Slordigheden in dagvaardingen aan verdachte directeuren; Schouwburg-zaak was 'moerassig'

DEN HAAG, 5 okt. 'Ordinaire zakkenvullerij op kosten van de gemeente.' Zo omschreef de Haagse officier van justitie mr. J. van Ek gisteren de financiele handelingen van de 48-jarige J. K. als adjunct-directeur van de Leidse schouwburg.

Wegens valsheid in geschrifte en verduistering van tienduizend gulden eiste de officier tegen K. een gevangenisstraf van acht maanden, waarvan drie voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tegen K.'s chef, de voormalige directeur F. B. (53), eiste hij wegens vervalste declaraties en het 'zwart' betalen van een artieste twee maanden voorwaardelijk en een boete van vijfduizend gulden.

Volgens de officier gaat het om 'een moerassige affaire'. De financiele administratie van de schouwburg was een chaos, maar ook de dagvaardingen aan de twee directeuren ontkwamen niet aan slordigheden. Een punt dat K. ten laste was gelegd, was zo onduidelijk omschreven dat de officier het moest schrappen omdat de rechtbank er niets van begreep. In de dagvaarding van B. waren voornamen verkeerd gespeld en een verkeerde geboorteplaats genoemd.

Aanleiding om een onderzoek in te stellen naar de financien van de schouwburg was begin dit jaar een tekort van 132.000 gulden, dat niet was terug te vinden in de boeken. Op verdenking van verduistering werd de adjunct-directeur aangehouden, maar die beschuldiging is inmiddels ingetrokken. Wel stuitte de politie op andere onregelmatigheden. De gemeente ontsloeg daarop de adjunct-directeur, maar moest het ontslag opschorten toen K. daartegen in beroep ging.

Ex-directeur F. B. heeft toegegeven dat hij voor tweeduizend gulden etentjes met zijn gezin heeft gedeclareerd als zakelijke onkosten. Volgens zijn raadsman, mr. L. Ph. J. baron van Utenhove, meende B. daar recht op te hebben als hij 's avonds moest overwerken. De directeur wilde ontkomen aan de 'parafen-cultuur', aldus de raadsman. Overigens heeft hij het geld terugbetaald. Hij werd 'voorwaardelijk' ontslagen en heeft inmiddels een andere baan.

Dat de gemeente Leiden tekort schoot in haar controlerende taak, verklaarde de officier als volgt: 'De schouwburg was op sterven na dood. B. werd als artistiek heelmeester in huis gehaald die samen met K. moest reanimeren. De gemeente zat zo gefascineerd naar dat reanimeren te kijken, dat ze de financiele controle vergat.' De schouwburg kwam tot bloei, maar het budget werd steeds verder overschreden. Dat leidde tot het aftreden van de Leidse wethouder van cultuur, die op de hoogte was van de financiele strubbelingen, maar verzuimde de gemeenteraad daarover te informeren.

Adjunct-directeur K. ontkent dat hij schuldig is aan verduistering of valsheid in geschrifte. De tienduizend gulden die hij zich zou hebben toegeeigend, had hij zelf eerst voorgeschoten voor een volksdansfestival, omdat toegezegde subsidies lang op zich lieten wachten.

De valsheid in geschrifte betreft volgens de dagvaarding onder meer een recettestaat. Over de voorstelling van 4 januari was daarop aan inkomsten vierhonderd gulden minder ingevuld dan in werkelijkheid was binnengekomen. Volgens zijn raadsman, mr. M. A. Visser, was ook dat geld gebruikt om voorgeschoten bedragen te compenseren.

K. wordt verder verweten dat hij in 1985 en 1986 declaraties voor overwerk heeft ingediend die hijzelf had ondertekend. Hij moest dat wel, zei hij gisteren, omdat zijn directeur zich niet met de administratie wenste te bemoeien. 'Oude koeien', aldus zijn raadsman, mr. M. A. Visser. De kwestie is destijds intern afgehandeld in overleg met de directeur en met ambtenaren van de gemeente. Dat de overuren waren gemaakt, stond niet ter discussie, wel of het noodzakelijk was dat er werd overgewerkt.

Van het 'zwart' betalen van 650 gulden aan een artieste was volgens de raadsman geen sprake geweest. Het ging om een vergoeding van onkosten voor een kortstondig optreden voor pers en sponsors, die correct was geboekt onder het hoofdstuk publiciteit.

De officier van justitie zag hierin een co-produktie van de beide directeuren. Adjunct-directeur K. verklaarde echter dat B. het initiatief had genomen en de artieste de keus gelaten tussen 'duizend gulden wit of 650 zwart'.