In werkelijkheid was het tweemaal erger

Mijn eerste journalistentripje, precies vijfentwintig jaar geleden, voerde mij naar de toenmalige Duitse Democratische Republiek en het enige dat mij daaraan nog herinnert is het notitieblocje dat ik onlangs ergens in een stoffige ordner vond.

Tot een artikel is het nooit gekomen.

Gelukkig maar.

Het meeste was ik allang vergeten. '47/6 procent wordt geexporteerd', lees ik. Wat werd geexporteerd? Die bespottelijke Trabi's, waarschijnlijk, waarvan er een aantal voor onze ogen van de lopende band werd gerold, waarschijnlijk voor Hongarije en Roemenie of een vergelijkbare socialistische heilstaat. '540 koren. 200 tarwe. 250 gerst (zeer belangrijk: bier)', lees ik een bladzijde verder. Dat moet ik hebben genoteerd in de Landwirtschaftliche Produktionsgenossenschaft 'Wilhelm Pieck', waar de buitenlandse gasten werd verteld hoe men op een marxistisch-leninistische wijze bieten teelde. 'Weimar - Buchenwald - Thahlmann'. Dat sloeg ongetwijfeld op de bejaarde gids die tot onze verwondering enkel en alleen oog had voor de communisten die in het desbetreffende concentratiekamp om het leven waren gebracht. Een onder-staatssecretaris van handel blijkt ons te hebben onthuld dat de DDR wel degelijk een meerpartijenstelsel cultiveerde. Het bestond, naast de leidende Socialistische Eenheids Partij, uit 'Lib. Dem. (voorm. burgerlijken), Bauernpartei, NDP en Chr. Dem. (oost).' Dat was dezelfde Oostduitse CDU waarvan Helmut Kohl thans beweert dat het de enige legitieme verzetshaard in den lande was, terwijl deze club in werkelijkheid uit zalvende sokophouders van de communisten bestond.

Weet ik nu. Toen nog niet. Ik was jong en onbedorven, bovendien was ik geheel per ongeluk tussen de routiniers van Le Monde en The Times terechtgekomen, want in de dagelijkse praktijk registreerde ik de schoorsteenbranden en weggelopen poezen in de stadrubriek van Het Vrije Volk, editie Leeuwarden.

Anders dan de positie van de drie stafredacteuren van het Westduitse weekblad Die Zeit, die in ongeveer dezelfde periode de DDR bereisden. Het waren (en zijn) niet de eersten de besten. Dr. Marion Grafin Donhoff leidde de politieke redactie. Dr. Theo Sommer was gespecialiseerd in het buitenland. Dr. Rudolf Walter Leonhardt beheerde de sector cultuur. Hun even later in boekvorm beschreven 'Reise in ein fernes Land' (1964) is werkelijk een document. Een document dat aantoont dat je ook intelligente, ervaren, integere beroepssceptici van alles wijs kunt maken.

Zij zijn niet als DDR-fans op reis gegaan noch als DDR-fans weer thuisgekomen. Niettemin leken zij, ondanks al hun kritiek, met dezelfde partiele blindheid geslagen als de echte fellow travellers.

De DDR-burgers, berichtten zij hun lezers, waren vriendelijk 'en sommigen leken gelukkig'. Ook in de kleinere steden en dorpen was het voedsel goed van kwaliteit. 'Iedereen heeft genoeg te eten'.

Conclusie van Theo Sommer: 'Inderdaad, veel in de DDR is slechts half zo erg als ik mij had voorgesteld.'

In werkelijkheid was de situatie ook toen tenminste tweemaal zo erg, weten wij nu. De DDR-burgers waren buitengewoon ongelukkig en (wellicht mede daarom) de meest onbeschofte gastheren van heel Oost-Europa, de in dit opzicht onverslaanbare Russen niet te na gesproken. Het eten was even goedkoop als onsmakelijk en schaars. En bovenal: de inwoners van de DDR leefden in een zorgvuldig dichtgespijkerde gevangenis, waarin niets mocht, hoezeer de DDR-functionarissen de drie Westduitse journalisten ook van het tegendeel probeerden te overtuigen.

'Als onze jongelui de twist willen dansen, waarom niet?' zei de een.

'Als iemand bij ons Die Zeit wil lezen, waarom niet?' zei de ander.

In werkelijkheid had staatschef Walter Ulbricht zijn veto uitgesproken over de Westerse 'apenmuziek' en vergelijkbare kapitalistisch-decadente vormen van vermaak. En als bij checkpoint Charly een exemplaar van Die Zeit in je jaszak werd aangetroffen, werd dit weekblad zonder pardon door een sjagrijnige grensbewaker geconfisqueerd.

Met de verwarring van beschaafde Westerse intellectuelen zagen zij in het Goethehuis in Weimar hoe de dichtervorst door het marxisme-leninisme was geannexeerd.

'Waarom schreef Goethe zijn 'Werther'?'

'In Werther verdedigde Goethe de geschoffeerde burger tegen de aanmatiging van de adel

'Wat deed Goethe in 'Faust'?'

'In Faust schetste Goethe het beeld van de maatschappelijke en ideologische vraagstukken van zijn tijd.'

Dat ging cultuurchef Rudolf Walter Leonhardt al te ver. ..', zei hij.

Elders in het Goethehuis bezichtigden zij, samen met enige andere geinteresseerden 'sdichters verzameling porselein. Het aardewerk vertoonde alle kleuren van de regenboog, behalve rood, want het aanmaken van rood was in Goethes tijd technisch nog niet mogelijk.

'Goddank', zei een DDR-burgeres.

'Hoezo, goddank?' vroeg de gids.

'Ik hou meer van blauw', zei de DDR-burgeres.

Conclusie van Theo Sommer: 'Hoe dan ook, dit soort scenes is mogelijk zonder dat de overheid daartegen in het geweer komt.'

Waarschijnlijk is de desbetreffende dame, even nadat de Westduitse bezoekers uit zicht waren verdwenen, rechtstreeks naar het tuchthuis Brandenburg afgevoerd.

Marion Grafin Donhoff, Theo Sommer en Rudolf Walter Leonhardt zijn inmiddels respectievelijk uitgever, hoofdredacteur en adviseur van de hoofdredacteur van hetzelfde weekblad dat hen in 1964 op de Duitse Democratische Republiek heeft losgelaten. Nog steeds zijn zij vooraanstaande representanten van dat andere, betere Duitsland, dat wij van harte beminnen, het contemplatieve, zich van de last van het verleden bewuste Duitsland, wortelend in eigentijds internationalisme en ouderwetse Bildungstradition.

Nee, zo moet men concluderen, de DDR werd niet alleen serieus genomen door de lichtgelovigen die geschrokken op Schiphol terugkeerden om daar de Muur tot een 'historische noodzaak' uit te roepen. Zelfs de fundamentele critici van de DDR hebben de indruk gewekt dat het een vrij normale natie betrof, bevolkt door mensen die toevallig een andere politieke overtuiging waren toegedaan. Zoals ook een man als Wolf Biermann nog trouwhartig 'onze goede, oude DDR' is blijven bezingen, zelfs nadat de partij-hyena's hem tot persona non grata hadden verklaard.