Klompenpop uit Kiev met zwoegende bas

Wat doet een goed feestorkest als er niets te vieren valt? Snel spelen, veel lachen en vooral geen pauzes laten vallen. Gemeten naar deze maatstaven leverde het uit Kiev afkomstige Kobza gisteren een heel professionele prestatie. Met evenveel bezoekers in de zaal als musici op het podium (zeven) regen de liedjes zich in een ijltempo aaneen, vijfentwintig in een uur.

Verbazingwekkender nog dan de vaart was de aard van het repertoire. De wereld wordt steeds kleiner, het is waar, maar wie had nu kunnen denken dat de 'traditionele muziek uit de Oekraine' bij vlagen sprekend zou lijken op ons Hollands 'repertoire' met zanger Nikolai Pravdivy als bijna perfecte kopie van onze eigen Chiel Montagne? Misschien komt het doordat de Oekraine ook uit laagland bestaat, maar de muziek van de met laarzen geschoeide leden van Kobza deed meer dan eens denken aan die van ons nationale volksorkest BZN: opgeklopte klompenpop met zwoegende bas.

Toch waren er ook momenten die deden vermoeden dat de Oekraine meer te bieden heeft dan 'recht op en neer'-muziek. De koorzang was goed gearrangeerd en klonk vaak heel sonoor en ook blazer Miron Bloshshycnack, de enige zonder snor, ontsteeg aan het moeras. Op panfluit klonk hij mooi mistroostig, evenals op de qua klank sterk daaraan verwante sopilka, een dubbelfluit die alleen in de Oekraine schijnt te bestaan. Dat de laatste ook uit een gordijnroe mooie muziek wist te halen maakt duidelijk waar het met Kobza heen moet: hogerop, met de voeten uit die vette klei.