Het duivenvrouwtje

Laatst kwam ik het duivenvrouwtje tegen. Ze was nog geen steek veranderd. Ze droeg een roodfluwelen cape die onder de vlekken zat, oude scholdatenschoenen en een boodschappentas vol duivenvoer en witte boterhammen. 'Goedemorgen duivenvrouwtje, komt u een kopje koffie bij me drinken?' vroeg ik.

'Ik heb nu geen tijd. Ik moet vandaag 1172 duiven voeren want de andere duivenvrouwtjes hebben allemaal de griep', antwoordde het duivenvrouwtje. En weg was het duivenvrouwtje. In die grote soldatenschoenen leken haar benen zo dun als de poten van een duif.

Het duivenvrouwtje woont al zo lang in Amsterdam dat iedereen vergeten is hoe oud ze is. Ze is vast al erg oud maar ze is nog zo recht als een kaars en ze neemt altijd kleine vlugge pasjes waardoor ze op een blikken poppetje lijkt waarvan de veer net is opgewonden. Het duivenvrouwtje staat altijd vroeg op. Eerst gaat ze boodschappen voor de duiven doen en als ze met een grote zak vogelvoer uit de dierenwinkel komt, zitten de duiven al op haar te wachten. Alle dakgoten in de straat zien dan zwart van de duiven. Als ze wegloopt, vliegen alle duiven haar achterna.

Het duivenvrouwtje heeft een eigen wijk. De duiven op de Dam geeft ze geen eten want ze vindt dat die al genoeg eten van de toeristen krijgen. Ze voert alleen de duiven die langs de grachten wonen. Bij iedere brug strooit ze voer. Omdat ze geen tafel bij zich heeft, gebruikt ze de bruggen maar als tafels voor de duiven.

Het duivenvrouwtje heeft vaak ruzie met Gerrit. Gerrit is een dikke duif, met een poot. Dat vond het duivenvrouwtje zielig en daarom werd hij in het begin altijd voorgetrokken. Gerrit kreeg altijd meer vogelvoer dan de andere duiven. Als hij dat op had, vloog hij gauw naar de volgende brug. Als het duivenvrouwtje daar aankwam om de andere duiven te voeren, at Gerrit voor de tweede keer. En bij de derde brug zat Gerrit al weer te wachten.

'Gerrit, maak dat je wegkomt, je hebt al eten gekregen', riep het duivenvrouwtje boos. Maar Gerrit trok zich er niets van aan, hij ging gewoon door met eten.

Toen de andere duiven merkten dat Gerrit alles vlug naar binnenschrokte en dan gauw naar de volgende brug ging, vlogen ze hem allemaal achterna. Omdat duiven sneller kunnen vliegen dan het duivenvrouwtje kan lopen, bleven ze haar steeds voor. Tenslotte liep het duivenvrouwtje de hele dag duiven te voeren die al lang gegeten hadden.

Daarom kocht het duivenvrouwtje een tweedehands motor en een valhelm. Ze is het eerste gemotoriseerde duivenvrouwtje in Nederland. Gerrit en de andere duiven kunnen haar nu niet meer bijhouden. Als ze Gerrit en de andere duiven gevoerd heeft, start ze bliksemsnel haar knetterende motor en dan giert ze naar de volgende brug om duiven te voeren die nog niet gegeten hebben.

'Duivenvrouwtje, het is zo koud en het regent en u bent al zo oud, vandaag kunt u beter lekker bij de kachel blijven zitten en geen duiven gaan voeren', zei ik op een dag toen ik het duivenvrouwtje bibberend op straat zag lopen.

'Ik kan anders nog allemaal kunstjes', antwoordde het duivenvrouwtje en terwijl ze tegen een boomstam leunde, legde ze haar been in haar nek. Ik keek vol bewondering naar het duivenvrouwtje want ik had nog nooit zo'n lenig oud vrouwtje gezien. 'Vroeger kon ik zelfs vliegen, maar ik vloog altijd maar een klein stukje', zei het duivenvrouwtje. 'Toen had ik een diadeem in mijn haar en een cape die wel van zilver leek en een badpak van zilveren schubben. Ik was net een prinses. En dan klom ik in de trapeze en dan vloog ik hoog in de lucht van de ene rekstok naar de andere. Alle jongens die mij in het circus hadden zien vliegen, vroegen aan me: duifje, wil je met me trouwen? Maar ik wilde liever blijven vliegen. Maar op een dag viel ik naar beneden en brak ik mijn arm. Daarna kon ik niet meer vliegen. Toen ben ik maar duivenvrouwtje geworden.'

Het was een treurig verhaal maar het duivenvrouwtje keek helemaal niet verdrietig toen ze het vertelde. Ze stapte op haar motor en het laatste wat ik van haar zag, was een dikke rookwolk die uit de knalpot kwam.

    • Betty van Garrel