LS over boeken en schrijvers

Bundeltje Rawie

Bij uitgeverij Philip Elchers in Groningen verscheen het miniatuurboekje Sonnetten van Jean Pierre Rawie. De afmeting van het werkje is 4,5(x)6,4 cm. Het prachtig uitziende boekje is geheel op schaal aan niets is te zien dat de afmeting concessies vroeg van de makers. Het kleinood is handgebonden, wat kaboutervingertjes of engelengeduld moet hebben gevergd. Het boekje opent met 'Interieur', een sonnet dat in beperkte oplage als Nieuwjaarsgeschenk bij Bert Bakker is verschenen. De bundel bevat zes sonnetten van Rawie en daarnaast twee sonnetten van respectievelijk Mihai Eminescu (1850-1889) en Gabriel Bocangel (1603-1658), die door Rawie zijn vertaald. Vooral het gedicht van Bocangel is opvallend omdat hij de vergankelijkheid van het leven en de enige zekerheid daarbij, de dood, zonder enige inmenging van een Opperwezen beschrijft.

Sonnetten is de eerste uitgave in de Micro Reeks, een serie miniatuur-boekjes van Philip Elchers, uitgeverij van hedendaagse kunst-in-boekvorm. De toekomstige uitgaven zullen literair, beeldend, journalistiek en wetenschappelijk werk bevatten. De uitgave Sonnetten kost fl.24,50 (excl. porti) of fl.45,- voor gesigneerde en genummerde exemplaren, en is telefonisch te bestellen bij de uitgever: 050/730482.

Marugg

wanneer nachtstenen vallen op het

dak

moordenaarsstemmen klimmen

langs kozijnen

pas hoorbaar aan deuren wordt

gemorreld

angstkoost mijn dronken mannenhand

het verzonnen dunne lijfje

van de zoon aan mijn zijde:

ik stort mijn zaad in het donker uit

de morgen loeit weer aan

en is nog minder te vertrouwen

In de dichtbundel De morgen loeit weer aan (Uitg. Verzameld Werk, Nijmegen, Prijs fl.29,50. Tel. 080/221639) van Tip Marugg staan zes mooie gedichten, waarvan er vijf eerder in Tirade verschenen. Ze gaan over pedofiele gevoelens van een ik-figuur die deze projecteert op een denkbeeldige zoon. Het zijn nachtelijke fantasieen die met drankgebruik gepaard gaan. Ze vinden hun hoogtepunt bij het opgaan van de zon maar verdwijnen weer als de zon gaat schijnen. De schrijver noteert op de eerste bladzijde: 'De titel 'De morgen loeit weer aan' voor deze zes gedichten had evengoed kunnen luiden 'Dronkemanstaal voor een zoon'.'

Opvallend in Maruggs gedichten zijn de nieuwvormingen, die we meestal toch direct begrijpen: 'voorkinderen' dat analoog is aan voorouders, 'jobsgezicht' aan jobstijding en 'angstkoost' aan liefkoost. De woorden hebben telkens betrekking op de fantasieen, alsof de dichter de gangbare woorden ontoereikend vond.

LiTTerair

Op voorstel van het Nederlands Boek- en Lectuurcentrum (NBLC) heeft Teletekst sinds kort enkele pagina's met literaire informatie, onder de titel LiTTerair. Het zijn de pagina's 405 (8 schermen informatie) en 406 (citaten), waarvoor vier mensen van het NBLC in samenwerking met het Centrum voor de Studie van de Vlaamse Cultuur (CSVC) de teksten leveren. De service wordt betaald door de Nederlandse Taalunie, die er ongeveer 50.000 gulden in heeft gestoken. Bij de BRT is LiTTerair op de pagina's 683 en 684 te zien. Het is een experiment dat een jaar duurt.

Dick Welsink, werkzaam bij het NBLC, licht toe dat pagina 405 het nieuws brengt en pagina 406 een citaat van de schrijver. De teksten worden een week voor de dag van uitzending ingeleverd. Alleen onverwacht nieuws, zoals vorige week de dood van Alberto Moravia, kan nog iets veranderen aan de samenstelling van de pagina's. Onderwerpen van de afgelopen tijd waren het 75-jarig bestaan van uitgeverij Querido, een tentoonstelling van Constantin Guys in Vlissingen en een portret van de Ierse schrijver John McGahern die genomineerd is voor de Bookerprize: 'McGahern schuwt grote thema's echter niet. Beschouwingen rond leven en dood en de vaak benauwende invloed van kerk en familie op het leven van het individu spelen vaak een belangrijke rol in zijn romans en verhalen.' Geldt dat niet voor bijna alle literatuur? De meeste teksten mogen behalve minder clichematig ook wel wat spannender. Op zaterdagen en zondagen zijn er geen nieuwe pagina's maar worden de 35 a 40 pagina's van de voorgaande week herhaald. Vandaag is het onderwerp Het Andere Boek, een Antwerpse manifestatie waar onder meer Nederlandse en Vlaamse schrijvers optreden.

Gerezen wit

Als iemand de herkomst en betekenis weet van het aftelrijmpje 'On don drie/ katte limmesie/ limmesie limmesoe/ ale pale sentemoe/ sentemoe de tabrie/ tabrie de kolibrie/ on don drie', wil die persoon zich dan direct melden bij Reinold Kuipers? In zijn boek Gerezen wit. Notities bij boekvormelijks en zo vertelt hij aanstekelijk over de zoektocht naar het rijmpje dat hij van zijn moeder leerde. In de bundel, een verzameling columns die Kuipers eerder in Het oog in 't Zeil publiceerde, komen onnoemelijk veel onderwerpen uit het boekenvak ter sprake. Kuipers' rijke ervaring als typograaf en uitgever van De Arbeiderspers en Querido heeft voor een deel zijn weg in deze interessante stukjes gevonden. De achterflap meldt dat de anekdotische tekstjes 'per se niet als een vorm van memoires' moeten worden gezien. Hoe dan? En waarom eigenlijk niet? Bij het te boek stellen van zijn herinneringen moet Kuipers zeker niet nalaten anekdotes uit Gerezen wit te herhalen.

Soms speelt de overmaat aan kennis Kuipers parten zodat de lezer te veel namen, titels en termen op zich af ziet komen. Ook zijn er herhalingen in de tekst, bijvoorbeeld over de introductie van Engelse aanhalingstekens in Nederland. Anderzijds heeft de auteur ook altijd weer terzijdes en grapjes die zijn teksten verlevendigen: zo zouden de eigenaren van de Van Houten chocoladefabrieken hun eigen chocolade nooit hebben gegeten omdat ze dachten dat het produkt slecht voor de maag was.

Het boek is sober uitgevoerd met een omslag van net iets te slap 'oorlogskarton'. Ik mis daarbij een binnenflap, die nog iets had kunnen goedmaken. De stukjes van Kuipers zijn achter elkaar in het boek gezet, met een paar willekeurig gekozen hoofdstuktitels ertussen zij dekken geen ladingen. Tweemaal heeft een hoofdstuk de titel 'Gerezen wit'. Achterin volgt dan een 'Register bij wijze van inhoud'. Een zeer merkwaardig register waar driekwart van de namen in ontbreekt alsmede de hoofdstuktitels. Het is daarentegen wel weer alfabetisch. Uitgeverij Querido antwoordde desgevraagd dat hier niets fout gegaan is: opzet en resultaat komen overeen. Dan is mijn vraag: wie is daar blij mee?

Russen

Uitgeverij G. A. van Oorschot heeft de maand oktober uitgeroepen tot de maand van de Russische Bibliotheek. Omdat alles almaar duurder wordt, is de redenering, biedt de uitgeverij een korting van 10 procent op de winkelprijs van ieder gebonden deel uit de reeks. De edities kosten nu te zamen slechts fl.1999, -. Het gaat hier om 26.460 bladzijden, zo heeft hoofdredacteur Charles B. Timmer voor ons uitgerekend, met per bladzijde bijna 400 woorden.

Ter gelegenheid van de actie is het boek Geschiedenis van de Russische literatuur van Karel van het Reve door Charles B. Timmer ooit 'een moppentrommel' genoemd maar daarom niet minder onderhoudend eenmalig verkrijgbaar voor slechts fl.24,90. Het boekje De Russen in mijn kast (prijs f. 9,90) is ook een gelegenheidsuitgave met verhalen van twaalf schrijvers over hun ervaringen met papieren Russen. De zonder uitzondering vlot geschreven bijdragen zijn afwisselend en zeer humoristisch. Opvallend is hoe diep papieren Russen in het leven kunnen ingrijpen. Toen hij nog maar net kon lezen, maakte Willem Jan Otten al kennis met de Russische literatuur op een manier die ik niemand toewens. Men leze zijn bijdrage! Zeer grappig is het stuk van Charles B. Timmer zelf die ervoor heeft geput uit talloze brieven van en naar Geert van Oorschot en collega-vertalers. Hij toont een topje van een ijsberg vol moeilijkheden waarmee de totstandkoming van de Russische Bibliotheek gepaard ging.

De Vlagtwedder

'Er is in dit land nooit een 'grensbode' verschenen, maar dat is geen reden om er niet alsnog een op te richten.' Dit schrijft Hans van Straten in zijn 'Ten geleide' bij Eerste Jaargang Nummer 1 van de Vlagtwedder grensbode. De naam is ontleend aan het verhaal 'De uitvreter' van Nescio maar omdat die het elders had over de Venloer Grensbode, had ook dat de naam van het blad kunnen worden, dunkt mij. Van de Vlagtwedder, zoals het blad al verkort wordt aangeduid, is nu ook een tweede nummer van de persen gerold, zodat de lezer zich een duidelijker beeld kan vormen van wat de redactie beoogt.

'De 'Vlagtwedder Grensbode' verschijnt af en toe en wordt gratis verspreid', melden beide nummers. De Vlagtwedder bevat gedichten en artikelen over literatuur. Zo gaat Van Straten op zoek naar erotische jeugdverzen van Geerten Gossaert, pseudoniem van prof.dr. F. C. Gerretson en zoekt hij uit wie nu eigenlijk de Arabische neef (of achterneef) van E. du Perron was. In beide nummers ook een quiz. De vraag voor deze keer luidt: 'In welk Duitstalig, onbegrijpelijk genoeg nooit in het Nederlands vertaalde boek ziet men in volgorde van opkomst deze personages verschijnen: Geert van Oorschot, Victor E. van Vriesland, H. Marsman, Menno ter Braak, J. Slauerhoff, Albert Helman... ?'