Nationalisme heeft afgedaan, Duitsland buren kunnen rustigslpaen

De viering van de Duitse eenheid is iedereen buitengewoon meegevallen. Wie 's nachts in Berlijn op straat stond, kon zich voorstellen dat het oudejaarsavond was, zo wars leek de miljoenkoppige menigte van nationalistische uitroepen, symbolen en dergelijke. Op Unter den Linden, waar ik me op het 'moment supreme' bevond, openden mensen om middernacht flessen champagne, kusten elkaar en keken daarna meestal zwijgend naar het vuurwerk verzonken in hun eigen gedachten. Het was bijvoorbeeld niet te vergelijken met het vlagvertoon en Duitsland-geroep nadat de Bondsrepubliek deze zomer het wereldkampioenschap voetballen had gewonnen.

Vanwaar deze ingetogenheid? Misschien was in Berlijn het nationale enthousiasme al opgebruikt, na alle emotionele scenes bij de Wende in oktober, de opening van de muur, het nieuwjaarsfeest bij de Brandenburger Tor. Misschien zijn de Duitsers moe van al die 'historische ogenblikken' en toespraken van de laatste maanden. Misschien zijn ze, aan de oostkant, te bang voor de economische toekomst om zich nog helemaal te laten gaan in vreugde om Duitsland.

Dat is allemaal mogelijk, maar het verklaart niet waarom dan toch miljoenen zich in het holst van de nacht op straat begaven om het moment van de Duitse eenheid gemeenschappelijk te beleven. De vreugde was er wel maar nam andere vormen aan dan verwacht. De verstikte stem, de aanbidding van het nationale symbool ontbraken.

Nationalisme

Meer nog dan al die bedachtzame, voorzichtige toespraken waarop Duitse politici ons de afgelopen dagen hebben onthaald, is de terughoudende vreugde in Duitsland behalve een geruststelling voor bijvoorbeeld Nederlanders een nieuw bewijs voor de achterhaaldheid van het nationalisme als motor achter economische- of anderssoortige ontwikkeling. De president van de Bondsrepubliek stelde terecht vast: de dingen die ertoe doen economie, communicatie, wetenschap die gedijen niet meer nationaal, maar behoeven een breder kader.

Dat was anders in de tweede helft van de vorige eeuw, toen de meeste nationale ideeen ontstonden. Nationalisten hebben altijd de neiging te zeggen dat de natie zijn karakter 'hervindt', maar in werkelijkheid gaat het bijna altijd om geheel nieuwe mythen. Dat zie je nu ook weer in de DDR: niet de Duitse identiteit, maar de Bondsrepublikeinse waarden worden de ex-DDR-burgers aanbevolen, zonder dat iemand nu precies kan zeggen wat die zijn. Ook dat hoort zo: nationale identiteit heeft als mythisch begrip een steeds andere inhoud. En vluchtig is 'de natie' ook: twee maanden geleden vonden veel Oostduitsers nog dat zij in het verenigde Duitsland de DDR-identiteit moesten 'inbrengen'. Nu hoor je dat nauwelijks meer, omdat niemand al meer precies weet, wat dat is: DDR-identiteit.

Nationalisme heeft in Nederland, althans sinds de oorlog, een slechte naam. Ik kan mij nog goed herinneren hoezeer de Franse generaal De Gaulle in de jaren zestig door Nederlandse cartoonisten met toewijding belachelijk werd gemaakt. Achterlijk vond men dat gedoe met de Franse natie. Maar nu, twintig jaar later, bestaat vrijwel algehele consensus over het welslagen van De Gaulles poging Frankrijk te moderniseren en de Franse republiek te ontdoen van haar omstreden karakter in de ogen van katholieken en conservatieven in de Franse samenleving. De trilling in de Gaulles stem bij de woorden La France is kennelijk toch ergens goed voor geweest.

In onze tijd is het nationalisme in Europa vooral een ideologisch instrument van de verliezers in de geschiedenis. De Russen hopen het te gebruiken als een middel tot economisch en sociaal herstel, en een heleboel andere volken Esten, Letten, Litouwers, Sloveniers, Albanezen, Kroaten, Slovaken et cetera zien het nationalisme als een geeigend instrument zich te ontdoen van een van buiten hun maatschappijen opgelegd politiek dwangsysteem. Een zekere agressiviteit tegen degenen die worden geacht de nationale mystiek niet te delen, ontbreekt daarbij niet Russische joden, Roemeense Hongaren en zigeuners kunnen daarvan meepraten.

Bevrijdingsideologie

Het nationalisme is nu vooral een bevrijdingsideologie, wat dat betreft is de situatie in Oost-Europa op dit moment dezelfde als eind negentiende eeuw. Maar het negentiende eeuwse nationaal optimisme de gedachte dat door de 'wederopstanding' van de natie handel en nijverheid, de economie kortom tot bloei zullen geraken lijkt zijn langste tijd gehad te hebben. In Polen heeft het nationalisme na 1980 de vrije teugel gekregen, een economisch reveil is tot nu toe uitgebleven.

Voor de bevolking van Oost-Duitsland is dat een onaangename gedachte: het Westduitse grootkapitaal heeft al laten weten de toekomstigste Europese markt van de twaalf een veel belangrijker speerpunt voor kapitaalexpansie te vinden dan de voormalige DDR. Voor Nederland is dat een geruststellende gedachte: als nationalisme, laat staan agressief nationalisme, alleen nog maar de zaak van de verliezers en zwakken in Europa is, dan kunnen we met een blik op de oostgrens, die trouwens hoe dan ook aan de verdwijnende hand is, na de ingetogen viering van de Duitse eenheid nu met recht rustig slapen.