Kinderboek

Rode wangen

Ruim tien jaar geleden verscheen Michael Ende's Die unendliche Geschichte, een breed uitgeschreven sprookje, waarin de auteur ten strijde trekt tegen een wereld die aan materialisme en technologie te gronde gaat. Ende's antwoord ligt in de herwaardering van de emotie en de fantasie. Het boek werd een miljoenensucces, niet alleen bij jonge lezers, maar ook onder alternatief denkende volwassenen, die in de Duitse auteur hun nieuwe goeroe zagen. Ende zelf betoogde bij elke mogelijke gelegenheid dat hij niet speciaal voor kinderen schreef, maar de volwassen literatuurkritiek wist absoluut geen raad met deze vreemde prijseend in haar bijt. Het boek moet volwassenen vooral hebben meegesleept vanwege het hartstochtelijke pleidooi voor een andere samenleving en niet vanwege de literaire vorm. De oerstrijd tussen goed en kwaad die wordt uitgevochten door een onuitputtelijke hoeveelheid mythische figuren, de messcherpe scheidingslijn tussen braverds en slechteriken en de simplistische eenduidigheid van de boodschap hebben mij nooit doen twijfelen over de vraag of Het oneindige verhaal een kinderboek is. De vierhonderd bladzijden zijn verdeeld over zesentwintig hoofdstukken, die met een kalligrafisch versierde A, B, C enz. beginnen. Pas bij het voorlezen van dit boek heb ik begrepen hoe uitgestrekt het alfabet is en hoe onbereikbaar de Z. Maar zelden ook zag ik bij de jeugdige luisteraars zulke rode wangen en stukgebeten lippen.

Onlangs verscheen De toverdrank, waarin Ende zijn 'zaak met de mensheid' nog eens dunnetjes overdoet. Zijn bezorgdheid spitst zich nu toe op het milieu. Het slechte wordt belichaamd door Demonius Dwaalspoor en zijn tante Tyranja Vampier, tovenaars van beroep. Als eigentijdse Fausten sluiten zij een pact met de duivel: in ruil voor macht en geld 'het kwaadaardigste tovermiddel' zullen zij de natuur vernietigen. Ze worden in dit streven niet dwars gezeten door een kind, maar door een komisch dierenduo, bestaande uit een rafelige, volkse raaf en een ijdel, volgevreten katertje. In de laatste zeven uur van de laatste dag van het jaar krijgen tante en neef hun laatste kans om de wereld te gronde te richten. Ze bereiden een gruwelijke en finale toverdrank voor, terwijl raaf en kater voortzwoegen in een spannende, wanhopige race tegen de tijd.

Ende is een meester in het vinden van beelden en figuren om zijn ideeen vorm te geven. Kleurrijk zijn zijn personages en fraai weet hij sfeer te scheppen, zoals met het mysterieuze gedoe, geborrel en gesis in het tovernaarslaboratorium, waar de hele lange Oudejaarsnacht een passende stormwind omheen raast. De toverdrank is aanzienlijk minder pretentieus en veelomvattend dan Het oneindige verhaal. Het verhaal gaat ook minder gebukt onder de zweverige filosofieen over tijd en ruimte, waar Ende zich aan over kan geven en wat vooral in Momo en de tijdspaarders (1973) resulteerde in onbegrijpelijke passages. Met de spannende gebeurtenissen, de kleine grappen en de afgeronde hoofdstukjes lijkt het boek ideaal om voor te lezen aan kinderen die nog zonder reserve mee kunnen deinen op satanische bakerrijmen als deze:

Klein klein duiveltje

wat doe je in mijn hof?

je rukt niet alle plantjes uit,

je plukt nog veel te grof!

Of deze:

Torentje, torentje rattekruid,

wat hangt eruit?

een knekelfluit

een knekelfluit van knoken

torentje is gebroken.

Helaas zullen de luisteraars regelmatig last hebben van moeilijke begrippen contractuele verplichtingen, hoog alcoholpromillage, myriaden, verplicht kwantum wandaden, eerste beginselen van lucratieve dierenmishandeling en van volwassen grapjes als 'doctor horroris causa' of Dwaalspoor die bij zijn orgel koraal nummer CO uit Satans Gezangenbundel aanheft. Niet speciaal voor kinderen schrijven is iets wezenlijk anders dan over de hoofden van kinderen heen schrijven.

Michael Ende: De toverdrank. Uitg. Lemniscaat. Prijs fl.28,90

    • Bregje Boonstra