Op de Pieter Florisz heerst rustgevende opgewektheid

A/B PIETER FLORISZ, 5 okt. Met veel kracht stijgen de Lynx-helikopters in de vochtige tropenlucht op vanaf het achterdek. De piloten maken een wijde bocht, over het commandoschip Witte de With en dan hoog in noordelijke richting. Ze gaan deze middag tot op 50 mijl van het schip op verkenning. Via de boordradio melden zij de namen van de koopvaardijschepen die zij tegenkomen. Op het fregat Pieter Florisz worden bestemming en route nagekeken. Is de koers van het koopvaardijschip aannemelijk dan wordt verder geen actie ondernomen.

Na een klein uur komen de helikopters terug. Ze kunnen niet al te lang in de lucht blijven door de hitte en de hoge vochtigheidsgraad. De piloten zijn druipnat van het zweet. De zon schijnt hard door de koepels van de helikopters. 'Er zijn geen onregelmatigheden. Langzamerhand leren wij onze klanten kennen', zegt commandant Lub Nieuwenhuis. 'Wij krijgen van andere marineschepen gegevens over de routes van de koopvaardijschepen in de Golf en in de Golf van Oman en Straat van Hormuz. Zo kunnen we nagaan of de bestemming klopt. Hebben we twijfels dan doen we navraag. Zijn we dan nog onzeker dan gaan we aan boord.'

Tot nu toe is slechts een keer een team van de Pieter Florisz met een helikopter aan boord gegaan van een schip. De kapitein van het Indiase passagiersschip was heel voorkomend, de Nederlandse marinemensen gewapend met pistolen en Uzis waren ook uiterst correct geweest. 'We hebben ze meteen een schildje van de Pieter Florisz gegeven. Dat brak het ijs. We mochten alles doorzoeken, maar vonden niets verdachts', aldus Nieuwenhuis.

De marines van de landen van de Westeuropese Unie (WEU) hebben te zamen met de Amerikanen nu 1801 schepen naar lading en bestemming gevraagd in het Golf-gebied voor controle op het VN-handelsembargo tegen Irak; 179 schepen werden doorzocht, meestal in de Golf van Aqaba en bij vijf schepen werden schoten voor de boeg gegeven. Het scheepvaartverkeer naar de Golf is teruggelopen van 90 a 100 schepen per dag door de Straat van Hormuz naar 60 doortochten per dag op dit moment.

De bemanning van de Pieter Florisz is op oorlogswacht. De helft van de 200 opvarenden rust uit, de andere helft heeft dienst. Vijf uur op, zeven uur af, zeven uur op, vijf uur af. Dat is het beste voor het bioritme volgens de dokter aan boord. 'De voortdurende staat van paraatheid', zegt matroos Sander Schouten, 'wakkert wel de verveling aan. De wapens staan in gereedheidsstand 1 en dan mag je er niet aankomen. Je kan hooguit wat met knopjes binnenin spelen en je zoekt je rot naar zinnig onderhoud. Je krijgt tweeeneenhalve minuut de tijd om op je post te zijn in geval van nood, dus heb je tijd voor andere dingen, maar die moet je vaak wel zelf steeds verzinnen.'

Marcel van Scharrenburg is een van de twee dienstplichtigen op de Pieter Florisz. Hij geeft toe even te hebben nagedacht of hij wel naar de Golf zou gaan. Maar hij noemt het een uitdaging en ondanks het feit dat het in de wasserij erg warm is doet hij zijn werk met plezier. Hij en de andere dienstplichtige, Gerard van der Ven, zijn het niet eens met de maatregel dat ze als dienstplichtigen die vrijwillig naar de Golf zijn vertrokken geen buitenlandtoelage krijgen. Dat scheelt soms de helft met beroepsmatrozen. Tweeduizend gulden per maand halen ze net niet, terwijl het passagieren duur is en de belangstelling voor Japanse elektronika aan de wal ook bij hen groot is.

Echt klagen doen ze niet. Overal heerst een rustgevende opgewektheid. Er zit een kansje in dat de twee Nederlandse fregatten begin november nog een reisje naar de Seychellen maken om eind november naar Den Helder terug te keren.

Minister Ter Beek mag dan op de kade vanochtend in het harde zonlicht wel gezegd hebben dat het vaderland achter de bemanningen staat en dat er in Nederland veel waardering is voor hun inzet, Marcel van Scharrenburg begrijpt niet waarom hun familie, die ze regelmatig kunnen opbellen, zonerveus is over deze hele zaak.

Een goed deel van de telefoontjes gebruiken de matrozen om hun vriendinnen, vrienden en ouders gerust te stellen. Ze oefenen hier dan wel in dikke pakken tegen chemische oorlogvoering, maar de commandant heeft zelf gezegd dat de luchtdreiging tot nog toe gering is en op zee chemische wapens minder effectief zijn. De vlootaalmoezenier en de dokter schrijven om de andere dag een brief naar het thuisfront over het wel en wee aan boord en de dreiging waarmee de opvarenden te maken kunnen krijgen. Aalmoezenier Bert van Horssen: 'Aan paniek vanuit Nederland hebben we hier niet zoveel. Wij hebben alleen te maken met de toestand in dit deel van de Golf. Tot nu toe valt die mee. Daarom zijn de mannelijke en vrouwelijke opvarenden ook niet snel uit hun doen. In de hitte van soms 50 graden valt het werk zwaar en moeten taken met meer precisie worden uitgevoerd. Maar dit is ook waarvoor je hebt geleerd tenslotte.'

Een eind varen uit de haven van Dubai komt een Italiaans bevoorradingsschip als symbool van resolute Westeuropese eensgezindheid langszij om olie af te leveren. De Italiaan blijft in het midden liggen, de Witte de With en de Pieter Florisz komen aan stuur- en bakboord langszij. Straks zal de het Nederlandse bevoorradingsschip Zuiderkruis die taak overnemen en ook schepen van andere landen van de Westeuropese Unie van olie en brandstof voor helikopters voorzien.

Met gevaar voor terroristische aanslagen vanaf vissersboten wordt rekening gehouden, maar Nederland mag uitsluitend uit zelfverdediging handelen. Daar zit een zekere dualiteit in, zegt de commandant van de taakgroep, kapitein ter zee A. van Gurp. Je doet mee aan een vredesoperatie, maar je moet ook gereed zijn voor een verrassingsaanval van de Iraakse luchtmacht en op acties van terroristen. Zelfverdediging bij terrorisme is toch al een lastig begrip. Maar volgende week worden er voor de Westeuropese marines in het Golf-gebied al weer nieuwe regels opgesteld. Ook schepen van andere Westerse landen die in moeilijkheden kunnen komen krijgen dan bijstand van de WEU-schepen. Van Gurp is groot voorstander van duidelijkheid: 'Nu de wapens zo geavanceerd zijn, krijgt een schip niet vlug een tweede kans.'