaar publiceerde Milne nog zo'n bundel en zijn vier boeken over Winnie-the-Pooh. Daarna kende iedereen hem als de auteur van dat werk, en de mensen zeiden er stukken van op uit hun hoofd, zoals ook nu nog, vijfendertig jaar na zijn dood. James James/ Morrison Morrison/ Weatherby George Dupree/ Took great care of his mother/ Though he was only three, en I think if I were king of Greece, I'd rush things off the mantelpiece; en Eeyore en Piglet en Kanga... De speelgoedbeesten van zoon Christopher, geboren in 1920, werden in 1947 op tournee in Amerika gestuurd en kunnen daar nog steeds bezichtigd worden in de openbare bibliotheek van New York. Toen Milne in 1956 stierf waren er van zijn vier kinderboeken zowat zeven miljoen exemplaren verkocht; nu zullen het er alweer miljoenen meer zijn.

Hij heeft als een beroemde welgestelde man maar onvoldaan zijn laatste dertig jaar doorleefd. Hij vond dat hij de wereld meer te bieden had dan kindervertellingen, en dat daar te weinig nota van genomen werd. Niet dat zijn andere werk onopgemerkt bleef. Als hij minder verwend was geweest door Pooh had hij tevredenheid kunnen voelen over de ontvangst van zijn pacifistische pleidooi Peace with Honour in 1934 en van zijn autobiografie It's Too Late Now in 1939. In 1946 werden van de roman die zijn laatste zou blijven, Chloe Marr, binnen zes maanden 46.000 exemplaren verkocht.

In 1952 werd hij geprezen voor zijn ideeen over van alles in Year In, Year Out maar toen had hij weinig tijd meer om tevreden te zijn: in oktober van dat jaar kreeg hij een beroerte waardoor hij gedeeltelijk verlamd bleef.

Bijkomstigheid

Milne kon moeilijk klagen over de hoeveelheid belangstelling die dat werk in zijn tijd (hoewel niet veel langer) ondervond, maar hij had anders bekeken willen worden. In dat opzicht was hij niet ongewoon. Veel mensen kennen het gevoel dat zij meer gewaardeerd worden om een paar bijkomstigheden of grappigheden dan om hun moeizaam verworven ware verdiensten. Wel wordt het een bijzonder geval als de grappigheden een omvang aannemen van zeven miljoen exemplaren. Milne zou gezien kunnen worden als de kampioen en schutspatroon van alle verkeerd gewaardeerden.

Hij had er een tweede grief bij: dat zijn enige zoon, de Christopher Robin van de kinderboeken, op den duur afstand van hem nam en niet meer wilde horen over Pooh en Weatherby George Dupree. Zover kwam het pas tegen het eind van de oorlog, toen die jongen vierentwintig was en zijn eerste verliefdheid beleefde. Vader en zoon waren daarvoor steeds de beste vriendjes geweest, met uitsluiting van moeder. Ook in dat opzicht had Milne weinig te klagen, al deed de afkoeling van de verhouding zich des te sterker voelen na de lange intimiteit; maar hij had kunnen begrijpen dat Christopher zich met kracht moest bevrijden uit de rol van het leuke jongetje in de kinderboeken.

Met meer of minder objectief recht, hij voelde zich tekortgedaan. De lezer van Ann Thwaite's biografie kan het zich enigszins voorstellen, maar zelden in detail. Dicht bij Milne komen wij niet, en misschien was dat onmogelijk. Wij horen weinig over nauwe relaties van hem, zoals met zijn vrouw. Zij was geen mens met een talent voor intimiteit, en zij sliep in haar eigen kamer; maar zij was vaak aanwezig, en toch krijgen wij geen indruk van hoe het echtpaar met elkaar omging. En had zij een verhouding met Elmer Rice, de Amerikaanse toneelschrijver, toen zij in de jaren dertig enkele malen in haar eentje naar New York ging; en had A. A. intussen een verhouding met de actrice Leonora Corbett? Het laatste zal wel, in aanmerking genomen dat die van haar carriere zei: 'No one can acuse me of having got here by my acting' ; maar het blijft onzeker. Doet het er iets toe? Jawel, want het zou de enige keer van zijn leven zijn, voor zover ik kan zien, dat Milne opgewonden was over een vrouw. Of hadden zij wel een verhouding maar zonder opwinding?

Lang en blond

Wij leren Milne door Ann Thwaite niet van nabij kennen maar ongeveer alsof wij ook in Sussex gewoond hadden in de buurt van Ashdown Forest, wat de achtergrond was van de Pooh-boeken. Daar zouden wij hem hebben zien wandelen, een lange blonde man met een pijp en zijn zoontje aan de hand; wij hadden wel eens met hem gepraat, en waren hem op een paar feestjes tegengekomen waar hij zwijgzaam was, en wij wisten dat hij graag golf speelde. Er ging soms nogal wat in hem om waarschijnlijk, en hij had een verbazend talent om licht proza en onvergetelijke lichte versjes te schrijven; maar wat hij beleefde als er iets bijzonders gebeurde, daar zijn wij nooit achter gekomen.

Zei deze man wiens geschriften het meest geprezen werden om hun amusantheid wel eens iets amusants in het gesprek? Dat is dan verloren gegaan. Een van zijn weinige gedenkwaardige uitspraken komt uit een voorwoord voor jonge lezers: er zijn drie manieren waarop een schrijver dingen van mensen weet, 'by remembering, by noticing, and by imagining.' Dat is echt voorbeeldig. Iedereen had het kunnen schrijven, maar haast niemand heeft het gedaan.

Als wij hem ooit tegengekomen waren, hadden wij de tact moeten hebben om uit te roepen, 'Meneer Milne! de schrijver van ... ' en dan een titel van een van zijn niet-kinderboeken invullen. Dan hadden wij een poosje genoeglijk met hem kunnen staan praten. Of hij iets gezegd zou hebben dat de herinneringen aan Winnie-the-Pooh en Christopher Robin overstemde, kan ik uit de biografie niet opmaken.